Handgeschreven brief (verzoekschrift) met ambtelijke stempels en kantnotities.
Origineel
Handgeschreven brief (verzoekschrift) met ambtelijke stempels en kantnotities. 30 mei 1939 (datum van verzending/stempel); de brief bevat ook de datum 24-5-39 rechtsboven. M. Looy, Lindengracht 88 II, Amsterdam. [Linksboven, potlood/pen:]
26/5 hiervan extract gemaakt.
[Rechtsboven, stempels en tekst:]
Nº 442 L.M. 1939 26/5
24 – 5 - 39
[Paraaf]
fb.
[Midden boven, stempel met handgeschreven toevoeging:]
De Wethouder voor de Levensmiddelen, Wasch- en Schoonmaak-, Bad- en Zweminrichtingen stelt deze in handen van den Heer Directeur van het Marktwezen ~~om advies~~ ter verdere behandeling.
A’dam, 30 Mei 1939.
[Hoofdtekst:]
Weledel gestrenge Heer
heeft u?
lok of oproepen
Wilt het mij niet euvel nemen, dat ik de impertinentie neem U een verzoek te doen. –
Ik ben een ontijdig gepensioneerd gemeentearbeider met een pensioen van f 707 per jaar. Doch wijl mijn gezin groot is (ik heb 6 kind’ren, waarvan de oudste 10 jaren en de jongste 10 maanden is) kan ik met dit bedrag onmoog’lijk in al zijn onderhoud voorzien. Daarom ben ik een aquariumzaak begonnen, waarin ik echter veel tegenslagen moest gevallen totdat in de afgelopen winter door de strenge vorst al wat ik aan handel had stierf. Ik heb dien zaak toen opgegeven en bijsteun aangevraagd, wat ik thans nog geniet. Mijn wekelijksch inkomen is nu fl. 10,10, daar een mijner zonen nog f 4,50 verdient op het laboratorium van den Heer L. Hulsebos. Mijn gezin lijdt bij dit inkomen echter nog de grootste armoede, zoals U natuurlijk zeer begrijpelijk kan zijn. Daarom zin ik op middelen daaraan een einde te maken, en wil nu gaan comerceren in groente, fruit etc, zoodat ik me aan U het verzoek richt mij een vaste standplaats en toegangskaart op de marktcentrale te doen erlangen. Ik zou U daarvoor buitengemeen dankbaar zijn. En U reeds bij voorbaat mijn dank betuigende.
[Linksonder:]
30/5 ’39 bij L.M. geweest.
bedoeld wordt een marktplaats in de Alb. Cuypstraat
[Rechtsonder:]
M. Looy
Lindengracht 88 II
A’dam (C) * Sociale context: De brief schetst een indringend beeld van de armoede in Amsterdam aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog. De schrijver, een "ontijdig gepensioneerde" (mogelijk wegens ziekte of ongeval) gemeentearbeider, probeert met een gezin van acht personen rond te komen van een zeer karig inkomen.
* Economische nood: Het jaarinkomen van 707 gulden, aangevuld met een bescheiden weekloon van een zoon en bijsteun (sociale hulp), is volstrekt onvoldoende voor een groot gezin. De mislukte poging om een aquariumzaak te starten (getroffen door de strenge vorst van 1938/1939) dwong hem tot de bedelstaf.
* Taalgebruik: De schrijver hanteert een uiterst beleefde, bijna onderdanige toon ("de impertinentie neem", "Weledel gestrenge Heer"), wat typerend was voor verzoekschriften aan de overheid in die tijd.
* Bestuurlijke afhandeling: De ambtelijke stempels tonen de route van het document: van de wethouder naar de directeur van het Marktwezen. Een latere aantekening verduidelijkt dat het specifiek om de Albert Cuypmarkt gaat. * De Winter van 1938-1939: De schrijver refereert aan de "strenge vorst". December 1938 kende inderdaad een zeer koude periode, wat voor een kleine handelaar in levende have (aquariumvissen/-planten) zonder goede isolatie of verwarming fataal kon zijn.
* Marktwezen Amsterdam: De "Marktcentrale" verwijst naar de Centrale Markthallen aan de Jan van Galenstraat, waar handelaren hun waar inkochten. Een "toegangskaart" was hiervoor verplicht. De Albert Cuypstraat was toen al de belangrijkste dagmarkt van de stad.
* Lindengracht: De afzender woonde in de Jordaan, destijds een volksbuurt waar de armoede die in de brief beschreven wordt, veel voorkwam. De aanduiding "II" staat voor tweehoog.