Concept-brief of intern memo betreffende de voedselvoorziening.
Origineel
Concept-brief of intern memo betreffende de voedselvoorziening. (Hoofdtekst)
in pakhuizen c.a. te Amsterdam kunnen worden aangehouden, om de restanten der voorraden van de polders in de omgeving van A'dam zooveel mogelijk voor onze stad te reserveeren. Dit betreft niet alleen de voorraden in Ypolder en Haarlemmermeer, doch ook die in Houtrakpolder, Lutkemeerpolder en omgeving van Beverwijk. Zoovals U bekend is, wordt de laatste weken reeds uit bovengenoemde polders voor de voorziening van A'dam geput, zoodat, wanneer dit in de komende weken zal doorgaan, het de vraag is of er in het voorjaar in deze polders nog een noemenswaardige voorraad aanwezig zal zijn. In den Ypolder is op heden bijv. niet meer voorraad aanwezig dan [gevolgd door een open ruimte en een kruisverwijzing] en in den Houtrakpolder 12.200 hl.
(Onderste tekstblok, deels doorgehaald)
Ik merk hierbij op dat gedurende de levering der aardappelen ... dat geschiedde met ... geen bestendigheid over langer termijn mogelijk is.
(Marginale aantekeningen, linkerzijde)
- ls als extra reserve
- Te A'dam aanhouden
- Tussen ... voor de halve ... van Haarlem, Beverwijk en Zaandam en wel deels in het dagelijksch gebruik ... is geen ... aangestipt in IJpolder en Haarlemmermeer.
- afh. 24 Januari [gevolgd door onleesbare paraaf/stempel] Het document is een ambtelijk schrijven of een kladverslag over de precaire voedselvoorraad in de regio Amsterdam. De kern van de tekst draait om het veiligstellen van landbouwvoorraden (met name aardappelen, zoals onderaan vermeld) uit de omliggende polders voor de eigen bevolking van de stad Amsterdam.
Er is sprake van een zekere urgentie: de auteur waarschuwt dat als men op het huidige tempo blijft putten uit de voorraden in de IJpolder, Haarlemmermeer en Houtrakpolder, er in het voorjaar niets meer over zal zijn. De specifieke vermelding van "12.200 hl" (hectoliter) in de Houtrakpolder duidt op een inventarisatie van de op dat moment beschikbare hoeveelheden. De kanttekeningen suggereren een discussie over wat als "extra reserve" moet worden aangehouden en wat voor direct gebruik bestemd is. Dit document stamt zeer waarschijnlijk uit de periode van de Eerste Wereldoorlog (1914-1918). Hoewel Nederland neutraal was, kampte het land met enorme voedseltekorten door de haperende import en de Britse blokkade. Dit leidde tot de instelling van de Distributiewet (1916) onder minister Posthuma.
Amsterdam was voor zijn voedselvoorziening sterk afhankelijk van de direct omliggende polders. De spanning tussen de lokale behoefte van de landbouwregio's (zoals Haarlem en Beverwijk) en de enorme vraag vanuit de hoofdstad is in dit document duidelijk voelbaar. Het veiligstellen van "restanten der voorraden" in pakhuizen was een strategische handeling om hongersnood of onlusten (zoals het bekende Aardappeloproer van 1917) te voorkomen.