Proces-verbaal / Getuigenverklaring (doorslag van een getypt document).
Origineel
Proces-verbaal / Getuigenverklaring (doorslag van een getypt document). Hierna hoorde ik, verbalisant, een mij bekend persoon die mij
later desgevraagd opgaaf genaamd te zijn:
Peter Kerkwijk, oud 19 jaar, kruier en wonende Sloterweg 79-A
te Amsterdam-West, die mij nadat ik hem genoemden Petten had ge-
toond, als volgt verklaarde: „Petten is sedert eenigen tijd bij mij
als lossen knecht in dienst. Op Vrijdag 7 November 1941, omstreeks
1,45 uur n. m. bevond ik mij met mijn paard en wagen op het terrein
van de Centrale Markt aan de zoogenaamde aardappelenkant. Op mijn
wagen bevond zich een partij ledige kisten, welke ik naar de Cen-
trale Markt had overgebracht voor kooper H. Kluft van diens win-
kel aan den Haarlemmermeerstraat 114. Deze kisten moesten worden
neergezet aan de achterzijde van pakhuis D. 3 op de Centrale
Markt. Aangezien ik evenwel ook aardappelen moest laden voor an-
dere kooplieden, ben ik aan de aardappelenzijde met mijn voertuig
in de rij gaan staan en heb aan van Petten opgedragen, om inmid-
dels de kisten van mijn wagen over te brengen naar de achterzijde
van pakhuis D. 3, hetgeen hij ook heeft gedaan. Wat hij daar verder
heeft verricht weet ik niet. Ik had hem geen opdracht gegeven
om 30 kisten weg te nemen en deze in te leveren bij Barend van
Dijk op pier C van de Centrale Markt. Ook voordien heb ik hem [onleesbaar/overschreven]
nimmer kisten laten inleveren voor mij of iemand anders bij van
Dijk. Van het geval met de 30 kisten was mij dan ook niets bekend.”
Vervolgens hoorde ik, verbalisant, den mij bekenden kooper
Hendrik Kluft, oud 38 jaar, kleinhandelaar in groenten en fruit,
gevestigd Haarlemmermeerstraat 114 te Amsterdam-West en wonende
aldaar. Kluft verklaarde mij, dat de kruier Kerkwijk, op Vrijdag 7
November 1941, desnamiddags omstreeks 1.30 uur, voor hem een par-
tij ledige kisten moest [doorgehaald: inleveren] overbrengen van zijn winkel aan
de Haarlemmermeerstraat naar Pakhuis D. 3 van de Centrale Markt,
alwaar hij Kluft, ze op Zaterdag 8 November 1941 zou inleveren bij
den grossier Heemskerk, gevestigd in pakhuis D. 3 van de Centrale
Markt. Kluft verklaarde mij, verbalisant, verder nog, dat hij Petten
wel meer met Kerkwijk had gezien, doch dat hij, Kluft met Petten
niets te maken had. Dat Petten dan ook 30 kisten zou hebben
ingeleverd om hem, Kluft, hiermede te bevoordeelen, beschouwde hij
als een verzinsel. Voorts verklaarde Kluft mij, verbalisant, nog,
dat het aantal kisten hetwelk hij aan Kerkwijk had medegegeven,
inderdaad ter bestemder plaatse was afgeleverd.”
Hierna heb ik, verbalisant, Petten vertoond aan aangever van der
Meij, en verklaarde laatstgenoemde mij, dat hij aan van Petten
geen toestemming had gegeven om de 30 kisten weg te nemen, of
daar op andere wijze over te beschikken. De 30 door mij inbeslag-
genomen kisten, werden door van der Meij herkend als soortgelijk
aan degenen welke door hem waren vermist. Van deze 30 kisten
heb ik er 29 aan van der Meij teruggegeven en één hiervan inbe-
slag gehouden. Deze zal door mij op wettige wijze worden gedepo-
neerd aan de Griffie van de Arrondissements-Rechtbank te Amster-
dam. Na voorloopig door mij te zijn gehoord, heb ik van Petten
heengezonden. Den besproken emballagebon heb ik bij dit proces-
verbaal gevoegd. En heb ik hiervan dit proces verbaal, op den door
mij afgelegden ambtseed, opgemaakt geteekend en gesloten te Amst-
dam 22 November 1941
De Ambtenaar bij het Marktwezen,
( J.P.N. Boon ) [handtekening] * Juridische context: Het betreft een officieel verhoor in het kader van een strafrechtelijk onderzoek naar de diefstal of onrechtmatige toe-eigening van transportkisten (emballage).
* De kern van de zaak: De knecht 'Petten' heeft 30 kisten, die hij namens zijn werkgever Kerkwijk bij een specifiek pakhuis (D.3) moest lossen, in plaats daarvan afgeleverd bij een zekere Barend van Dijk op pier C. Petten beweerde blijkbaar dat hij dit deed om de koper Kluft te "bevoordelen", maar Kluft ontkent elke betrokkenheid en noemt dit een verzinsel.
* Bewijsvoering: De aangever, Van der Meij, identificeert de kisten als zijn eigendom. De verbalisant (Boon) heeft 29 kisten teruggegeven en één kist als bewijsstuk (corpus delicti) gehouden voor de rechtbank.
* Status verdachte: Petten is na het verhoor "heengezonden", wat suggereert dat hij niet direct in voorlopige hechtenis is genomen, ondanks de verdenking. * Tijdsgewricht: Het document dateert uit november 1941, tijdens de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog.
* Schaarste: Tijdens de bezetting was er een grote schaarste aan materialen, waaronder hout en transportmiddelen. Emballage (kisten) had een aanzienlijke waarde en was vaak een doelwit voor diefstal of zwarte handel op markten.
* Locatie: De Centrale Markt in Amsterdam (de huidige Food Center Amsterdam aan de Jan van Galenstraat) was destijds de spil van de voedselvoorziening in de stad. Het Marktwezen hield hier streng toezicht, ook op de handel in en het beheer van kisten.
* Taalgebruik: Het document hanteert typisch ambtelijk-juridisch jargon uit die tijd, zoals "verbalisant", "desnamiddags", "ter bestemder plaatse" en "ambtseed".