Extract uit het Boek der Besluiten van de Burgemeester van Amsterdam.
Origineel
Extract uit het Boek der Besluiten van de Burgemeester van Amsterdam. 20 maart 1942. [Linksboven stempels en nummers:]
№ 1 / 25 / 1 M. 10.42 2/4
No. 717 P.W. 1941.
334 Lm. 1942
[Rechtsboven getypt:]
aanvulling bepalingen in bestekken in
verband met cessie van aannemingssom.
[Handgeschreven aantekeningen in de rechterbovenhoek, deels onleesbaar:]
... Suid. Marktw ...
E x t r a c t
uit het Boek der Besluiten
van den Burgemeester van Amsterdam.
Vrijdag, 20 Maart 1942.
De Wethouder voor de Publieke Werken brengt ter tafel:
de rapporten van den Directeur der Publieke Werken dd. 3 November 1941, No. 10522 en dd. 10 Maart 1942, No. 51/Doss. 10108 Secr.;
het advies van den Gemeente-advocaat, dd. 18 December 1941,
welke stukken betrekking hebben op een in het Bouwkundig Weekblad Architectura van 11 October 1941, No. 41, opgenomen artikel van Mr. W.A.M. Cremers, in zake een door het Gerechtshof van Amsterdam op 17 October 1940 gewezen arrest, houdende dat bij cessie door den aannemer op zijn betalingstermijnen de aanbesteder niet meer in staat is, eventueele daarna den aannemer opgelegde kortingen of andere vorderingen op den aannemer van de betalingstermijnen in te houden, en waarbij in overweging wordt gegeven voortaan in de bestekken een bepaling op te nemen, om de uit voornoemde beslissing voor de Gemeente als aanbesteedster eventueel voortvloeiende nadeelige gevolgen op te heffen.
De Wethouder voornoemd vestigt er nog de aandacht op, dat door het opnemen van een dusdanige bepaling in de bestekken, de rechtskracht hiervan tegenover de cessionaris niet boven iederen twijfel verheven is, maar dat het risico, dat nog voor de Gemeente blijft bestaan, zoo klein te achten is, dat daarvan in de praktijk geen moeilijkheden te duchten zijn.
Op voorstel van den meegenoemden Wethouder wordt door den Burgemeester besloten:
I in de bestekken, welke nog moeten worden aanbesteed, de volgende bepaling op te nemen:
"De aannemingssom of haar termijnen zijn slechts verschuldigd na aftrek
"van het bedrag der aan den aannemer tot en met het tijdstip van betaling opge--
"legde kortingen op de aannemingssom en van de bedragen door den aannemer tot
C.S. Stadhuis
A'dam 3-'42 z.o.z. * Juridische kern: Het document behandelt een probleem in het aanbestedingsrecht. Door een uitspraak van het Gerechtshof (1940) kon een aannemer zijn recht op betaling overdragen (cederen) aan een derde partij (bijvoorbeeld een bank). Als de Gemeente daarna boetes of kortingen wilde opleggen voor slecht werk, kon zij die niet meer verrekenen met de al gecedeerde vordering.
* Oplossing: Er wordt besloten een clausule toe te voegen aan alle nieuwe contracten. Deze clausule stelt dat de betaling pas verschuldigd is nadat alle kortingen en vorderingen zijn verrekend tot op het moment van betaling.
* Risico-acceptatie: De wethouder erkent dat de juridische houdbaarheid van deze nieuwe bepaling tegenover de 'cessionaris' (de ontvanger van de vordering) niet 100% gegarandeerd is, maar acht het praktische risico verwaarloosbaar.
* Onvoltooid: De tekst onderaan breekt af met "z.o.z." (zie ommezijde), wat aangeeft dat de volledige tekst van de bepaling op de achterkant doorloopt. Dit document stamt uit maart 1942, midden in de Tweede Wereldoorlog. Sinds 1941 was de democratische gemeenteraad van Amsterdam ontbonden en had de door de bezetter benoemde burgemeester (Edward Voûte) de volledige beslissingsbevoegdheid, bijgestaan door wethouders.
Hoewel de oorlog gaande was, bleef de bureaucratische en juridische machine van de stad Amsterdam gewoon doorwerken aan civiele zaken zoals bouwrecht en financiële administratie. Het document illustreert hoe de overheid reageerde op vakliteratuur (het Bouwkundig Weekblad Architectura) en recente rechtspraak om de eigen financiële belangen veilig te stellen. De referentie "C.S. Stadhuis" staat voor "Secretarie" van het Stadhuis.