Archief 745
Inventaris 745-368
Pagina 443
Dossier 2A
Jaar 1942
Stadsarchief

Officiële brief/correspondentie van het Duitse bezettingsbestuur.

14 april 1942. Van: *Der Beauftragte für die Stadt Amsterdam* (De Gemachtigde voor de stad Amsterdam), vallend onder de *Reichskommissar für die besetzten niederländischen Gebiete*. Aan: Directie van de Centrale Markthallen, Jan van Galenstraat 14, Amsterdam.

Origineel

Officiële brief/correspondentie van het Duitse bezettingsbestuur. 14 april 1942. Der Beauftragte für die Stadt Amsterdam (De Gemachtigde voor de stad Amsterdam), vallend onder de Reichskommissar für die besetzten niederländischen Gebiete. Directie van de Centrale Markthallen, Jan van Galenstraat 14, Amsterdam. [Briefhoofd]
DER REICHSKOMMISSAR
FÜR DIE BESETZTEN NIEDERLÄNDISCHEN GEBIETE

DER BEAUFTRAGTE
FÜR DIE STADT AMSTERDAM

[Stempel boven: Nº 2A/15/1 M. 1942 16/4]
[Handgeschreven rechtsboven: ni. Du / H. Sieburgh]

AMSTERDAM, den 14.4.1942.

An die
Direktion der Centralen Markthallen,
A m s t e r d a m ,
J.v.Galenstr. 14.

Betr.: Gemüsehändler Johannes
J a g t m a n, Amsterdam,
Beethovenstraat 16.

Nach meinen Feststellungen hat der Gemüsehändler Johannes J a g t m a n, Amsterdam, Beethovenstraat 16, von dem Juden Natan H a k k e r, Beethovenstraat 58, im Januar d.Js./etwa 33 Mut Kartoffeln erhalten. Diese Kartoffeln waren in einem Keller in der Marnixstraat gelagert. Jagtman hat die Kartoffeln übernommen, ohne daß er hierfür bisher Kartoffelmarken abzuliefern brauchte.

Ich ersuche um Ihre umgehende Stellungnahme hierzu. Besonders interessiert mich, aus welchem Grunde gerade Jagtman diese Kartoffelzuteilung erhielt und warum er sie ohne Marken ausgehändigt bekam. Gleichzeitig ersuche ich um Mitteilung, ob die Kartoffeln tatsächlich dem Juden Natan Hakker oder seinem Sohn Benjamin Hakker, gehörten.

Im Auftrage:
[Handtekening: Lunn (?)]
Inspektor.

/auf Veranlassung von Herrn Du Meine

[Handgeschreven linksonder: 115757 20]
[Handgeschreven rechtsonder: P.W. doorzend / Map 2A] Dit document is een administratieve weerslag van de nauwgezette controle die de Duitse bezetter uitoefende op zowel de voedselvoorziening als op het bezit van Joodse burgers in Amsterdam.

  • Controle op distributie: In 1942 was de distributie van levensmiddelen strikt gereguleerd via een bonnensysteem. Het feit dat Johannes Jagtman 33 "Mut" (waarschijnlijk bedoeld als Mud, een Nederlandse inhoudsmaat van 100 liter) aardappelen had ontvangen zonder inlevering van distributiebonnen ("Kartoffelmarken"), werd door de autoriteiten gezien als een economisch delict of onregelmatigheid.
  • Antisemitisme in de administratie: De tekst benadrukt herhaaldelijk de status van de betrokkenen als "Jood" (dem Juden Natan Hakker). Dit is typerend voor de bureaucratische taal van het Reichskommissariaat, waarbij Joodse burgers buiten het normale rechtssysteem werden geplaatst en hun bezittingen onder speciaal toezicht stonden.
  • Economische uitsluiting: De brief vraagt specifiek of de aardappelen eigendom waren van Natan of zijn zoon Benjamin Hakker. Dit wijst op een onderzoek naar Joods vermogen dat in beslag genomen kon worden of waarvan de verhandeling strafbaar was gesteld.
  • Betrokken personen:
    • Johannes Jagtman: Een groentehandelaar aan de Beethovenstraat 16.
    • Natan Hakker: Woonachtig aan de Beethovenstraat 58. (Uit archieven van de Oorlogsgrafstichting blijkt dat Natan Hakker en zijn gezin later in de oorlog zijn weggevoerd en vermoord).
    • Du Meine: De vermelding "auf Veranlassung von Herrn Du Meine" verwijst waarschijnlijk naar een hogere functionaris binnen het apparaat van de Beauftragte. In april 1942 bevond de bezetting van Nederland zich in een fase van verscherping. Slechts enkele weken na deze brief, in mei 1942, werd de Jodenster ingevoerd, en in juli 1942 begonnen de grootschalige deportaties naar de vernietigingskampen.

