Ambbtelijke notitie / adviesbrief.
Origineel
Ambbtelijke notitie / adviesbrief. 11 februari 1942. [Bovenaan links:]
Aardappelvoorziening
[in rood:] 1e overz[icht?]
[Bovenaan rechts:]
A’dam, 11/2 1942
W. L. M.
16/2/42 182 A / 3 / 3 M
[Hoofdtekst:]
Onder terugzending van het met Uw kantbrief dd. 3 dezer en advies ontvangen stuk No 144 L.M. 1942 heb ik de eer U, in volgorde van de in dit stuk opgenomen punten, het volgende te berichten.
[Marge bij punt 1:]
L. de vroege aardapp., behoudens gedurende de periode der vroege aardappelen, steeds een voorraad aardappelen van tenminste 3 weken aanwezig moet zijn.
- Het komt mij gewenscht voor, dat het Gemeentebestuur er bij de N.I.C.A. op aandringt, dat er te Amsterdam steeds een voorraad aardappelen wordt aangehouden van tenminste 3 weken. De practijk heeft bewezen, dat een dergelijke voorraad steeds aanwezig moet zijn om de voedselvoorziening der stad, met uitzondering van een vorstperiode, wanneer de voorraden natuurlijk veel grooter moeten zijn, veilig te stellen.
[Marge bij punt 2 en 3:]
Ter zekerheid wordt opgemerkt dat het hier handelt over een doelmatige voorraad dus zonder de no-reserve mogelijk is.
2 en 3. Het hierbij gestelde kan ik in het algemeen onderschrijven. Desondanks acht ik het aanhouden van een voorraad voor 3 weken mogelijk, doch vooral noodzakelijk.
- Dit motief kan ik niet onderschrijven, aangezien het hier gaat om een verplaatsing van de transportmogelijkheden. Inderdaad zal in een bepaalde periode een grooter transport naar A’dam noodig zijn, doch zal de behoefte alleen, ook zolang de voorraad op peil is gebracht, andere periode minder zijn.
[Marge bij punt 5:]
Voorloopig meen ik op te moeten merken dat de bevoegdheden der groote handelaars in de herfstmaanden niet anders kan dan [onleesbaar] scheppen [onleesbaar].
-
Ik stel mij, ingevolge met den Bm. en u gemaakte afspraak, voor op dit punt een uitgebreid memorapport, meer speciaal t.a.v. de wintervoorziening, nader uit te brengen [doorgestreept: aan u voor te leggen].
-
Ik kan onderschrijven, dat het vervoer in het voorjaar gemakkelijker zal loopen, dan bv. in de nu afgeloopen vorstperiode. Het is gewenscht om behalve de voorraad, welke... [tekst breekt af]
--- Dit document is een ambtelijk advies over de logistiek van de aardappelvoorziening in Amsterdam tijdens de Duitse bezetting. De auteur reageert op een eerder stuk (No 144 L.M. 1942) en adviseert over het belang van een ijzeren voorraad.
De kern van het betoog is dat Amsterdam een permanente reserve van minimaal drie weken aan aardappelen moet aanhouden. De auteur benadrukt dat dit niet alleen mogelijk, maar strikt noodzakelijk is voor de voedselzekerheid van de stad. Er wordt een onderscheid gemaakt tussen de normale doorloop en de extra voorraden die nodig zijn tijdens vorstperiodes, wanneer transport (vaak via waterwegen) nagenoeg stil komt te liggen.
Opvallend is de vermelding van de N.I.C.A., de centrale instantie die door de bezetter was ingesteld om de distributie van landbouwproducten te beheersen. De auteur adviseert het gemeentebestuur om druk uit te oefenen op deze instantie. De tekst bevat veel correcties in de marge, wat wijst op een conceptversie of een document dat tijdens een overleg is geannoteerd.
--- Februari 1942 was een kritieke periode in de bezette Nederlanden. De winter van 1941-1942 was uitzonderlijk streng, wat leidde tot bevroren kanalen en grote problemen met de distributie van brandstof en voedsel. In de steden ontstonden hierdoor nijpende tekorten, met name aan aardappelen, het volksvoedsel bij uitstek.
Dit document reflecteert de lessen die de Amsterdamse ambtenaren trokken uit de "nu afgeloopen vorstperiode" die in de tekst wordt genoemd. Om een herhaling van de honger en chaos tijdens de winterkou te voorkomen, probeerde men een buffer van drie weken af te dwingen bij de centrale distributieorganen. Het document toont de bureaucratische realiteit van de voedselvoorziening: het constante schuiven met transportcapaciteit en het veiligstellen van voorraden in een tijd van toenemende schaarste en centrale controle door de bezetter.