Archiefdocument
Origineel
8 december 1941. Dienst der Publieke Werken Amsterdam. No.1/12/1 M.1942 AFSCHRIFT.
No.1181 L.M.1941 15/1'42
No.792 P.W.1941.
Amsterdam, 8 December 1941.
DIENST DER PUBLIEKE WERKEN
AMSTERDAM.
Aan den Heer Wethouder
No.11769/Doss.35750.
voor de Publieke Werken.
Onderwerp:Werkprogramme 1942.
Zooals U bekend is, werd voor het jaar 1941 een werkprogramme voor den Dienst der Publieke Werken opgemaakt en aan de goedkeuring van de daar-voor in aanmerking komende instanties onderworpen. Aan de samenstelling van dit programma was een overleg met vertegenwoordigers dier instanties vooraf-gegaan.
Deze werkwijze werd gevolgd, om tegemoet te komen aan bezwaren, die waren ondervonden, dat de verschillende instanties, van welker goedkeuring men bij de uitvoering van werken afhankelijk was, niet immer gelijk oordeel-den over de afzonderlijke plannen der Gemeente, waardoor meermalen ernstige vertraging ontstond.
Het gemeenschappelijke overleg ten aanzien van een werkprogramme voor een geheel jaar beoogde een vlot verloop van zaken zooveel mogelijk te waar-borgen.
Het gehouden overleg leidde ertoe, dat met de verschillende instan-ties werd overeengekomen, dat de Gemeente vrij zou zijn in de uitvoering ge-durende het jaar 1941 van de op het programma voorkomende werken tot een to-taalbedrag van 8½ millioen gulden, daaronder niet begrepen de onderhoudswerken.
Ten aanzien van een aantal op het programma geplaatste werken is meer of minder vertraging ondervonden, doordat zij alsnog een punt van onder-zoek moesten uitmaken in de Commissie van onderzoek naar de gemeente-financiën Zelfs wordt met betrekking tot enkele werken nog steeds op den uitslag van het onderzoek gewacht.
Hoewel de gang van zaken in 1941 zeker niet in alle opzichten bevre-digend kan worden genoemd, komt het mij toch nuttig voor, te trachten, ook voor 1942 tot een werkprogramme te geraken en daarop de instemming van de daarvoor in aanmerking komende instanties te verkrijgen.
Het ontwerp van een zoodanig programme zend ik U hierbij toe.
Op dit programme komen naast een aantal nieuwe werken ook de werken voor, die reeds op het werkprogramma 1941 zijn geplaatst, doch waarvan de uitvoering hetzij nog moet aanvangen, hetzij in 1942 zal worden voortgezet. Het geld de No.'s 1,2,5,6,7,10,11,14,16,17,18,19,22,23,28,34,39,40,43,44,50, 52,53,54,58,62,67,69 en 70. Dit was uiteraard noodig, om te kunnen vaststel-len, hoe groot het bedrag zou zijn, dat met de uitvoering van alle werken zou zijn gemoeid. Aangenomen mag echter worden, dat de goedkeuring op laatst-genoemde werken niet opnieuw behoeft te worden aangevraagd.
Zoowel de omstandigheid, dat voor verscheidene werken de goedkeuring eerst laat werd verkregen, als de moeilijkheden, die met betrekking tot de materialenvoorziening nu en dan werden ondervonden, hebben ertoe geleid, dat met verschillende werken eerst veel later kon worden aangevangen, dan was voorzien. Deze komen, zooals gezegd, opnieuw op het programma voor 1942 voor. Dit verklaart, waarom het eindbedrag van laatstgenoemd programme hooger is dan dat van het programme 1941.
Dit lijkt mij geen bezwaar, omdat een programma, waarbij de Gemeente, mits een bepaald bedrag niet overschrijdende, in de keuze der op het program-ma voorkomende werken wordt vrij gelaten, een zekere ruimte van beweging behoort te laten.
--- Dit document is een ambtelijke verantwoording en voorstel betreffende het "Werkprogramme 1942" van de Dienst der Publieke Werken (PW) in Amsterdam. De kernpunten zijn:
- Evaluatie 1941: Er wordt teruggeblikt op de werkwijze van het jaar 1941, waarbij voor het eerst werd gewerkt met een vooraf goedgekeurd jaarprogramma met een budgetplafond (8,5 miljoen gulden). Dit was bedoeld om bureaucratische vertragingen bij individuele projecten te voorkomen.
- Oorzaken van vertraging: Ondanks de nieuwe werkwijze liepen projecten vertraging op door financieel toezicht ("Commissie van onderzoek naar de gemeente-financiën") en nijpende tekorten aan bouwmaterialen.
- Voorstel 1942: Veel onvoltooide of nog niet gestarte projecten uit 1941 worden doorgeschoven naar 1942. Hierdoor valt het totale budget voor 1942 hoger uit dan het voorgaande jaar.
- Bestuurlijke wens: De opsteller pleit voor behoud van beleidsvrijheid binnen een vastgesteld totaalbudget, zodat de gemeente zelf prioriteiten kan stellen in de uitvoering van de werken.
--- De datum van het document, 8 december 1941, is cruciaal voor het begrijpen van de achterliggende problematiek. Nederland bevond zich midden in de Duitse bezetting.
- Schaarste: De genoemde "moeilijkheden met betrekking tot de materialenvoorziening" verwijzen direct naar de oorlogseconomie. Grondstoffen zoals staal, cement en hout werden door de bezetter gevorderd voor de eigen oorlogsindustrie en de bouw van verdedigingswerken (zoals de Atlantikwall), waardoor civiele projecten in Amsterdam stil kwamen te liggen.
- Bestuurlijke controle: De "Commissie van onderzoek naar de gemeente-financiën" wijst op de verscherpte controle door de bezetter op de gemeentelijke uitgaven. Sinds het voorjaar van 1941 was de Amsterdamse gemeenteraad uitgeschakeld en stond het bestuur onder direct toezicht van pro-Duitse functionarissen en hogere overheden (zoals de Secretarissen-Generaal).
- Publieke Werken onder druk: De Dienst der Publieke Werken probeerde de stad draaiende te houden onder extreme omstandigheden. Het document toont de bureaucratische realiteit waarin ambtenaren probeerden te plannen in een tijd van toenemende onzekerheid en schaarste. Een dag voor deze brief (7 december 1941) vond de aanval op Pearl Harbor plaats, wat de oorlog en de bijbehorende tekorten verder zou doen escaleren.