Handgeschreven ambtelijk verslag of brief (pagina 2 van een groter geheel).
Origineel
Handgeschreven ambtelijk verslag of brief (pagina 2 van een groter geheel). (Pagina begint halverwege een zin)
[Bovenaan:] met den heer Vervloet [Rechtsboven:] 2
die 800 l. benzine per dag voor het betref-
fende vervoer toezegde. Deze hoeveelheid
benzine zou door bemiddeling van de
Rijksverkeersinspectie te Amsterdam op een
desbetreffende machtiging worden beschikbaar
gesteld; op deze wijze zijn ~~machtigingen~~ aan de Vebena
verstrekt voor 3 x 800 l. De benzine werd
getankt aan het pompstation op de C. M.
(de N.V. Service)
Uiteraard was deze hoeveelheid brandstof
zeer spoedig verbruikt, zoodat de leider van
den Vebena zich regelmatig met bovenge-
noemd Rijksbureau in verbinding stelde
voor het verkrijgen van meer benzine.
Volgens dezen leider werd hem dit
steeds toegezegd, zoodat de Vebena op
deze toezegging doorging met het tanken
van benzine, welke dus ~~niet meer~~
door machtigingen was gedekt. De N.V.
Service gaf de benzine af, zonder daar-
voor bons in ontvangst te nemen, omdat
de Vebena haar verzekerde, dat de
betreffende bons door Den Haag waren toe-
gezegd. Na de bovenvermelde 3 machtigingen
van 800 l. werd echter door de Rijksver-
keersinspectie te Amsterdam geen mach-
tiging meer verstrekt, zoodat de door
de N.V. Service verstrekte benzine niet
door bons werd gedekt.
Ik merk hierbij op dat mijn dienst
met de ~~onderhavige~~ (verstrekking van benzine) ~~verstrekking~~ geen bemoeienis ~~heeft~~
en met de distributie ervan geener-
lei bemoeienis heeft gehad, zoodat dezer-
zijds hiervoor geen enkele verantwoordelijkheid
kan worden genomen. N.m.m. dient adres-
sant zich hieromtrent te wenden tot voor-
genoemd Rijksbureau.
Vast staat n.m.m. dat het hierbedoelde
vervoer dringend noodzakelijk was, zoodat
[Kanttekening linkerzijde:]
de benzine, op welke manier dan ook, verstrekt had moeten worden.
[In kader linkerzijde:]
zie rapport
Burer:
machtiging
op zijn
naam!
zie hier
vermelden? De kern van dit document is een verantwoording over een administratieve onregelmatigheid bij de verstrekking van benzine. De organisatie 'Vebena' had toestemming voor 2400 liter (3 x 800 liter) via de Rijksverkeersinspectie Amsterdam. Toen deze op was, bleef Vebena tanken bij 'N.V. Service' op basis van de belofte dat er nieuwe machtigingen (bons) uit Den Haag zouden komen. Deze machtigingen bleven echter uit, waardoor N.V. Service benzine heeft geleverd zonder de vereiste distributiepapieren.
De schrijver van het document benadrukt expliciet dat zijn of haar dienst geen enkele bemoeienis had met deze specifieke gang van zaken en wijst elke verantwoordelijkheid af. Tegelijkertijd wordt er in de marge en in de laatste zin een morele of praktische rechtvaardiging gegeven: het transport was 'dringend noodzakelijk', wat suggereert dat de regels bewust (en volgens de schrijver terecht) werden omzeild. Het document illustreert de bureaucratische werkelijkheid in Nederland tijdens een periode van schaarste en distributie (waarschijnlijk 1940-1948). Benzine was uiterst schaars en strikt gereguleerd via een systeem van machtigingen en distributiebonnen, beheerd door Rijksbureaus.
De tekst toont het spanningsveld tussen strikte regelgeving enerzijds en de dringende behoefte aan transport anderzijds. De vrees voor administratieve repercussies is duidelijk voelbaar in de manier waarop de auteur zich distantieert van de gemaakte fouten, terwijl hij de noodzaak van de handeling (het leveren van brandstof zonder bonnen) verdedigt. De genoemde 'Vebena' was waarschijnlijk een transportorganisatie of een bedrijf belast met essentiële goederenstroom. N.V. Rijksbureau