Afschrift (kopie) van een brief.
Origineel
Afschrift (kopie) van een brief. 11 maart 1942 (de dag "11" is met de hand ingevoegd). De Burgemeester van Amsterdam (E.J. Voûte) en de Gemeentesecretaris (J.F. Franken). Dr. H.M. Hirschfeld, Secretaris-Generaal van het Departement van Handel, Nijverheid en Scheepvaart in 's-Gravenhage. [Handgeschreven linksboven:] No 2A/3/7 M. 1942 13/3
[Handgeschreven rechtsboven:] m i Dr Marktw.
Afschrift
Aan
den heer Dr. H.M. Hirschfeld,
Secretaris-Generaal van het Departement
van Handel, Nijverheid en Scheepvaart,
's-G R A V E N H A G E.
Afd. L.M.
No. 144 -1942-
Amsterdam, 11 Maart 1942.
Naar ik bemerk, bestaat de opvatting dat het verbruik van aardappelen alhier 45000 hl per week bedraagt. Deze opvatting is niet juist, daar het verbruik op 55.000 hl kan worden geschat. De oorzaak hiervan is, dat vele bonnen uit het land naar deze Gemeente worden gezonden om hier te worden geïncasseerd. Zoo is dit o.a. het geval met vele inwoners van het Gooi, een gebruik, waartegen wel niets zal zijn te doen. In elk geval verzoek ik U dringend met deze omstandigheid rekening te houden, en dus opdracht te willen geven aan Amsterdam per week 55.000 hl aardappelen te doen toewijzen.
VM De Burgemeester van Amsterdam,
(get.) V o û t e
de Gemeentesecretaris,
(get.) J. F. FRANKEN
[Handgeschreven onderaan:] 20 L [en rechtsonder:] 2A In deze brief protesteert de burgemeester van Amsterdam tegen de officiële schatting van het wekelijkse aardappelverbruik in de stad. De centrale overheid gaat uit van 45.000 hectoliter, terwijl de werkelijke behoefte volgens de burgemeester op 55.000 hectoliter ligt.
De reden voor dit tekort is een administratief-logistiek probleem: mensen van buiten de stad (met name uit het Gooi) sturen hun distributiebonnen naar Amsterdam om ze daar te laten verzilveren ("incasseren"). Hierdoor moet Amsterdam meer monden voeden dan waarvoor zij officieel voorraden krijgt toegewezen. De burgemeester verzoekt dringend om de wekelijkse toewijzing met 10.000 hectoliter te verhogen om aan de feitelijke vraag te kunnen voldoen. Dit document stamt uit het voorjaar van 1942, midden in de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. De voedselvoorziening werd in deze periode steeds nijpender en stond onder strikte controle van het distributiestelsel.
- H.M. Hirschfeld: Als secretaris-generaal bleef Hirschfeld tijdens de bezetting aan om de Nederlandse economie en voedselvoorziening zo goed mogelijk draaiende te houden onder Duits toezicht. Hij was een sleutelfiguur in het overleg tussen de Nederlandse bureaucreatie en de bezetter.
- E.J. Voûte: Edward Voûte was de door de Duitsers benoemde regeringscommissaris (burgemeester) van Amsterdam. Hoewel hij collaboreerde, hield hij zich ook intensief bezig met het draaiende houden van de stad en de zorg voor de voedselvoorziening voor zijn burgers.
- Schaarsheid: Aardappelen waren het volksvoedsel bij uitstek. Een tekort van bijna 20% op de wekelijkse behoefte (het verschil tussen 45.000 en 55.000 hl) zou direct leiden tot grote onrust en honger in de stad. De brief toont de bureaucratische strijd om middelen in een tijd van toenemende schaarste. E.