Zakelijke brief (verzoekschrift) op briefpapier.
Origineel
Zakelijke brief (verzoekschrift) op briefpapier. 26 november 1941. A. S. Monnikendam, Amsterdam. Handelaar in gebreide goederen, kousen, sokken en corsetten. De Inspecteur van het Marktwezen Amsterdam, Jan van Galenstraat 14, Amsterdam. [Briefhoofd]
A. S. MONNIKENDAM - AMSTERDAM
GEBREIDE GOEDEREN
KOUSEN, SOKKEN EN CORSETTEN
PRIVÉ: OUDE SCHANS 14II - OPSLAG: OUDE SCHANS 40
[Archiefstempel linksboven]
Nº 103/31/1 11.1941 27/11
[Plaats en datum rechtsboven]
AMSTERDAM, 26 November 1941.
[Handgeschreven:] nu Insp
[Adressering]
Aan de Inspecteur van het
Marktwezen Amsterdam
Jan v. Galenstr 14
Alhier.
[Inhoud]
WelEdel Heer,
Met dit schrijven verzoekt ondergeteekende U zeer
beleefd uitstel te mogen vragen tot het gebruik maken
zijner voorkeurskaart op de Dagmarkt Gaaspstraat et ceta.
Ik moet nog steeds wachten op antwoord, van het
Rijksbureau Textiel Den Haag, ten einde mijn goederen
te kunnen gebruiken tot verkoop op de dagmarkten
te mogen vervoeren.
Een gunstig antwoord hieromtrent van U tegemoet
ziende verblijf ik
Hoogachtend
[Signatuur]
A. Monnikendam In deze brief verzoekt de heer A. Monnikendam om uitstel voor het gebruik van zijn "voorkeurskaart" (een vergunning voor een vaste marktplaats) voor de dagmarkt in de Gaaspstraat. De reden voor dit verzoek is bureaucratisch van aard: hij wacht op noodzakelijke papieren of toestemming van het Rijksbureau voor Textiel in Den Haag. Zonder deze toestemming mag hij zijn handelswaar (kousen, sokken, corsetten) niet vervoeren of te koop aanbieden op de markt.
De toon van de brief is uiterst formeel en beleefd, wat gebruikelijk was voor correspondentie met overheidsinstanties in die tijd. De adressen op de Oude Schans situeren de onderneming van Monnikendam in het hart van de Amsterdamse Jodenbuurt. Dit document stamt uit november 1941, tijdens de Duitse bezetting van Nederland. De context is van groot historisch belang:
1. Economische controle: Het "Rijksbureau Textiel" was een van de instellingen die door de bezetter werden gebruikt om de schaarse grondstoffen en goederen strikt te reguleren via distributie- en vervoersvergunningen.
2. Anti-Joodse maatregelen: De "Dagmarkt Gaaspstraat" was een van de specifieke markten die vanaf september 1941 door de Duitse bezetter (onder bevel van Böhmcker) waren aangewezen als markten waar uitsluitend Joden mochten handelen en inkopen doen.
3. Joodse ondernemers: Gezien de naam Monnikendam en de locatie van de zaak, was de afzender zeer waarschijnlijk een Joodse ondernemer. In deze periode werden Joodse bedrijven steeds verder ingeperkt, onder toezicht gesteld ("Verwalters") of geliquideerd. De noodzaak om uitstel aan te vragen voor een marktvergunning kan direct samenhangen met de toenemende restricties en bureaucratische hindernissen die specifiek voor Joodse burgers werden opgeworpen. A. Monnikendam S. Monnikendam Marktwezen Rijksbureau