Archief 745
Inventaris 745-276
Pagina 67
Dossier 23
Jaar 1939
Stadsarchief

Officieel ambtelijk formulier/oproepingskaart van de Dienst der Markten.

April 1939.

Origineel

Officieel ambtelijk formulier/oproepingskaart van de Dienst der Markten. April 1939. [Linkerkant - gedrukt met handschriftelijke aanvullingen]
№ 25/61/2 M. 1939
Opgeroepen per
(datum) . 12. April 39 . . (uur) 9 1/2 - 12 u
wegens niet geregeld bezetten plaats
op de markt Alb. Cuypstraat
voorkeurskaart no. 361

7/4-'39

Aan J.J. van der Gaag
Overtoom 264 II

[Midden - verticaal geschreven]
Aanbevolen 2 maanden uitstel. 11-4-'39 de Insp.

[Rechterkant - handgeschreven notities]
telef: 85604
Hr van Meerkerken
ter kennisneming en retour
Gezien [handtekening]
20/4. 39

Aanteekeningen Inspecteur:
Heeft den winkel. Heeft
huurcontract tot mei.
"Voor Winkelhuis staat
te huur." Zoodra 't winkelhuis
verhuurd is, wil hij
marktplaats weer innemen.
Hr v Meerkerken. Wat denkt
U ? U m 2 maanden uitstel.
12-4-39 de Inspecteur.

M.i. moet zulks de uiterste
grens zijn. Markthoofdlieden op
papier brengen de belangen
en rechten van werkelijke markt-
hoofdlieden in het gedrang.
14/4-39 Gezien [handtekening] Dit document is een administratief verslag betreffende het marktbeheer in Amsterdam vlak voor de Tweede Wereldoorlog. De kern van de zaak is de handhaving van de aanwezigheidsplicht op de Albert Cuypmarkt.

De heer J.J. van der Gaag, houder van voorkeurskaart 361, wordt ter verantwoording geroepen omdat hij zijn marktplaats niet "geregeld" bezet. Uit het onderzoek van de inspecteur blijkt dat Van der Gaag momenteel een winkelpand drijft, maar daar vanaf wil (het staat te huur). Zodra de winkel verhuurd is, wil hij weer fulltime op de markt staan.

Er ontstaat een interessante ambtelijke discussie over het verlenen van uitstel. Hoewel er een uitstel van twee maanden wordt voorgesteld en uiteindelijk genoteerd, is de laatste opmerking van de inspecteur kritisch: hij stelt dat "markthoofdlieden op papier" (vergunninghouders die hun plek niet feitelijk gebruiken) een belemmering vormen voor de "werkelijke markthoofdlieden". Dit duidt op een streng beleid om de marktplaatsen actief en bezet te houden. De Albert Cuypmarkt was in 1939 reeds een van de belangrijkste markten van Amsterdam. Het systeem van "voorkeurskaarten" was bedoeld om vaste kooplui zekerheid te bieden, maar bracht ook plichten met zich mee, zoals de plicht om de toegewezen ruimte ook daadwerkelijk te benutten voor de handel.

In de jaren '30 was de economische situatie precair en de concurrentie tussen winkeliers en marktkooplui scherp. De gemeente Amsterdam probeerde via de Inspecteur der Markten de orde en de economische doorstroom op de openbare weg te reguleren. Het document toont de persoonlijke afwegingen die ambtenaren maakten tussen de individuele omstandigheden van een ondernemer en het algemeen belang van een goed functionerende markt. Gemeente Amsterdam

Samenvatting

Dit document is een administratief verslag betreffende het marktbeheer in Amsterdam vlak voor de Tweede Wereldoorlog. De kern van de zaak is de handhaving van de aanwezigheidsplicht op de Albert Cuypmarkt.

De heer J.J. van der Gaag, houder van voorkeurskaart 361, wordt ter verantwoording geroepen omdat hij zijn marktplaats niet "geregeld" bezet. Uit het onderzoek van de inspecteur blijkt dat Van der Gaag momenteel een winkelpand drijft, maar daar vanaf wil (het staat te huur). Zodra de winkel verhuurd is, wil hij weer fulltime op de markt staan.

Er ontstaat een interessante ambtelijke discussie over het verlenen van uitstel. Hoewel er een uitstel van twee maanden wordt voorgesteld en uiteindelijk genoteerd, is de laatste opmerking van de inspecteur kritisch: hij stelt dat "markthoofdlieden op papier" (vergunninghouders die hun plek niet feitelijk gebruiken) een belemmering vormen voor de "werkelijke markthoofdlieden". Dit duidt op een streng beleid om de marktplaatsen actief en bezet te houden.

Historische Context

De Albert Cuypmarkt was in 1939 reeds een van de belangrijkste markten van Amsterdam. Het systeem van "voorkeurskaarten" was bedoeld om vaste kooplui zekerheid te bieden, maar bracht ook plichten met zich mee, zoals de plicht om de toegewezen ruimte ook daadwerkelijk te benutten voor de handel.

In de jaren '30 was de economische situatie precair en de concurrentie tussen winkeliers en marktkooplui scherp. De gemeente Amsterdam probeerde via de Inspecteur der Markten de orde en de economische doorstroom op de openbare weg te reguleren. Het document toont de persoonlijke afwegingen die ambtenaren maakten tussen de individuele omstandigheden van een ondernemer en het algemeen belang van een goed functionerende markt.

Locaties

Albert Cuypmarkt

Producten

A.G.F. (Groenten): Groente A.G.F. (Groenten): Sla Huishoudelijk: Pan Vis & Zee: Aal Vis & Zee: Vis Zuivel & Eieren: Eieren Zuivel & Eieren: Room Zuivel & Eieren: Zuivel

Thema's

Jodenster/Maatregelen

Organisaties

Gemeente Amsterdam

Gerelateerde Documenten 6