Handgeschreven ambtelijke notitie op een voorgedrukt formulier ("Bijblad").
Origineel
Handgeschreven ambtelijke notitie op een voorgedrukt formulier ("Bijblad"). [In het kader linksboven:]
BIJBLAD VAN:
M. No. 143/32/2 1941
DOORGEZONDEN: 24/12-'41.
[Hoofdtekst:]
Voorloopig opbergen.
Aan A. Polak medegedeeld dat hij zich met
zijn verzoek om voor een vergunning in-
aanmerking te mogen komen voor den verkoop
van alc. vrije dranken en hem daarvoor het
gebouwtje van de speeltuinvereeniging ter
beschikking te stellen, moet wenden tot den
Joodschen raad.
Polak heeft dit inmiddels gedaan. ~~2-1-42~~
13-1-42
de Haan
[In rood potlood:]
15-1-'42 Het document is een interne ambtelijke notitie betreffende een verzoek van een zekere heer A. Polak. Polak wenst een vergunning te verkrijgen voor de verkoop van alcoholvrije dranken en wil hiervoor gebruikmaken van het gebouwtje van een lokale speeltuinvereniging.
De kern van de notitie is de instructie dat Polak voor dergelijke verzoeken verwezen is naar de "Joodschen raad" (Joodse Raad). Er wordt geconstateerd dat Polak deze stap inmiddels heeft gezet. Het document is op 13 januari 1942 ondertekend door ene 'De Haan' en voorzien van de instructie "Voorloopig opbergen", wat duidt op een (tijdelijke) afhandeling van het dossier in deze specifieke ambtelijke kolom. Dit document stamt uit de periode van de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. De verwijzing naar de Joodsche Raad is historisch zeer significant. De Joodse Raad voor Amsterdam werd in februari 1941 op last van de bezetter opgericht en kreeg gaandeweg de taak om de Joodse gemeenschap in heel Nederland te besturen en de anti-Joodse maatregelen van de nazi's uit te voeren.
De notitie illustreert de voortschrijdende segregatie en bureaucratische inkapseling van de Joodse bevolking. Voor alledaagse burgerlijke zaken, zoals het aanvragen van een exploitatievergunning voor een drankgelegenheid of het huren van een gebouwtje, werden Joodse burgers niet langer door de reguliere overheidsinstanties geholpen, maar gedwongen zich te wenden tot de Joodse Raad. Dit document vormt een tastbaar bewijs van hoe de uitsluiting van Joden in het dagelijks leven en de economie via ambtelijke weg werd gefaciliteerd. A. Polak M. No