Archief 745
Inventaris 745-368
Pagina 113
Dossier 17
Jaar 1942
Stadsarchief

Extract uit het Boek der Besluiten van de Burgemeester van Amsterdam.

1 mei 1942.

Origineel

Extract uit het Boek der Besluiten van de Burgemeester van Amsterdam. 1 mei 1942. No. 484 G.B. 1942.
455 Lm. 1942

Vergoedingen aan aannemers van gemeentewerken in verband met Vereveningsheffing en Ziekenfondsenbesluit.

E x t r a c t
uit het Boek der Besluiten
van den Burgemeester van Amsterdam.
Vrijdag, 1 Mei 1942.

De Burgemeester brengt ter tafel het aan hem uitgebrachte advies van de Commissie in zake prijsverhooging door oorlogstoestand, dd. 27 April 1942, No. 116 C.P.O., met betrekking tot de door den Directeur der Gemeentewaterleidingen in zijn rapport van 12 Februari 1942, No. 5821, afd. N.W., gestelde vraag, welke houding de Gemeente moet aannemen ten opzichte van een door de N.V. Amsterdamsche Ballast Maatschappij, aanneemster van het werk, betreffende het bouwen van een proeffilter-installatie aan het Amsterdam-Rijnkanaal nabij Breukelen, ingediend verzoek tot vergoeding van de kosten, voortvloeiende uit de invoering van het Besluit op de Vereveningsheffing per 1 September 1941.

Spreker deelt vervolgens mede, dat de Commissie voornoemd over de vorenbedoelde aangelegenheid in correspondentie is getreden met de Commissie tot vaststelling standaardprijzen en loonen voor rijkswerken en met den Dienst van den Gemachtigde voor de Prijzen, waarbij is gebleken:

dat de Directeur-Generaal van den Rijkswaterstaat, ten aanzien van waterstaatswerken, welke vóór 1 September 1941 zijn aanbesteed, het standpunt inneemt, dat de gevolgen van de Vereveningsheffing dezelfde zullen zijn als die van de loonsverhooging, zoodat de kosten daarvan, met andere loonsverhoogingen, loontoeslagen enz., vallen onder de geldende bijzondere bepalingen ter beperking van het risico van den aannemer, volgens welke in daarvoor in aanmerking komende gevallen een tegemoetkoming, ten bedrage van het vastgestelde percentage in de hoogere kosten, kan worden toegekend;

dat volgens het Hoofd van de Prijsvorming doorberekening van de Vereveningsheffing en de heffing ingevolge het Ziekenfondsenbesluit slechts geoorloofd is voor die contracten van aanbesteding, welke
a voor wat de Vereveningsheffing betreft, vóór 1 September 1941 waren afgesloten;
b voor wat het Ziekenfondsenbesluit aangaat, vóór 1 November 1941 waren afgesloten,
en dan nog uitsluitend voor die gevallen, waarbij in het bestek de bijzondere bepalingen ter beperking van het risico van den aannemer zijn opgenomen;

dat uit het vorenstaande blijkt, dat het Hoofd van de Prijsvorming niet uitgaat van het tijdstip van aanbesteding, zooals de Directeur-Generaal van den Rijkswaterstaat, maar van het tijdstip van gunning van het werk;

dat de eerstgenoemde commissie het door het Hoofd van de Prijsvorming ingenomen standpunt, om den datum van gunning als maatstaf te nemen, niet kan deelen, daar naar haar meening dient te worden uitgegaan van den datum van aanbesteding, zoodat ook voor de werken welke vóór 1 September 1941 zijn aanbesteed doch nà 1 September 1941 zijn gegund, de Vereveningsheffing voor vergoeding in aanmerking kan komen en dat haars inziens eenzelfde standpunt zou kunnen worden ingenomen ten aanzien van de kosten, voortvloeiende uit de invoering van het Ziekenfondsenbesluit per 1 November 1941;

dat de meergendoemde commissie voorts in overweging geeft in deze niet de regeling van den Rijkswaterstaat te volgen, daar naar haar meening de bijzondere bepalingen ter beperking van het risico van den aannemer, waaronder de Directeur-Generaal van den Rijkswaterstaat de gevolgen van de Vereveningsheffing wil rangschikken, hierin niet voorzien, weshalve door haar wordt geadviseerd de vergoeding van de kosten, voortvloeiende uit de invoering dier heffing te bepalen op 3% van de werkloonen, welke na de invoering van de heffing zullen blijken te zijn uitgegeven, hetgeen aan de hand van de loonlijsten kan worden nagegaan.

In overeenstemming met het advies van de Commissie in zake prijsverhooging door oorlogstoestand wordt het volgende besluit genomen:
De Burgemeester van Amsterdam;
B e s l u i t :
te bepalen, dat aan aannemers van gemeentewerken op hun verzoek kan worden uitgekeerd:
1e een tegemoetkoming in de kosten, welke voortvloeien uit de invoering van het Besluit op de Vereveningsheffing 1941, van 3% der loonen, waarover de Vereveningsheffing is betaald, mits de aanbesteding heeft plaats gehad vóór 1 September 1941;
2e een vergoeding van het gedeelte van de premie, dat ingevolge het Ziekenfondsenbesluit voor rekening van den aannemer komt, mits de aanbesteding heeft plaats gehad vóór 1 November 1941.

