Getypte brief / geleidebrief.
Origineel
Getypte brief / geleidebrief. 15 oktober 1942. Een niet nader gespecificeerde 'Directeur' (mogelijk van een gemeentelijke dienst of distributiekantoor). De Economische Afdeeling der Politie, Hoofdbureau van Politie, Amsterdam. [Links boven:]
2c/91/2 M.
1.
[Rechts boven:]
HB.
15 October 1942.
[Adresblok:]
.de Economische Afdeeling der
Politie,
Hoofdbureau van Politie,
Marnixstraat 260 - 264,
Amsterdam-Centrum.
Wijk 6.
[Handgeschreven tekst diagonaal:]
Verzonden 15/10
[Inhoud:]
In bijlage dezes heb ik de eer U te doen
toekomen afschrift van een bij mijn dienst inge-
komen brief, waarvan ik U beleefd verzoek de be-
handeling te willen overnemen.
De Directeur, Dit document is een formele geleidebrief waarbij een dossier of een specifieke melding wordt overgedragen van een administratieve dienst naar de politie. De toon is uiterst beleefd en bureaucratisch ("heb ik de eer U te doen toekomen", "beleefd verzoek").
De kern van de brief is de overdracht van de "behandeling" van een binnengekomen schrijven. De afzender acht de politie, specifiek de Economische Afdeling, de juiste instantie om de zaak verder af te wikkelen. Het feit dat de brief is gericht aan de Economische Afdeling suggereert dat de bijgesloten brief (die we hier niet zien) betrekking had op economische vergrijpen, zoals zwarte handel, prijsopdrijving of overtredingen van de distributiewetten. De datum, 15 oktober 1942, plaatst dit document midden in de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. In deze periode was de schaarste groot en werd de economie streng gereguleerd via het distributiestelsel.
De Economische Recherche (onderdeel van de Economische Afdeeling der Politie) speelde een cruciale rol in het handhaven van deze regels en het opsporen van economische delicten. Het hoofdbureau aan de Marnixstraat 260-264 in Amsterdam was het zenuwcentrum van de lokale politieorganisatie onder toezicht van de bezetter. Dergelijke administratieve overdrachten waren dagelijkse kost in een maatschappij die tot in de kleinste details door regels en controle werd beheerst. Hoofdbureau Politie
Samenvatting
Dit document is een formele geleidebrief waarbij een dossier of een specifieke melding wordt overgedragen van een administratieve dienst naar de politie. De toon is uiterst beleefd en bureaucratisch ("heb ik de eer U te doen toekomen", "beleefd verzoek").
De kern van de brief is de overdracht van de "behandeling" van een binnengekomen schrijven. De afzender acht de politie, specifiek de Economische Afdeling, de juiste instantie om de zaak verder af te wikkelen. Het feit dat de brief is gericht aan de Economische Afdeling suggereert dat de bijgesloten brief (die we hier niet zien) betrekking had op economische vergrijpen, zoals zwarte handel, prijsopdrijving of overtredingen van de distributiewetten.
Historische Context
De datum, 15 oktober 1942, plaatst dit document midden in de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. In deze periode was de schaarste groot en werd de economie streng gereguleerd via het distributiestelsel.
De Economische Recherche (onderdeel van de Economische Afdeeling der Politie) speelde een cruciale rol in het handhaven van deze regels en het opsporen van economische delicten. Het hoofdbureau aan de Marnixstraat 260-264 in Amsterdam was het zenuwcentrum van de lokale politieorganisatie onder toezicht van de bezetter. Dergelijke administratieve overdrachten waren dagelijkse kost in een maatschappij die tot in de kleinste details door regels en controle werd beheerst.