Archief 745
Inventaris 745-368
Pagina 286
Dossier 2A
Jaar 1942
Stadsarchief

Ambbtelijke brief/memorandum betreffende voedselvoorziening.

22 april 1942. Van: Onbekend (waarschijnlijk een gemeentelijke dienst of adviseur, zie handgeschreven notitie "dossier M. van Dunhove"). Aan: Den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen te Amsterdam ("Alhier").

Origineel

Ambbtelijke brief/memorandum betreffende voedselvoorziening. 22 april 1942. Onbekend (waarschijnlijk een gemeentelijke dienst of adviseur, zie handgeschreven notitie "dossier M. van Dunhove"). Den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen te Amsterdam ("Alhier"). [Handgeschreven rechtsboven:] dossier M. van Dunhove
[Getypt rechtsboven:] G.

[Linkerbovenhoek:]
2A/6/3 M
n 2

[Rechtsboven:]
22 April 1942.

[Onderwerpregel links:]
Bouw aardappelhutten
op Centrale Markt.

[Adresblok rechts:]
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r.

Onder terugzending van de met Uw kantbrief d.d. 21
dezer om zeer spoedig advies ontvangen stukken No.217 L.M.
1942 heb ik de eer U te berichten, dat ik my met den tech-
nischen opzet der plannen, in aanmerking nemende, dat het
hier een werk van tydelyken aard betreft, kan vereenigen.
Evenwel meen ik nog het volgende onder Uw aandacht te moeten
brengen.

In het seizoen 1941/42 is rond 260.000 hl. aardappelen
te dezer stede opgeslagen geweest, waarvan rond 160.000 hl.
in pakhuizen en de rest in schepen en lichters. Gebleken is,
dat ondanks de maatregelen, waardoor een deel der bevolking
zelf een kleinen wintervoorraad van aardappelen heeft kunnen
opdoen en ondanks het feit, dat na het intreden van de vorst-
periode nog rond 100.000 hl. aardappelen werden aangevoerd,
deze voorraad slechts heeft kunnen strekken voor rond 4 à 5
weken. Gezien de langdurige winterperiode in dit seizoen en
de daarby opgedane ervaringen, moet myns inziens voor het
winterseizoen 1942/1943 gerekend worden met een opslag voor
stel minstens 8 weken. Daarby moet myns inziens rekening wor-
den gehouden met de mogelykheid, dat, met het oog op de graan-
positie en die van andere levensmiddelen, het aardappelrant-
soen eventueel nog zal moeten worden opgevoerd. By handhaving
van het rantsoen aardappelen van 3 ½ kg. per week en per hoofd
van de bevolking is de behoefte voor Amsterdam te stellen op
rond 60.000 hl. per week (voor bevolking, keukens, instel-
lingen, enz.). Voor een 8-weeksche periode van opslag zou dan
benoodigd zyn rond 500.000 hl., dit is byna het dubbele van
den winteropslag 1941/1942.

De plaatselyke afdeeling der Vebena heeft by het ver-
krygen van opslagruimte, die zoowel wat inrichting als lig-
ging betreft voor het doel geschikt moest zyn, verschillende
moeilykheden gehad, zoowel doordat de eigenaars, van wie pan-
den moesten worden gehuurd, deze niet gaarne voor den opslag
van aardappelen wilden afstaan, terwyl ook de gevraagde huur-
pryzen veelal bezwaren schynen te hebben opgeleverd. Voor
zoover de hieromtrent door de Vebena verstrekte inlichtingen
gaan, is voor kosten van opslag een zeker bedrag uitgetrokken, * Kernboodschap: De schrijver adviseert positief over het technische plan voor de bouw van tijdelijke opslagplaatsen ("aardappelhutten") op de Centrale Markt. De noodzaak hiertoe wordt onderbouwd met schrikbarende cijfers over de voedselbehoefte van Amsterdam.
* Capaciteitsproblematiek: De ervaring uit de winter van 1941/42 leerde dat de voorraad van 260.000 hectoliter (hl) slechts genoeg was voor 4 à 5 weken. Voor de komende winter (1942/43) wordt gemikt op een reserve voor 8 weken, wat een verdubbeling van de opslagcapaciteit naar 500.000 hl vereist.
* Schaarsheid en Rantsoenering: Er wordt gewaarschuwd dat de rol van de aardappel in het dieet van de Amsterdammer nog belangrijker zal worden naarmate andere middelen, zoals graan, schaarser worden. Het toenmalige rantsoen bedroeg 3,5 kg per persoon per week.
* Logistieke Hindernissen: De "Vebena" (Vereniging ter Behartiging van den Handel in Aardappelen, Groenten en Fruit) ondervond weerstand van private pandeigenaren die hun gebouwen niet wilden verhuren voor aardappelopslag, vaak vanwege te lage huurvergoedingen of de aard van het product. Dit document stamt uit het hart van de Tweede Wereldoorlog tijdens de Duitse bezetting van Nederland. Voedselvoorziening was in 1942 een kritieke prioriteit voor het Amsterdamse gemeentebestuur. De winter van 1941/1942 was extreem streng geweest, wat leidde tot bevroren transportroutes en tekorten.

