Archief 745
Inventaris 745-368
Pagina 254
Dossier 2A
Jaar 1942
Stadsarchief

Concept-brief (handgeschreven ontwerp)

16 juli 1942

Origineel

Concept-brief (handgeschreven ontwerp) 16 juli 1942 [Links boven:]
Aardappelvoor-
ziening v.
A'dam.

[Midden boven:]
$20/31^{12}$

[Rechts boven:]
A'dam, $16/7$ 1942
W. L. M.

[In rood potlood, doorgehaald:]
~~concept ant~~
~~woord~~
~~te bespreken~~

[Hoofdtekst:]
Onder terugzending van
het met Uw kantbrief dd.
[viller?] jl. om spoedig advies
ontvangen stuk, waarvan de behan-
deling is vertraagd, doordat ~~de figuren uit de~~ bij de plaatselijke
afdeeling der Vebena ~~moesten worden~~
~~hierover~~ ~~onderzoek is ingesteld~~, heb ik de
eer U te berichten, dat in de 17
weken van 12 Januari jl. tot 9 Mei
jl. volgens de officieele cijfers
van genoemde plaatselijke afdeeling
zijn afgeleverd voor de bevolking
van A'dam rond 964.400 hl.
aardappelen of gemiddeld per
week 56.770 hl. d.i. 3970 ton.
Dit is dus blijkbaar de hoeveelheid aar-
dappelen, die A'dam moet ontvangen
om de bevolking volgens de ingeleverde
bonnen te voorzien.
Ik vermeld hierbij, dat inder-
daad die hoeveelheden worden geleverd,
welke A'dam ~~blijkbaar [onleesbaar] op [onleesbaar]~~ noodig heeft, doch deze

[Verticale tekst in de linker marge:]
terwijl de toewijzing aan Amsterdam volgens de vastgestelde rantsoenen geschiedt. Uit het vorenstaande blijkt, [dat?] hooger zijn dan die gen. in de voedselvoorziening [onleesbaar] zijn, zooals uit bovenvermelde cijfers niet. Dit document is een ambtelijk concept waarin de feitelijke aardappelvoorziening van Amsterdam in de eerste helft van 1942 wordt geanalyseerd. De auteur (W.L.M.) stelt vast dat er in een periode van 17 weken aanzienlijke hoeveelheden aardappelen zijn geleverd (gemiddeld bijna 4000 ton per week).

De kern van de rapportage ligt in de vaststelling dat deze leveringen gebaseerd zijn op de "ingeleverde bonnen" (de werkelijke behoefte), maar dat dit mogelijk niet strookt met de officiële rantsoenen die door de centrale voedselvoorzieningsinstanties waren vastgesteld. De aantekeningen in de marge suggereren een kritische noot: de werkelijke leveringen lijken hoger te liggen dan wat volgens de officiële papieren de bedoeling was. De referentie naar "Vebena" verwijst naar de Vereniging van Beheerders van Landbouwaangelegenheden, een organisatie die tijdens de bezetting een centrale rol speelde in de distributie van landbouwproducten. In 1942 bevond Nederland zich in het derde jaar van de Duitse bezetting. De voedseldistributie werd steeds strakker gereguleerd via een bonnensysteem om tekorten te beheersen en de Duitse oorlogsmachine te bevoorraden. Hoewel de beruchte Hongerwinter nog ver weg was, ontstonden er in 1942 al spanningen tussen de lokale behoeften van grote steden zoals Amsterdam en de centrale (vaak door de bezetter gecontroleerde) distributieplannen.

Dergelijke documenten tonen de bureaucratische werkelijkheid van de bezetting: ambtenaren die proberen de cijfers van de voedselstroom te rijmen met de officiële voorschriften, terwijl de druk op de voedselvoorziening in de grote steden gestaag toenam. Het gebruik van afkortingen zoals "A'dam" en de zakelijke toon zijn typerend voor de ambtelijke correspondentie uit die periode.

Samenvatting

Dit document is een ambtelijk concept waarin de feitelijke aardappelvoorziening van Amsterdam in de eerste helft van 1942 wordt geanalyseerd. De auteur (W.L.M.) stelt vast dat er in een periode van 17 weken aanzienlijke hoeveelheden aardappelen zijn geleverd (gemiddeld bijna 4000 ton per week).

De kern van de rapportage ligt in de vaststelling dat deze leveringen gebaseerd zijn op de "ingeleverde bonnen" (de werkelijke behoefte), maar dat dit mogelijk niet strookt met de officiële rantsoenen die door de centrale voedselvoorzieningsinstanties waren vastgesteld. De aantekeningen in de marge suggereren een kritische noot: de werkelijke leveringen lijken hoger te liggen dan wat volgens de officiële papieren de bedoeling was. De referentie naar "Vebena" verwijst naar de Vereniging van Beheerders van Landbouwaangelegenheden, een organisatie die tijdens de bezetting een centrale rol speelde in de distributie van landbouwproducten.

Historische Context

In 1942 bevond Nederland zich in het derde jaar van de Duitse bezetting. De voedseldistributie werd steeds strakker gereguleerd via een bonnensysteem om tekorten te beheersen en de Duitse oorlogsmachine te bevoorraden. Hoewel de beruchte Hongerwinter nog ver weg was, ontstonden er in 1942 al spanningen tussen de lokale behoeften van grote steden zoals Amsterdam en de centrale (vaak door de bezetter gecontroleerde) distributieplannen.

Dergelijke documenten tonen de bureaucratische werkelijkheid van de bezetting: ambtenaren die proberen de cijfers van de voedselstroom te rijmen met de officiële voorschriften, terwijl de druk op de voedselvoorziening in de grote steden gestaag toenam. Het gebruik van afkortingen zoals "A'dam" en de zakelijke toon zijn typerend voor de ambtelijke correspondentie uit die periode.

Locaties

Amsterdam

Kooplieden in dit dossier 100

A. Eijpe Waterlooplein
A. Eijpe Waterlooplein x
A.J.M. Ruhe Waterlooplein
A. Lagendijk Waterlooplein
A.C. Lagendijk Waterlooplein Wehrmacht
A.C. Loogman Waterlooplein
A.C. Loogman Waterlooplein
A.C. Pagendijk Waterlooplein rijdt voor Wehrmacht
A. de Bruin Waterlooplein
A. de Knijper Waterlooplein
A.R. Kuiper Waterlooplein
Abraham de Vries Waterlooplein houtgasgen.
A. Bosse Waterlooplein
A.H. Geerts Waterlooplein
A. Hoogins Waterlooplein driewieler aard ± 10 H.L.
A.W. Schouten Waterlooplein
A.W. Schouten Waterlooplein
A Janna [...] Waterlooplein
A. Jansen Waterlooplein
Abraham de Vries Waterlooplein houtgasgen.
Abraham de Vries Waterlooplein houtgasgen.
A. Wouters Waterlooplein
A.J. Pijnaker Waterlooplein
A.J. Pijnaker Waterlooplein
A.P. Tabak Waterlooplein
Aron Stodel Jr. Waterlooplein
A.P. Tabak Waterlooplein
A. Th. Boore Waterlooplein
A. Th. Sijperts Waterlooplein
Alle 100 kooplieden →