Getypte ambtelijke nota (typoscript).
Origineel
Getypte ambtelijke nota (typoscript). 27 mei 1942. De Directeur (van de Dienst van het Marktwezen). No 2A/19/1 M. 1942
Nota inzake het betrekken van aardappelen zonder bon van de V.B.N.A. door personeel van Marktwezen.
Een dezer dagen is mij na onderzoek, dat naar aanleiding van een ontvangen mededeeling werd ingesteld, gebleken, dat de Vebena wekelijks een hoeveelheid aardappelen (circa 25 hl.) zonder bon beschikbaar stelde aan de onderstaande groepen van personen:
a. de aardappelgrossiers met hun personeel;
b. ambtenaren en ander personeel van de Nederlandsche Spoorwegen, werkzaam op de Centrale Markt;
c. controleurs Centrale Crisis Contrôle Dienst, dienstdoende op de Centrale Markt;
d. personeel Marktwezen (naar thans reeds gebleken is 43 man van het personeel van de Centrale Markt).
De groepen genoemd onder a - c zouden reeds geruimen tijd deze aardappelen ontvangen; het marktpersoneel den laatsten tijd (per man wordt gemiddeld 10 kg. per week beschikbaar gesteld).
De leiding der Vebena, hierover door mij gehoord, bevestigde een en ander en deelde mede, dat deze aangelegenheid bekend was bij Ir. Sevenster, leider der Akkerbouwcentrale en bij de leiding van den Distributiedienst Amsterdam, die beiden officieus hun goedkeuring aan deze beschikbaarstelling zouden hebben gehecht.
Er bestaat bij den Dienst van het Marktwezen een verbod voor het personeel (neergelegd in een kennisgeving van den Directeur, welke kennisgeving aan ieder personeelslid is uitgereikt) om inkoopen op de Centrale Markt te doen; het personeel heeft dit verbod dus overtreden.
Het personeel wijst erop, dat de ambtenaren van den Centralen Crisis Contrôle Dienst extra rantsoenen van den Distributiedienst ontvangen (namelijk boter, brood, aardappelen en vleesch). Gewezen wordt ook op het personeel van de Centrale Keukens (gemeentepersoneel) dat van het aldaar bereide voedsel ad libitum gebruik zou mogen maken. Ten slotte wijst men op het personeel van het Abattoir, dat reeds jaren met toestemming van het Gemeentebestuur vleesch betrok van de grossiers en nu nog in de gelegenheid is om aan den aankoop van vetafvallen op het Abattoir deel te nemen.
Vanzelfsprekend heb ik na kennisneming van de feiten aan een en ander, voor zoover het betrof de levering aan het personeel van mijn Dienst, onmiddellijk een einde gemaakt.
Ik ben van meening, dat, waar het hier een gerantsoeneerd artikel betreft, het personeel slechts langs officieelen weg voor extra toewijzing in aanmerking zou mogen komen.
Gaarne zal ik ter zake van verder ten dezen te treffen maatregelen met U mondeling overleg plegen.
Amsterdam, 27 Mei 1942.
De Directeur,
Aan den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r . Deze nota legt een systeem van officieuze voedselvoordelen bloot binnen de Amsterdamse ambtenarij en marktsector tijdens de bezettingsjaren. De kern van de zaak is dat de Vebena (Vereniging van Bemiddelaars in de Nederlandsche Aardappelhandel) wekelijks grote hoeveelheden aardappelen buiten het bonnensysteem om ("zonder bon") verdeelde onder bevoorrechte groepen, waaronder NS-personeel, CCD-controleurs en medewerkers van het Marktwezen.
Opvallend is de rechtvaardiging vanuit de praktijk:
1. Gedoogbeleid: Er wordt beweerd dat hoge instanties (zoals de Akkerbouwcentrale en de Distributiedienst) "officieus" goedkeuring gaven.
2. Vergelijking met anderen: Het personeel dat is betrapt, verdedigt zich door te wijzen op andere groepen die ook extraatjes krijgen (boter, brood, vlees of gratis eten uit de Centrale Keukens). Dit duidt op een gevoel van scheve verhoudingen binnen het ambtelijk apparaat.
3. Handhaving: De Directeur van het Marktwezen treedt formeel op omdat zijn eigen verbod is overtreden, maar de toon is die van een bestuurder die vooral orde in de chaos wil scheppen en "officieele" wegen verkiest boven deze "zwarte" handel. In mei 1942 was de schaarste in bezet Nederland al aanzienlijk. Het distributiesysteem was streng en wie zich niet aan de regels hield, pleegde een economisch delict. De Centrale Crisis Contrôle Dienst (CCD), die juist moest toezien op de naleving van de distributiewetten, wordt hier ironisch genoeg zelf genoemd als ontvanger van extra rantsoenen.
De genoemde Ir. Sevenster was een sleutelfiguur in de voedselvoorziening tijdens de oorlog (leider van de Akkerbouwcentrale), wat de bewering dat dit "officieus" bekend was extra gewicht geeft. Dit document illustreert de grijze zone tussen de formele regels van de bezetter en de informele overlevings- en bevoordelingsmechanismen die binnen overheidsorganisaties ontstonden om het personeel tevreden te houden.