Handgeschreven brief (anonieme verklikking/aangifte).
Origineel
Handgeschreven brief (anonieme verklikking/aangifte). 10 september 1942. Anoniem ("Een winkelier uit Oost"). [Linkerbovenhoek, stempel/schrift:]
№ 20/87/1 M. 1942 11/9
[Rechterbovenhoek:]
Amst 10 Sept 1942
Den Heer Directeur
Centrale Markt
Alhier.
[Midden, rode annotatie:]
n.i. / Dir. [met paraaf]
M:
Bij deze deel ik U mede dat door Fruitventers uit Oost geregeld groote partijen fruit van buiten af worden aangevoerd buiten de Markt om en deze in de stad en aan particulieren voor fabelachtige prijzen worden verkocht ze hebben hiervoor geheime opslag plaats en verdienen hiervoor schatten geld en benadeelen hiervoor bonafide handelaren Beleefd verzoek ik U hier eens een grondig onderzoek na in te stellen en die menschen eens te bespieden op welke geraffineerde wijzen deze heeren werken Gebr Robel Zeeburgerdijk 140 Alhier dit zijn wel de grootste bij voorbaat dank
Hoogachtend
Een winkelier uit Oost.
[Rechtsonder:]
2 C. * Inhoud: De schrijver, die zichzelf identificeert als een "winkelier uit Oost", dient een klacht in over illegale fruithandel. Volgens de brief voeren fruitventers uit Amsterdam-Oost grote partijen fruit aan buiten de officiële kanalen van de Centrale Markt om. Dit fruit wordt tegen woekerprijzen ("fabelachtige prijzen") direct aan particulieren verkocht vanuit geheime opslagplaatsen.
* Doel: De afzender vraagt de directeur van de Centrale Markt om een "grondig onderzoek" en stelt voor de verdachten te "bespieden". De schrijver noemt specifiek een naam en adres: de "Gebr[oeders] Robel" aan de Zeeburgerdijk 140.
* Toon en taal: De toon is enerzijds beleefd ("Beleefd verzoek ik U"), maar ook verbitterd en beschuldigend. Er wordt nadruk gelegd op het feit dat de "bonafide handelaren" (zij die zich aan de regels houden) worden benadeeld door deze praktijken. De spelling is conform de tijd (bijv. "groote", "benadeelen"). * Tweede Wereldoorlog en Schaarsche: In september 1942 was Nederland ruim twee jaar bezet door nazi-Duitsland. Er heerste grote schaarste aan voedsel en goederen, die allemaal "op de bon" (gerantsoeneerd) waren. Dit leidde tot een omvangrijke zwarte markt.
* De Centrale Markt: De Centrale Markthallen in Amsterdam waren het distributiecentrum voor de voedselvoorziening van de stad. De handel was streng gereguleerd door de bezetter en de Nederlandse overheid (de Crisis Controle Dienst). Handel buiten de markt om werd streng bestraft.
* Verklikking: Tijdens de bezetting was het fenomeen 'verklikking' (het anoniem aangeven van medeburgers) wijdverbreid. Vaak gebeurde dit uit ideologische motieven, maar zoals in deze brief vaker uit economisch eigenbelang of nijd. De "bonafide" winkelier ziet zijn broodwinning in gevaar komen door concurrenten die zich niet aan de prijsvoorschriften en distributieregels houden.
* Locatie: De Zeeburgerdijk in Amsterdam-Oost lag vlakbij de pakhuizen en aanvoerroutes van de stad, wat het een logische plek maakte voor (illegale) opslag.