Intern ambtelijk begeleidingsformulier ("Bijblad").
Origineel
Intern ambtelijk begeleidingsformulier ("Bijblad"). Gedrukte velden en metadata (linksboven):
B I J B L A D V A N :
M.* No. 2A/12/5 1942 [handgeschreven: 2A/12/5, '2']
DOORGEZONDEN: 4/5-1942. [handgeschreven datum]
Aantekening in blauw vetkrijt (linksboven):
M. Minister
ter info [?]
Spoed
4/5-42
Ar
Aantekening in rood potlood (midden):
Mr. Bruin te ontvangen
met speciale aandacht voor
3e alinea
7-5-42
Hoofdtekst in potlood:
administratie van de [..de] vruchten
is zoodanig, dat onmiddellijk de
uitstaande vruchten per [..] kunnen
worden waargenomen.
zoodra ik meer tijd heb zal ik die
lijsten overleggen.
Vs [?] 12/5 42 [Paraaf/Handtekening]
Aantekening in rood potlood (rechts):
Rep. 15/6 42
Drukkerijgegevens (linksonder):
Alg. Zaken-Model No. 14
14333-1000-7-'41-1727 Dit document fungeerde als een soort 'routing slip' of begeleidend memo binnen een Nederlands ministerie (waarschijnlijk Algemene Zaken) tijdens de Duitse bezetting in 1942. Het document toont de gelaagdheid van ambtelijke besluitvorming:
1. Blauwe laag (4 mei): Een urgente mededeling ("Spoed") gericht aan de Minister, waarschijnlijk om een dossier onder de aandacht te brengen.
2. Rode laag (7 mei): Een specifieke instructie voor een ontmoeting met een zekere "Mr. Bruin", waarbij specifiek verwezen wordt naar de derde alinea van een bijbehorend (nu ontbrekend) stuk.
3. Potloodlaag (12 mei): Een ambtelijke toelichting op de status van de "administratie van de vruchten". De term "vruchten" duidt in deze context op opbrengsten of vorderingen (zoals rente of pacht). De ambtenaar meldt dat de administratie op orde is en dat de uitstaande bedragen direct inzichtelijk zijn, met de toezegging later gedetailleerde lijsten te overleggen.
4. Rep-aantekening (15 juni): Vermoedelijk een teken van afhandeling of archivering ("Rep." kan staan voor "Réponse" of "Report"). Het jaar 1942 was een kritieke fase in de bezettingstijd waarin de administratieve controle over de Nederlandse economie en financiën door de bezetter en de collaborerende overheid werd aangescherpt. Het departement van Algemene Zaken speelde hierin een centrale, coördinerende rol. De vermelding van "Mr. Bruin" is interessant; dit zou kunnen verwijzen naar een specifieke topambtenaar of een gemachtigde van de bezettingsautoriteiten. De focus op de "administratie van vruchten" past in het beeld van de nauwgezette registratie van vermogensbestanddelen en opbrengsten die onder staatstoezicht waren geplaatst (bijvoorbeeld in het kader van de onttrekking van Joods vermogen of de controle op de agrarische sector). M. Minister