Brief (klacht)
Origineel
Brief (klacht) 7 juni 1939 Een ongenoemde burger (echtgenoot) [Marges en kop:]
No 25/90/1
vitm.
Amsterdam 7 juni 1939
1339
Den. Weled. Gestrenge Heer
Directeur v/h. Marktwezen Alhier
Welede Heer –
Bij mijn thuiskomst vond ik
mijn vrouw in een zeer nerveuse
stemming. Ik vraagde haar is
er iets met je gaande Neen kreeg
ik ten antwoord. Maar ten slotte
kon ze het niet verkroppen en deelde
me een relaas ^mede^ wat zij op de Markt
had meegemaakt heeft. Het betreft
dan naar aanleiding van een koopman
tegen over de Markt bezoekers. Waar ik
zoo van ontdaan was en zelde zoo iets
onbeschoft en onmenschelijk in mijn
leven heb meegemaakt.
Die koopman zijn naam is
Simon Lindenen staat ^dagelyks^
met Bloemkool op de Markt
Albertcuypstraat.
Omrede mijne vrouw erg hardhoorend
is gaat zij steeds onder geleide mijner
dochter naar de Markt. Zij kwamen
[Rechtsonder:]
z.o.
25 * Inhoud: De brief is een formele klacht gericht aan de directeur van het Amsterdams Marktwezen. De schrijver doet verslag van een incident op de Albert Cuypmarkt waarbij zijn vrouw en dochter onbehoorlijk zijn bejegend door een koopman.
* De klacht: Een bloemkoolkoopman genaamd Simon Lindenen wordt beschreven als "onbeschoft en onmenschelijk" tegenover marktbezoekers. De aanleiding lijkt te maken te hebben met de slechthorendheid van de vrouw, die daarom altijd samen met haar dochter de markt bezoekt.
* Taalgebruik: De brief is geschreven in een mengeling van formeel taalgebruik ("Weledelgestrenge Heer", "relaas") en persoonlijke verontwaardiging. De spelling is tijdspecifiek (bijv. "nerveuse", "hardhoorend", "onmenschelijk").
* Toestand: Het handschrift is een vlot, hellend cursief dat goed leesbaar is. Er zijn enkele correcties boven de regel ingevoegd ("mede", "dagelyks"). Deze brief stamt uit juni 1939, vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. De Albert Cuypmarkt was toen al, net als nu, een van de belangrijkste markten van Amsterdam. Het Marktwezen was een gemeentelijke instantie die strikt toezag op de orde en het gedrag van kooplieden. Klachten van burgers werden serieus genomen en in de archieven bewaard, vaak met een rapport van een marktmeester als bijlage. De aanduiding "z.o." (zie ommezijde) onderaan de pagina geeft aan dat de brief op de achterkant van het vel verdergaat. Marktwezen