Proces-verbaal van de Politie te Amsterdam.
Origineel
Proces-verbaal van de Politie te Amsterdam. 30 juli 1941. Gezien [paraaf]
PRO JUSTITIA
Marktwezen No. 77/33/4 M
POLITIE TE AMSTERDAM.
2e Sectie, 3e Afdeeling.
No.
Proces-verbaal contra SAMUEL ROODVELDT, oud 23 jaar, knecht en wonende Nieuwe Uilenburgerstraat 42 II te Amsterdam-Centrum, verdacht van diefstal van drie ledige kisten, gepleegd op 30 Juli 1941 op de Centrale Markt te Amsterdam, ten nadeele van MEINDERT VAN SIERDIJK, oud 31 jaar, grossier in groenten en fruit, gevestigd op de Centrale Markt te Amsterdam en wonende Wilhelminastraat 3 te Halfweg (NH).
PROCES-VERBAAL.
Op Woensdag 30 Juli 1941 des voormiddags omstreeks 8.40 uur, werd mij ondergetekende, BAREND FEITHUIS, ambtenaar bij het Marktwezen te Amsterdam, tevens onbezoldigd veldwachter dezer gemeente, dienstdoende op de Centrale Markt alhier, op het terrein van de Centrale Markt door een mij bekend persoon, die mij later desgevraagd opgaf te zijn genaamd: ABRAHAM [onleesbaar], oud 23 jaar, knecht en wonende Weg 45 te Zwanenburg (NH) het volgende medegedeeld en verklaarde hij: "Hedenmorgen ± 8.20 uur bevond ik mij aan de achterzijde van het pakhuizencomplex op pier C van de Centrale Markt, toen ik zag, dat een mij onbekend persoon zich aldaar op min of meer verdachte wijze ophield, hetgeen ik afleidde uit het feit, dat hij aldaar eenige malen heen en weer liep en blijkbaar zijn aandacht vestigde op een party ledige kisten, welke daar stond.
Nadat de bedoelde persoon daar eenige malen heen en weer had geloopen, zag ik, dat hij zich naar de achterzijde van het pakhuizencomplex op pier B begaf, waarheen ik hem ongemerkt volgde.
Vervolgens zag ik, dat hij van een stapel kisten, welke aan de achterzijde van pakhuis B 2 stond, drie ledige kisten wegnam, waarmede hij zich wilde verwijderen. Blijkbaar werd deze daad ook opgemerkt door den kistenbewaker van pier B en C, den mij bekenden Van den Bosch, want ook deze trad op den door mij bedoelden persoon toe. Waarschijnlijk wilde de door mij bedoelde persoon de drie kisten stelen, reden waarom ik U hiervan in kennis stel."
Op aanwijzing van [onleesbaar] heb ik, verbalisant, eenige oogenblikken nadat hij mij het vorenstaande had medegedeeld, op het terrein van de Centrale Markt aangehouden een mij van aanzien bekend persoon, die mij later desgevraagd opgaf te zijn genaamd: SAMUEL ROODVELDT, geboren te Amsterdam, 3 Mei 1918, knecht en wonende Nieuwe Uilenburgerstraat 42 II te Amsterdam-Centrum. Ik heb ROODVELDT overgebracht naar pakhuis B 2 van de Centrale Markt, alwaar hij later door mij voorloopig is gehoord.
