Archiefdocument
Origineel
12 september 1941. Verzonden 20 9. '41 (handgeschreven)
GEMEENTELYKE ZUIDERZEECOMMISSIE
AMSTERDAM
Agrarische Subcommissie.
Notulen van het behandelde in de 1e vergadering van de Subcommissie voor de Agrarische Belangen, gehouden op Vrydag 12 September 1941, des namiddags 2 uur in de vergaderzaal van den Dienst der Publieke Werken.
Aanwezig de leden: Ir.W.A.de Graaf, G.Key Jzn., Dr.W.Lulofs, C.F.Sixma en Ir.L.S.P.Scheffer (Secretaris), alsmede Ir.J.L. Inckel, Hoofd van afd. Grondbedryf van den Dienst der Publieke Werken, A.Tesselhoff, Inspecteur der Rentegevende eigendommen by dien Dienst, W.Hooy, Adj.-Hoofdopzichter by meergenoemden Dienst en Dr.G.Th.J.Delfgaauw, Adj.-Secretaris.
De notulen worden gehouden door den heer J.de Winter, Hoofdcommies by de Afdeeling P.W.
De heer DE GRAAF zegt, dat voor deze vergadering nog een Voorzitter moet worden benoemd. Spreker heeft hierover van gedachten gewisseld met den Voorzitter der Plenocommissie, die in dezen spreker voor de functie aanbeval.
Het voorstel om spreker tot Voorzitter te benoemen wordt by acclamatie aangenomen.
De VOORZITTER opent de vergadering en deelt mede, tot het bywonen van deze vergadering mede te hebben uitgenoodigd de heeren Inckel, Tesselhoff en Hooy, die de agrarische zaken by den Dienst P.W. behartigen. Spreker brengt daarna in discussie het aan de leden uitgereikte schema, hetwelk de volgende punten bevat:
1. Aard der bedryven.
Welke bedryven zyn te verwachten in verband met bodemgesteldheid (landbouw, tuinbouw, zandboeren, veeteelt, enz.).
Grootte der bedryven en verkaveling en ontwatering.
2. Bevolking.
Grootte en verspreiding. Ligging en grootte der nederzettingen.
3. Opbrengst.
Verwachte gewassen en opbrengst daarvan. Komt er tuinbouw. Welke soort: groenten, met of zonder kassen; vruchten, boomgaarden, bloemen. Kassen met verwarming, bodemverwarming.
4. Landbouwindustrieën.
Zal productie polders leiden tot oprichting landbouwindustrieën (aardappelmeelfabrieken, suikerfabrieken, stroocarton of stroocellulose, conservenfabrieken).
Zoo ja, welke. Moeten deze in den polder liggen, mede in verband met seizoenarbeid.
5. Verhandeling en vervoer der producten.
Zuivelproducten, landbouwproducten, tuinbouwproducten.
Veilingen en productenbeurzen. Is er rechtstreeksche levering op Amsterdam te verwachten en kan dat bevorderd worden.
Vervoerswyze: schip-auto-tram. Vervoershoeveelheden (doorloopend of per seizoen).
6. Behoeften van het poldergebied.
Kunstmest, veevoer, bouwmaterialen, brandstoffen, kleeding - schoeisel, landbouwwerktuigen. Wat beteekent dit voor Amsterdam als leverancier.
7. Vervoer.
Welk goederenvervoer (soort en dichtheid) volgt hieruit. Personenvervoer: welke vervoermiddelen zullen noodig zyn voor de communicatie met Amsterdam. Moet dit aan particulier initiatief worden overgelaten of moet de Overheid (Ryk, Gemeente) dit op zich nemen of stimuleeren.
8. Waterinlaat voor Hollands Noorderkwartier.
Gunstige invloed van toekomstig zoet water - inlaat in Noordhollandsche polders komt voorloopig in het geheel niet tot zyn recht. Integendeel wordt in de eerste reeks van jaren het zoute of brakke polderwater via den Yboezem uitgeslagen naar de Noordzee. Kan Noordholland niet door andere maatregelen eerder aan zoetwaterinlaat geholpen worden? Hier zyn zeer groote hygiënische, agrarische en industrieele belangen aan verbonden.
Dienst P.W.
Amsterdam. * Doel van de vergadering: Het vaststellen van een onderzoeksagenda voor de Agrarische Subcommissie. De focus ligt op de economische en infrastructurele relatie tussen de stad Amsterdam en de nieuw aan te leggen of reeds aangelegde IJsselmeerpolders.
* Kernpunten:
* Economische symbiose: Amsterdam vraagt zich af wat de nieuwe polders betekenen voor de stad als afzetmarkt (producten uit de polder) en als leverancier (materialen en diensten voor de polder).
* Infrastructuur: Er wordt nagedacht over transportmodaliteiten (schip, auto, tram) en de rol van de overheid versus particulier initiatief.
* Waterhuishouding: Een cruciaal punt (punt 8) betreft de verzilting en de noodzaak voor een zoetwaterinlaat voor Noord-Holland, wat essentieel is voor zowel de landbouw als de volksgezondheid.
* Taalgebruik: Formeel ambtelijk Nederlands met de kenmerkende spelling van die tijd (bijv. 'bedryven', 'vrydag', 'uitgenoodigd'). De invloed van de Dienst der Publieke Werken (P.W.) is groot, gezien de aanwezigen en de locatie. Dit document stamt uit de periode van de Duitse bezetting, maar de inhoud is puur beleidsmatig en gericht op de langetermijnontwikkeling van de Zuiderzeewerken. In 1941 was de Wieringermeerpolder al in gebruik en werd de Noordoostpolder drooggelegd (gereed in 1942). De stad Amsterdam wilde tijdig anticiperen op de sociaaleconomische veranderingen die de inpoldering teweeg zou brengen. De commissie fungeerde als adviesorgaan voor de gemeente om de belangen van de stad in dit nationale project te waarborgen. De genoemde Dr. G.Th.J. Delfgaauw was een bekend econoom die later een belangrijke rol zou spelen in de naoorlogse economische wetenschap. J. Delfgaauw J.L. Inckel P.W. Publieke Werken