Intern memorandum / ambtelijke notitie op een voorgedrukte kaart.
Origineel
Intern memorandum / ambtelijke notitie op een voorgedrukte kaart. 3 november 1942 (of 11 maart, afhankelijk van de destijds gehanteerde notatie, maar gezien de tekst over de periode tot mei is november waarschijnlijker als archiveringsdatum). Doorgezonden op 6 mei 1942. [Linksboven in stempel/kader:]
BIJBLAD VAN:
M. No. 2A / 3/11 1942
DOORGEZONDEN: 6/5 '42
[Hoofdtekst:]
In de 16 weken, van 12 Januari j.l.
tot 2 mei j.l. zijn door Rijksbureau
afgeleverd voor bevolking, Centrale
keuken, instellingen resp. op bonnen +
toewijzingen, bruto voor Rgn voor Ph
aardappels of gemiddeld 55.000 Rk per
week = 3.850 ton. Dit is dus blijkbaar
de hoeveelheid die Amsterdam moet
ontvangen om de rechthebbenden van
aardappels te voorzien.
Er wordt inderdaad geleverd
wat Amsterdam nodig is maar die
hoeveelheid is hooger dan de D.G. P.P.
meent. Het document is een ambtelijke notitie betreffende de distributie van aardappelen in Amsterdam gedurende de eerste vier maanden van 1942. De schrijver berekent dat er in een periode van 16 weken (januari tot mei) gemiddeld 55.000 eenheden (mogelijk Rijkskilogrammen of hectoliters, aangeduid als 'Rk') per week nodig waren voor de bevolking, de Centrale Keukens en diverse instellingen.
De totale som over deze periode wordt gesteld op 3.850 ton. De kern van de notitie is de slotopmerking: de schrijver stelt vast dat Amsterdam weliswaar de benodigde hoeveelheden ontvangt, maar dat deze behoefte hoger ligt dan wat de "D.G. P.P." (waarschijnlijk de Directeur-Generaal voor de Prijzen en de Productie) veronderstelt. Er is dus sprake van een discrepantie tussen de centrale planning en de lokale realiteit van de voedselvoorziening. Dit document stamt uit het voorjaar en de vroege zomer van 1942, tijdens de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog. De voedselvoorziening was in deze periode strikt gereguleerd via het distributiestelsel (bonnen en toewijzingen). De "Rijksbureaus" waren door de bezetter gecontroleerde organen die toezagen op de productie en distributie van schaarse goederen.
De "Centrale Keukens" waren in het leven geroepen om de armere delen van de bevolking van warme maaltijden te voorzien, aangezien brandstof en voedsel voor individuele huishoudens steeds schaarser werden. De notitie legt de vinger op de spanning tussen de bureaucratische ramingen van de bezettingsautoriteiten (D.G. P.P.) en de daadwerkelijke consumptiebehoefte in een grote stad als Amsterdam. Het toont aan dat lokale ambtenaren nauwgezet de tekorten en behoeften probeerden te monitoren om de voedselvoorziening op peil te houden.