De Centrale Markthallen in Amsterdam speelden een cruciale rol in de voedselvoorziening van de stad. Onder Duits toezicht werden deze hallen gebruikt om de stroom van goederen te beheersen en "zwarte handel" of onttrekking aan de distributie (vooral door Joden) hard aan te pakken. Deze brief illustreert hoe zelfs een relatief kleine partij aardappelen aanleiding was voor een officieel onderzoek door de hoogste bestuurslagen in de stad. De Beethovenstraat, waar zowel de handelaar als de Joodse eigenaar woonden, was een straat waar relatief veel Joodse Amsterdammers woonden en die daardoor onder intensief toezicht van de bezetter stond.

Samenvatting

Dit document is een administratieve weerslag van de nauwgezette controle die de Duitse bezetter uitoefende op zowel de voedselvoorziening als op het bezit van Joodse burgers in Amsterdam.

  • Controle op distributie: In 1942 was de distributie van levensmiddelen strikt gereguleerd via een bonnensysteem. Het feit dat Johannes Jagtman 33 "Mut" (waarschijnlijk bedoeld als Mud, een Nederlandse inhoudsmaat van 100 liter) aardappelen had ontvangen zonder inlevering van distributiebonnen ("Kartoffelmarken"), werd door de autoriteiten gezien als een economisch delict of onregelmatigheid.
  • Antisemitisme in de administratie: De tekst benadrukt herhaaldelijk de status van de betrokkenen als "Jood" (dem Juden Natan Hakker). Dit is typerend voor de bureaucratische taal van het Reichskommissariaat, waarbij Joodse burgers buiten het normale rechtssysteem werden geplaatst en hun bezittingen onder speciaal toezicht stonden.
  • Economische uitsluiting: De brief vraagt specifiek of de aardappelen eigendom waren van Natan of zijn zoon Benjamin Hakker. Dit wijst op een onderzoek naar Joods vermogen dat in beslag genomen kon worden of waarvan de verhandeling strafbaar was gesteld.
  • Betrokken personen:
    • Johannes Jagtman: Een groentehandelaar aan de Beethovenstraat 16.
    • Natan Hakker: Woonachtig aan de Beethovenstraat 58. (Uit archieven van de Oorlogsgrafstichting blijkt dat Natan Hakker en zijn gezin later in de oorlog zijn weggevoerd en vermoord).
    • Du Meine: De vermelding "auf Veranlassung von Herrn Du Meine" verwijst waarschijnlijk naar een hogere functionaris binnen het apparaat van de Beauftragte.

Historische Context

In april 1942 bevond de bezetting van Nederland zich in een fase van verscherping. Slechts enkele weken na deze brief, in mei 1942, werd de Jodenster ingevoerd, en in juli 1942 begonnen de grootschalige deportaties naar de vernietigingskampen.

De Centrale Markthallen in Amsterdam speelden een cruciale rol in de voedselvoorziening van de stad. Onder Duits toezicht werden deze hallen gebruikt om de stroom van goederen te beheersen en "zwarte handel" of onttrekking aan de distributie (vooral door Joden) hard aan te pakken. Deze brief illustreert hoe zelfs een relatief kleine partij aardappelen aanleiding was voor een officieel onderzoek door de hoogste bestuurslagen in de stad. De Beethovenstraat, waar zowel de handelaar als de Joodse eigenaar woonden, was een straat waar relatief veel Joodse Amsterdammers woonden en die daardoor onder intensief toezicht van de bezetter stond.

Kooplieden in dit dossier 100

A. Eijpe Waterlooplein
A. Eijpe Waterlooplein x
A.J.M. Ruhe Waterlooplein
A. Lagendijk Waterlooplein
A.C. Lagendijk Waterlooplein Wehrmacht
A.C. Loogman Waterlooplein
A.C. Loogman Waterlooplein
A.C. Pagendijk Waterlooplein rijdt voor Wehrmacht
A. de Bruin Waterlooplein
A. de Knijper Waterlooplein
A.R. Kuiper Waterlooplein
Abraham de Vries Waterlooplein houtgasgen.
A. Bosse Waterlooplein
A.H. Geerts Waterlooplein
A. Hoogins Waterlooplein driewieler aard ± 10 H.L.
A.W. Schouten Waterlooplein
A.W. Schouten Waterlooplein
A Janna [...] Waterlooplein
A. Jansen Waterlooplein
Abraham de Vries Waterlooplein houtgasgen.
Abraham de Vries Waterlooplein houtgasgen.
A. Wouters Waterlooplein
A.J. Pijnaker Waterlooplein
A.J. Pijnaker Waterlooplein
A.P. Tabak Waterlooplein
Aron Stodel Jr. Waterlooplein
A.P. Tabak Waterlooplein
A. Th. Boore Waterlooplein
A. Th. Sijperts Waterlooplein
Alle 100 kooplieden →