Archiefdocument
Origineel
27 februari 1942 Onbekend (waarschijnlijk een ambtenaar van de afdeling economische zaken of distributie) VD/HG.
2A/7/2 M.
1
Verzonden 27/2
27 Februari 1942.
Vestiging wijklooper
J.J.Bruinsma (aardappelen).
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .
Onder terugzending van het met Uw kantbrief d.d. 18 dezer om advies ontvangen stuk No.222 L.M.1942 heb ik de eer U te berichten, dat sedert 2 December 1941 een algemeen vestigingsverbod voor den kleinhandel is uitgevaardigd met andere woorden men mag geen winkel openen, zonder daarvoor vooraf vergunning te hebben aangevraagd bij het Departement van Handel, Nijverheid en Scheepvaart. Alleen reeds om deze reden had adressant geen winkel mogen openen.
Daarbij komt nog, dat alle aardappel-kleinhandelaren, krachtens Rijksvoorschrift, zijn aangesloten bij de Stichting "Centraal Belang". Handelaren, die bij deze stichting niet zijn aangesloten, kunnen van de V.B.N.A. (de Groothandel) geen aardappelen betrekken. Een van de Bestuursbesluiten van Centraal Belang te Den Haag, welke Besluiten worden goedgekeurd door den Secretaris-Generaal van Landbouw en Visscherij, luidt, dat een aangesloten kleinhandelaar geen winkel mag openen of verplaatsen, zonder toestemming van het Hoofdbestuur van "Centraal Belang".
Adressant, die vaste wijklooper is, heeft echter, zonder met een en ander rekening te houden, een winkel geopend op een punt, waar eenige meters verder reeds een zaak in aardappelen, groente en fruit was gevestigd. Het gevolg hiervan was, dat niet de klanten van adressant hierdoor werden geholpen (deze zijn waarschijnlijk over een groot gedeelte der stad verspreid en zullen zeker niet bereid zijn geweest om groote afstanden af te leggen om den winkel te bezoeken), doch dat een gedeelte van de klanten van den gevestigden winkelier door adressant werden bediend. Op klachten van dezen winkelier, die in één week tijd na de vestiging van adressant zijn aardappelverkoop zag terugloopen van 1800 rantsoenen tot 1270 rantsoenen, heeft de Plaatselijke Afdeeling van "Centraal Belang" ingegrepen en het verder handelen van adressant vanuit den winkel verboden. Toen adressant zich aan dit verbod niet stoorde, is zijn aardappeltoewijzing ingehouden. * Juridische Context: De brief verwijst naar het vestigingsverbod van 2 december 1941. Dit was een maatregel van de bezetter om de economie volledig te controleren en wildgroei in de detailhandel (vaak een vluchtroute voor werklozen) tegen te gaan.
* Bureaucratische Controle: De handel in primaire levensbehoeften zoals aardappelen was tijdens de oorlog strikt gereguleerd via de Stichting "Centraal Belang". Zonder lidmaatschap en goedkeuring van deze stichting was legale handel onmogelijk, omdat de V.B.N.A. (Vereniging van Belanghebbenden bij de Nederlandsche Aardappelhandel) dan geen goederen leverde.
* Conflict: Het document beschrijft een klassiek geval van oneerlijke concurrentie in oorlogstijd. Een 'wijklooper' (ambulante handelaar) opent illegaal een fysieke winkel vlak naast een bestaande concurrent. De impact wordt gekwantificeerd in "rantsoenen": de gevestigde winkelier verloor in een week tijd de klandizie van ruim 500 rantsoenen.
* Sancties: De macht van de controlerende organen blijkt uit de laatste zin: het intrekken van de "toewijzing". Zonder toewijzing kreeg de handelaar geen aardappelen meer geleverd, wat effectief het einde van zijn bedrijfsvoering betekende. Dit document stamt uit februari 1942, de periode waarin de Duitse bezetter de greep op de Nederlandse samenleving en distributie steeds verder verstrakte. De schaarste aan voedsel maakte de aardappelhandel tot een vitale sector. De "Secretaris-Generaal van Landbouw en Visscherij" (destijds de pro-Duitse J.FE. van Son) had de supervisie over deze besluitvorming. Het document illustreert de verstikkende werking van de oorlogsbureaucratie, waarbij zelfs het openen van een kleine aardappelwinkel een zaak was die op het niveau van het Departement en het Wethouderschap werd besproken.