Hierna hoorde ik een mij bekend persoon, die mij desgevraagd opgaf te zijn genaamd: CHRISTIAAN ARIE VAN DEN BOSCH, oud 33 jaar, overkuier, en wonende Van Spilbergenstraat 154 III te Amsterdam-West. Nadat ik ROODVELDT aan VAN DEN BOSCH had vertoond, verklaarde laatstgenoemde mij als volgt: "Hedenmorgen omstreeks 8.35 uur, bevond ik mij aan de achterzijde van het pakhuizencomplex op pier B van de Centrale Markt voor de bewaking van de aldaar staande ledige kisten, waarvoor ik van de betrokken grossiers eenige vergoeding ontvang, toen ik zag, dat de persoon, die U mij hebt vertoond van een stapel ledige kisten, welke achter pakhuis B 2 stond, drie ledige kisten wegnam, waarmede hij zich blijkbaar wilde verwijderen. Zooals mij bleek, was dit ook door [onleesbaar] opgemerkt, die U daar dan ook van in kennis heeft gesteld. De kisten, welke deze persoon had weggenomen, heeft hij, nadat wij hem hadden staande gehouden weer aan de achterzijde van pakhuis B 2 neergezet."
Aan de achterzijde van pakhuis B 2 trof ik, verbalisant, 3 ledige kisten, gemerkt met C.V.O., welke naar VAN DEN BOSCH mij verklaarde, dezelfde waren, welke ROODVELDT zou hebben weggenomen. Deze kisten heb ik voorloopig in beslag genomen.
Nadat ik, verbalisant, ROODVELDT aan de achterzijde van pakhuis B 2 had gebracht en de drie besproken kisten aan hem had vertoond, verklaarde hij mij als volgt: "De kisten, welke U mij vertoont, heb ik eenige minuten geleden weggenomen van een stapel, welke eveneens achter pakhuis B 2 staat. Het lag in mijn bedoeling om deze kisten ergens anders in te leveren, hetgeen mogelijk is, daar het gangbare ledige kisten zijn en het statiegeld, dat ik hiervoor zou ontvangen, voor mij zelf te behouden. Ik had van niemand toestemming gekregen deze kisten weg te nemen, noch daar op andere wijze over te beschikken. Ik voel, dat ik door deze daad heb schuldig gemaakt aan een strafbaar feit, doch kan U verklaren, dat dit de eerste keer is. Voordien ben ik nog nimmer met de Justitie in aanraking geweest."
Hierna hoorde ik, verbalisant, den mij bekenden MARINUS [onleesbaar]... * Taalgebruik: Het document is geschreven in de typische ambtelijke stijl van de vroege 20e eeuw, met lange zinsconstructies en formeel vocabulaire (bijv. "des voormiddags", "vorenstaande", "overkuier").
* Delict: De verdachte, Samuel Roodveldt, is op heterdaad betrapt bij het ontvreemden van drie lege kisten met de intentie het statiegeld zelf te incasseren. In de economische context van 1941 (oorlogstijd/schaarste) vertegenwoordigden lege kisten en hun statiegeld een tastbare waarde.
* Bewijsvoering: Het proces-verbaal is sterk onderbouwd door de getuigenis van een voorbijganger, de bewaker van de kisten (overkuier) en de uiteindelijke bekentenis van de verdachte zelf.
* Staat van het document: De tekst is getypt met een schrijfmachine op papier dat door de tijd heen is verkleurd. Sommige namen zijn door inktvervaging of stempels lastig leesbaar. Dit document stamt uit juli 1941, ruim een jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. De locatie, de Centrale Markt (tegenwoordig het Food Center Amsterdam), was en is een cruciaal logistiek knooppunt voor de voedselvoorziening van de stad.
Een opvallend en tragisch detail is de identiteit van de verdachte. Samuel Roodveldt woonde in de Nieuwe Uilenburgerstraat, een straat in de van oudsher Joodse buurt van Amsterdam. Gegeven de datum (1941) en zijn achternaam, is het zeer waarschijnlijk dat Samuel van Joodse afkomst was. In deze periode namen de anti-Joodse maatregelen van de bezetter in rap tempo toe. Een proces-verbaal voor een relatief klein vergrijp zoals kistendiefstal kon voor Joodse Amsterdammers in die tijd veel fatalere gevolgen hebben dan voor niet-Joodse burgers, aangezien zij vaak direct werden doorgeleid naar strafkampen of de SD. Marktwezen Politie