C.S. Stadhuis A'dam 5-'42
[Stempel: No 40 / M. 1942 16/5] * Kernproblematiek: De invoering van nieuwe sociale lasten tijdens de Duitse bezetting (de Vereveningsheffing en het Ziekenfondsenbesluit) zorgde voor onvoorziene kostenstijgingen voor aannemers die reeds lopende projecten of offertes hadden.
* Juridisch geschil: Er bestond onenigheid over de peildatum voor compensatie. Het "Hoofd van de Prijsvorming" wilde de datum van gunning aanhouden, terwijl de Amsterdamse commissie en Rijkswaterstaat pleitten voor de (vroegere) datum van aanbesteding. Dit is cruciaal voor werken die tussen de aanbesteding en de gunning getroffen werden door de nieuwe regels.
* Besluit: De Burgemeester kiest de zijde van de aannemers door de datum van aanbesteding als maatstaf te gebruiken. De vergoeding voor de Vereveningsheffing wordt vastgesteld op een forfaitair bedrag van 3% van de loonsom.
* Projectonderdeel: Specifiek wordt de N.V. Amsterdamsche Ballast Maatschappij genoemd in verband met een proeffilter-installatie bij het Amsterdam-Rijnkanaal (toen nog in aanleg) nabij Breukelen. * Historische context: Het document dateert van mei 1942, midden in de Tweede Wereldoorlog. De Nederlandse overheid en gemeenten moesten opereren binnen de kaders van de Duitse bezettingsmacht.
* Sociaal-economisch: De "Vereveningsheffing" was een belasting die in 1941 door de bezetter werd ingevoerd om de loonkosten in Nederland gelijk te trekken met die in Duitsland (onderdeel van de gelijkschakeling). Het "Ziekenfondsenbesluit" (1941) legde de basis voor het huidige Nederlandse zorgstelsel, maar betekende destijds een nieuwe kostenpost voor werkgevers.
* Bestuurlijke verhoudingen: Het document toont de bureaucratische afstemming tussen lokale diensten (Gemeentewaterleidingen), het gemeentebestuur en nationale organen (Rijkswaterstaat, Prijsbeheersing) in een complexe oorlogseconomie.

Samenvatting

  • Kernproblematiek: De invoering van nieuwe sociale lasten tijdens de Duitse bezetting (de Vereveningsheffing en het Ziekenfondsenbesluit) zorgde voor onvoorziene kostenstijgingen voor aannemers die reeds lopende projecten of offertes hadden.
  • Juridisch geschil: Er bestond onenigheid over de peildatum voor compensatie. Het "Hoofd van de Prijsvorming" wilde de datum van gunning aanhouden, terwijl de Amsterdamse commissie en Rijkswaterstaat pleitten voor de (vroegere) datum van aanbesteding. Dit is cruciaal voor werken die tussen de aanbesteding en de gunning getroffen werden door de nieuwe regels.
  • Besluit: De Burgemeester kiest de zijde van de aannemers door de datum van aanbesteding als maatstaf te gebruiken. De vergoeding voor de Vereveningsheffing wordt vastgesteld op een forfaitair bedrag van 3% van de loonsom.
  • Projectonderdeel: Specifiek wordt de N.V. Amsterdamsche Ballast Maatschappij genoemd in verband met een proeffilter-installatie bij het Amsterdam-Rijnkanaal (toen nog in aanleg) nabij Breukelen.

Historische Context

  • Historische context: Het document dateert van mei 1942, midden in de Tweede Wereldoorlog. De Nederlandse overheid en gemeenten moesten opereren binnen de kaders van de Duitse bezettingsmacht.
  • Sociaal-economisch: De "Vereveningsheffing" was een belasting die in 1941 door de bezetter werd ingevoerd om de loonkosten in Nederland gelijk te trekken met die in Duitsland (onderdeel van de gelijkschakeling). Het "Ziekenfondsenbesluit" (1941) legde de basis voor het huidige Nederlandse zorgstelsel, maar betekende destijds een nieuwe kostenpost voor werkgevers.
  • Bestuurlijke verhoudingen: Het document toont de bureaucratische afstemming tussen lokale diensten (Gemeentewaterleidingen), het gemeentebestuur en nationale organen (Rijkswaterstaat, Prijsbeheersing) in een complexe oorlogseconomie.

Kooplieden in dit dossier 100

A. Eijpe Waterlooplein
A. Eijpe Waterlooplein x
A.J.M. Ruhe Waterlooplein
A. Lagendijk Waterlooplein
A.C. Lagendijk Waterlooplein Wehrmacht
A.C. Loogman Waterlooplein
A.C. Loogman Waterlooplein
A.C. Pagendijk Waterlooplein rijdt voor Wehrmacht
A. de Bruin Waterlooplein
A. de Knijper Waterlooplein
A.R. Kuiper Waterlooplein
Abraham de Vries Waterlooplein houtgasgen.
A. Bosse Waterlooplein
A.H. Geerts Waterlooplein
A. Hoogins Waterlooplein driewieler aard ± 10 H.L.
A.W. Schouten Waterlooplein
A.W. Schouten Waterlooplein
A Janna [...] Waterlooplein
A. Jansen Waterlooplein
Abraham de Vries Waterlooplein houtgasgen.
Abraham de Vries Waterlooplein houtgasgen.
A. Wouters Waterlooplein
A.J. Pijnaker Waterlooplein
A.J. Pijnaker Waterlooplein
A.P. Tabak Waterlooplein
Aron Stodel Jr. Waterlooplein
A.P. Tabak Waterlooplein
A. Th. Boore Waterlooplein
A. Th. Sijperts Waterlooplein
Alle 100 kooplieden →