Getypte brief (denunciatie/verklikking).
Origineel
Getypte brief (denunciatie/verklikking). 25 september 1942. Anoniem ("buurtbewoner West"). De Directie der Centr. Markthallen, Amsterdam. [Stempel linksboven:]
Nº 2 c/89/1 M. 1942 26/9
[Rechtsboven:]
Amsterdam, 25.9.1942.
[Handgeschreven in rood potlood:]
niet doen [?]
Aan de Directie der Centr.Markthallen,
Amsterdam.
Myne Heeren,
Sedert maanden wordt er by den Heer G.J.Nooy, Egidiusstraat 49 I bakken vol met groenten en fruit gebracht.
Dat genoemde heer in normale tyd rechtstreeks zyn gezin van groenten voorziet, lykt my geen bezwaar, dat dit nu echter nog gebeurd, terwyl andere volksgenooten slechts zeer beperkt groente en zoo goed als geen fruit krygen, is volgens my niet juist, te meer , daar hy zulk een overdaad ontvangt, als groote massa's druiven. Een en ander wordt toch aan de gemeenschap onttrokken en is een totaal verkeerde verdeeling van de groenten , welke de grossiers ontvangen. Als deze heeren al beginnen een gedeelte, en dan nog wel met zulk een overdaad, voor zich zelf te reserveeren, blyft er voor de bevolking niet veel over. De bevolking is verboden direct van de kweekers te betrekken, waarom mag een grossier dat wel en dan nog wel met bakken vol en meestal groenten, welke andere menschen niet kunnen krygen.
Hopende U hiernaar een onderzoek zult instellen en er een einde aan zult maken, verblyf ik,
met de meeste hoogachting,
buurtbewoner West. Deze brief is een klassiek voorbeeld van een anonieme verklikking tijdens de Duitse bezetting van Nederland. De schrijver ("buurtbewoner West") klaagt over een specifieke persoon, de heer G.J. Nooy, woonachtig aan de Egidiusstraat 49-I in Amsterdam. De kern van de klacht is vermeende onrechtvaardigheid in de voedselvoorziening: terwijl de gewone bevolking te maken heeft met schaarste en rantsoenering, zou Nooy (die blijkbaar als grossier werkzaam is) grote hoeveelheden groenten en fruit (met name druiven) voor eigen gebruik achterhouden.
Opvallend is het taalgebruik. De term "volksgenooten" was een specifiek nationaalsocialistisch eufemisme dat door de bezetter en collaborateurs werd gebruikt. Dit suggereert dat de schrijver ofwel sympathiseerde met de nieuwe orde, ofwel bewust de taal van de bezetter gebruikte om de autoriteiten tot actie te dwingen. De klacht over de "gemeenschap" die tekort wordt gedaan, sluit aan bij de retoriek van de "Volksgemeinschaft". In september 1942 was de schaarste in Nederland reeds goed voelbaar. De distributie van voedsel werd streng gereguleerd door de bezetter. De Centrale Markthallen in Amsterdam waren het zenuwcentrum voor de voedselvoorziening van de stad. Grossiers hadden toegang tot de voorraden, maar moesten zich houden aan strikte regels.
Denunciaties zoals deze kwamen veelvuldig voor tijdens de Tweede Wereldoorlog. Soms kwamen ze voort uit een oprecht gevoel van onrechtvaardigheid over de zwarte handel, maar vaak waren persoonlijke vete’s, jaloezie of ideologische motieven de drijfveer. Het archiefstempel en de rode aantekening suggereren dat de brief officieel in behandeling is genomen, hoewel de handgeschreven notitie "niet doen" kan wijzen op een besluit om geen verdere actie te ondernemen. De heer Nooy woonde in de buurt van het Erasmuspark (Egidiusstraat), een wijk die in de jaren '20 en '30 was gebouwd. G.J. Nooy Nooy woonde (De heer)