De "Centrale Markt" waarnaar verwezen wordt, is de groothandelsmarkt aan de Jan van Galenstraat. De genoemde organisatie "Vebena" speelde een centrale rol in de distributieketen onder toezicht van de bezetter. Het document illustreert de verschuiving naar een totale oorlogseconomie waarbij de overheid gedwongen was tot noodoplossingen, zoals het bouwen van tijdelijke hutten op openbare terreinen, omdat reguliere opslagruimte onvoldoende of onbeschikbaar was.

Samenvatting

  • Kernboodschap: De schrijver adviseert positief over het technische plan voor de bouw van tijdelijke opslagplaatsen ("aardappelhutten") op de Centrale Markt. De noodzaak hiertoe wordt onderbouwd met schrikbarende cijfers over de voedselbehoefte van Amsterdam.
  • Capaciteitsproblematiek: De ervaring uit de winter van 1941/42 leerde dat de voorraad van 260.000 hectoliter (hl) slechts genoeg was voor 4 à 5 weken. Voor de komende winter (1942/43) wordt gemikt op een reserve voor 8 weken, wat een verdubbeling van de opslagcapaciteit naar 500.000 hl vereist.
  • Schaarsheid en Rantsoenering: Er wordt gewaarschuwd dat de rol van de aardappel in het dieet van de Amsterdammer nog belangrijker zal worden naarmate andere middelen, zoals graan, schaarser worden. Het toenmalige rantsoen bedroeg 3,5 kg per persoon per week.
  • Logistieke Hindernissen: De "Vebena" (Vereniging ter Behartiging van den Handel in Aardappelen, Groenten en Fruit) ondervond weerstand van private pandeigenaren die hun gebouwen niet wilden verhuren voor aardappelopslag, vaak vanwege te lage huurvergoedingen of de aard van het product.

Historische Context

Dit document stamt uit het hart van de Tweede Wereldoorlog tijdens de Duitse bezetting van Nederland. Voedselvoorziening was in 1942 een kritieke prioriteit voor het Amsterdamse gemeentebestuur. De winter van 1941/1942 was extreem streng geweest, wat leidde tot bevroren transportroutes en tekorten.

De "Centrale Markt" waarnaar verwezen wordt, is de groothandelsmarkt aan de Jan van Galenstraat. De genoemde organisatie "Vebena" speelde een centrale rol in de distributieketen onder toezicht van de bezetter. Het document illustreert de verschuiving naar een totale oorlogseconomie waarbij de overheid gedwongen was tot noodoplossingen, zoals het bouwen van tijdelijke hutten op openbare terreinen, omdat reguliere opslagruimte onvoldoende of onbeschikbaar was.

Kooplieden in dit dossier 100

A. Eijpe Waterlooplein
A. Eijpe Waterlooplein x
A.J.M. Ruhe Waterlooplein
A. Lagendijk Waterlooplein
A.C. Lagendijk Waterlooplein Wehrmacht
A.C. Loogman Waterlooplein
A.C. Loogman Waterlooplein
A.C. Pagendijk Waterlooplein rijdt voor Wehrmacht
A. de Bruin Waterlooplein
A. de Knijper Waterlooplein
A.R. Kuiper Waterlooplein
Abraham de Vries Waterlooplein houtgasgen.
A. Bosse Waterlooplein
A.H. Geerts Waterlooplein
A. Hoogins Waterlooplein driewieler aard ± 10 H.L.
A.W. Schouten Waterlooplein
A.W. Schouten Waterlooplein
A Janna [...] Waterlooplein
A. Jansen Waterlooplein
Abraham de Vries Waterlooplein houtgasgen.
Abraham de Vries Waterlooplein houtgasgen.
A. Wouters Waterlooplein
A.J. Pijnaker Waterlooplein
A.J. Pijnaker Waterlooplein
A.P. Tabak Waterlooplein
Aron Stodel Jr. Waterlooplein
A.P. Tabak Waterlooplein
A. Th. Boore Waterlooplein
A. Th. Sijperts Waterlooplein
Alle 100 kooplieden →