Handgeschreven conceptbrief/notitie.
Origineel
Handgeschreven conceptbrief/notitie. 12 september 1942. [Linksboven, rood:] 1 x concept
[Linksboven:] bouw aardappel-hutten op C.M.
[Rechtsboven:] A’dam, 12/9 1942
Weth. Lev. [Wethouder Levensmiddelenvoorziening]
In verband met de plannen tot het bouwen van een complex hutten op de C.M. tot opslag van rond 50.000 Hl. aardappelen heb ik de eer Uw aandacht te vestigen op het volgende.
In vorige jaren is rond deze stede een oppertage [?] geweest waarvan rond 160.000 pakhuisen of de rest in schepen en lichteren.
Gebleken is, dat ondanks de maatregelen die genomen zijn, een deel der bevolking zelf en kleine winkeliers van aardappels heeft kunnen opstaan [stelen?] en ondanks het feit dat in de vorstperiode nog met de aardappelen werd gemanoeuvreerd deze voorraad slechts heeft kunnen strekken voor [doorgestreept] weken.
Gezien deze ervaring moet voor het winter seizoen 1942/43 gerekend worden met een opslag van stel minstens 4 weken.
Daarbij moet in aanmerking worden genomen dat met het oog op de graanpositie en die van andere levensmiddelen, het aardappelrantsoen wel verhoogd zal moeten worden. Indien ik juist ben ingelicht zou er sprake zijn om de uitvoering van teelt tot te bebouwen areaal en door bevordering van de teelt van soorten welke een hoog besluit leveren (Eigenheimers, Bevelanders, bintjes ed.) de opbrengst zodanig op te voeren dat het rantsoen kan worden gebracht op 4 à 5 kg per hoofd en per week. Ook gedurende de vorige oorlog werd het tekort aan andere primaire levensmiddelen zoveel mogelijk opgevangen in verhoging van het aardappelrantsoen; dit bedroeg aanvankelijk 3 kg per hoofd en per week en werd successievelijk gebracht op 4 kg en gedurende sommige periodes zelfs tot 5 en zelfs tot 6 kg per hoofd en per week.
[Kantlijn links onderaan:]
- en de compensatie van
- waarom dit opnemen? Dit document is een ambtelijk concept waarin de noodzaak voor de bouw van extra opslagcapaciteit (zogenaamde 'hutten' of tijdelijke opslagplaatsen) voor aardappelen op het terrein van de Centrale Markt (C.M.) wordt onderbouwd. De schrijver blikt terug op het voorgaande jaar (winter 1941-1942), waarin de aardappelvoorraad kwetsbaar bleek voor diefstal door de bevolking en tekorten door vorstschade.
De kern van het argument is dat de aardappel een cruciale rol speelt in de voedselvoorziening wanneer andere middelen (zoals graan/brood) schaars worden. Er wordt een historische parallel getrokken met de Eerste Wereldoorlog ("de vorige oorlog") om te rechtvaardigen waarom er gerekend moet worden op een hoger weekrantsoen (4 tot 6 kg per persoon). De kritische kanttekening in de marge ("waarom dit opnemen?") suggereert dat een meelezer of superieur twijfelde aan de relevantie van deze historische vergelijking voor de huidige planning. Het document dateert uit september 1942, de periode van de Duitse bezetting in Nederland. De voedselvoorziening werd in deze periode steeds nijpender. De winter van 1941/1942 was extreem streng geweest, wat leidde tot bevroren voorraden en distributieproblemen. De Centrale Markt in Amsterdam (aan de Jan van Galenstraat) was het logistieke hart van de voedselstroom in de stad.
De genoemde aardappelrassen (Eigenheimers, Bintjes) waren destijds de standaard. De brief illustreert hoe de overheid (de gemeente Amsterdam en de Wethouder Levensmiddelenvoorziening) probeerde te anticiperen op de komende winter door noodvoorraden aan te leggen om sociale onrust en honger te voorkomen. De verwijzing naar "kleine winkeliers" en "de bevolking" die aardappelen wegnamen, duidt op de groeiende wanhoop en de opkomst van de zwarte handel in die jaren. Levensmiddelenvoorziening (Wethouder) Gemeente Amsterdam