Extract uit het Boek der Besluiten van de Burgemeester van Amsterdam.
Origineel
Extract uit het Boek der Besluiten van de Burgemeester van Amsterdam. 25 maart 1942. [Links boven:]
No. 54 F.S./325 Lit. 1942
[Rechts boven:]
Aanwijzing perceel Plantage Parklaan no. 9
tot deel van het Gemeentehuis.
[In handschrift:] Marktw. [?]
[In handschrift:] u/Div [?]
[In handschrift:] bpb
[Midden:]
E x t r a c t
uit het Boek der Besluiten
van den Burgemeester van Amsterdam.
Woensdag, 25 Maart 1942.
De Burgemeester van Amsterdam;
Gelet op de bepalingen van de Achtste Verordening van den Rijkscommissaris voor het bezette Nederlandsche gebied betreffende bijzondere maatregelen op administratief-rechtelijk gebied (Verordeningenblad 1941, stuk 33, no. 152; Gemeenteblad afd. 4, volgn. 517);
Overwegende, dat het noodzakelijk is voor de huwelijksvoltrekkingen van Joden een afzonderlijke plaats aan te wijzen;
B e s l u i t :
met ingang van 26 Maart 1942 het perceel Plantage Parklaan no. 9 aan te wijzen als plaats voor de voltrekking van huwelijken van joden, welk perceel geacht wordt deel uit te maken van het gemeentehuis.
Afschrift van dit besluit zal worden gegeven aan het Bureau Gemeentesecretaris en Algemeene Dienst (5 stuks) en aan alle overige afdeelingen der Gemeentesecretarie, alsmede aan het Pensioenbureau en den Gemeente-ontvanger.
[Links onder:]
C.S. Stadhuis
A'dam 3-'42
[Rechts onder:]
Voor eensluidend extract,
de Gemeentesecretaris,
(get.) J. F. FRANKEN
[Stempel onderaan:]
Nº 1/23/1 M. 1942 [in handschrift:] 27/3 Dit document is een ambtelijk besluit dat de segregatie van de joodse bevolking in Amsterdam verder formaliseert. Het juridische kader hiervoor is de "Achtste Verordening" van Rijkscommissaris Seyss-Inquart, die de bezetter vergaande bevoegdheden gaf om in te grijpen in het openbaar bestuur.
De kern van het besluit is dat joden niet langer in het reguliere stadhuis mogen trouwen, maar hiervoor naar een specifieke locatie in de Plantagebuurt (destijds een wijk met veel joodse bewoners) moeten uitwijken. Door het pand aan de Plantage Parklaan 9 juridisch aan te merken als "deel van het gemeentehuis", bleven de daar voltrokken huwelijken voor de wet (de burgerlijke stand) geldig, ondanks de fysieke uitsluiting uit het eigenlijke stadhuis.
De toon is strikt zakelijk en bureaucratisch, wat kenmerkend is voor de wijze waarop de uitsluiting en latere vervolging van joden administratief werd afgewikkeld. Het besluit werd ondertekend door de pro-Duitse burgemeester Edward Voûte. In maart 1942 was de anti-joodse politiek van de bezetter in een stroomversnelling geraakt. Joden waren al grotendeels uit het openbare leven verbannen: ze mochten niet meer in parken, bioscopen of bibliotheken komen en joodse ambtenaren waren ontslagen.
Dit specifieke besluit valt in de periode vlak voordat de massale deportaties begonnen (juli 1942). Het aanwijzen van aparte locaties voor levensgebeurtenissen zoals het huwelijk diende om de joodse gemeenschap volledig te isoleren van de rest van de Amsterdamse bevolking. De Plantage Parklaan 9 ligt direct achter de Hollandsche Schouwburg, de plek die later dat jaar door de bezetter zou worden gevorderd als verzamelplaats voor de deportaties naar kamp Westerbork.