Ambtsbrief (afschrift).
Origineel
Ambtsbrief (afschrift). 16 Februari 1942. Rijksinspecteur van het Verkeer (Goederenvervoer), Amsterdam. Den HoogEdelAchtbaren Heer Burgemeester van Amsterdam. No.2A/3/5 M.1942 25/2 AFSCHRIFT.
No.243 L.M.1942 No.273 A.Z.1942.
RIJKSINSPECTEUR VAN HET VERKEER (GOEDERENVERVOER).
Amsterdam.
No.930/'42 Br.Eb.
den HoogEdelAchtbaren Heer
Burgemeester van Amsterdam,
Raadhuis,
A m s t e r d a m .
Onderwerp:
Benzine.
Amsterdam, 16 Februari 1942.
Beursgebouw, Kamer 17.
Hierbij heb ik de eer U, Hoogedelachtbare te berichten, dat mij uit een rapport van den Hoofdagent van den Autobevrachtingsdienst te Amsterdam, die gezorgd heeft voor de beschikbaarstelling van vrachtauto's voor vervoer van aardappelen uit de IJpolders naar de stad Amsterdam in de eerste helft dezer maand, gebleken is, dat op aanwijzingen van de Directie der Centrale Markthallen een aanzienlijke hoeveelheid benzine meer voor dit doel moet zijn verbruikt dan waarvoor door de Rijksverkeersinspectie machtigingen waren afgegeven. Het ongemachtigd verbruikte quantum moet ongeveer 7.000 liter bedragen.
Daar het niet meer aanwezig zijn van zulk een hoeveelheid benzine, zonder dat dit uit de verantwoording der machtigingen blijkt, noodlottige gevolgen zou kunnen hebben, zag ik mij verplicht, de Sectie Motorbrandstof Wegverkeer van de Afdeeling Vervoerwezen van het Departement van Waterstaat aanstonds telefonisch kennis te geven van deze omstandigheid.
Ik ontving daarop de opdracht, de aandacht van U, Hoogedelachtbare te vestigen op een telegram, dat onlangs door den Secretaris-Generaal van het Departement van Binnenlandsche Zaken is gericht tot de Hoofden der Nederlandsche Gemeente, waarin er aan wordt herinnerd, dat het verbruiken van motorbrandstof zonder de daartoe vereischte machtiging, strijdig met de Motorbrandstofbeschikking en dus ongeoorloofd is.
De bijzondere moeilijke omstandigheden, die zich in de afgeloopen weken bij de aardappelvoorziening van Amsterdam hebben voorgedaan zijn op het Departement van Waterstaat bekend, daar ik daarover herhaaldelijk rapport heb uitgebracht. Niettemin had de machtiging uiteraard gevraagd en afgewacht moeten zijn, temeer omdat voor dit doel ook benzine op regelmatige wijze toegewezen is geworden.
w.g.onleesbaar. Deze brief vormt een officiële berisping van de Rijksinspecteur van het Verkeer aan de burgemeester van Amsterdam. De kern van de zaak is de overschrijding van de brandstofquota: er is ongeveer 7.000 liter benzine ongemachtigd verbruikt voor het transport van aardappelen uit de IJpolders naar de Amsterdamse markthallen.
Hoewel de inspecteur erkent dat de aardappelvoorziening in een "bijzonder moeilijke" fase zat, benadrukt hij dat de bureaucratische regels (de Motorbrandstofbeschikking) strikt nageleefd hadden moeten worden. Het feit dat de Directie der Centrale Markthallen op eigen houtje extra brandstofverbruik heeft gefaciliteerd zonder de juiste papieren, wordt als een ernstige overtreding gezien die "noodlottige gevolgen" had kunnen hebben voor de brandstofverantwoording. De brief onderstreept de spanning tussen de dringende noodzaak van voedseldistributie en de rigide controle op schaarse middelen. Het document dateert van februari 1942, midden in de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. In deze periode was schaarste aan alles een feit, en brandstof was een van de meest streng gerantsoeneerde middelen. Het transportwezen stond onder strikt toezicht van zowel de Nederlandse departementen als de Duitse bezettingsautoriteiten.
De voedselvoorziening in de grote steden was een constante bron van zorg. De winter van 1941-1942 was bovendien zeer streng, wat het transport van basisbehoeften zoals aardappelen extra bemoeilijkte. De "IJpolders" (zoals de Wieringermeerpolder en de Noordoostpolder) waren cruciaal voor de voedselproductie. Dit document illustreert hoe de lokale Amsterdamse overheid en semioverheidsinstanties (zoals de Markthallen) soms de mazen in de wet opzochten om de stad te voeden, terwijl de centrale inspectiediensten de opdracht hadden om de ijzeren discipline van het distributiestelsel te handhaven.