Officieel ambtelijk bijblad/notitieformulier (Alg. Zaken Model No. 14).
Origineel
Officieel ambtelijk bijblad/notitieformulier (Alg. Zaken Model No. 14). Diverse data in juni en juli 1939. [Linksboven in kader]
BIJBLAD VAN:
M. No. 25/91/1 1939
DOORGEZONDEN: 10/6
[Rechtsboven]
134
Alb. Cuperus.
Chr. v Maaskant
advies
14-6-39
de Leer
[Middenveld]
Kan als afgedaan worden beschouwd.
Wally e.a. bijmuntboden is hen mede-
gedeeld, dat hun verzoek niet kan worden
ingewilligd.
( zie rapport chef marktopzichter.
1-7-39
de Leer
[Linksmidden, in rode inkt]
Oph
12-7-39
ap
[Midden, doorgehaald]
Oph
[Onderaan]
Ja
10-7-39
de Leer
Inzp. Deze zaak heeft ongetwijfeld Uw
aandacht. Komt U binnenkort met
voorstellen dienaangaande? 4-7-39 ap WS
[Linksonder, gedrukt]
Alg. Zaken Model No. 14
10.000-10-1937-1016 * Inhoud: Het document betreft de afhandeling van een verzoek van "Wally e.a." (en anderen), die werkzaam zijn als "bijmuntboden" (mogelijk hulpkrachten bij het innen van marktgelden). Het verzoek is afgewezen op basis van een negatief advies van de chef marktopzichter.
* Process flow:
1. 10 juni: Het dossier wordt doorgezonden.
2. 14 juni: Advies wordt ingewonnen/gegeven.
3. 1 juli: 'De Leer' stelt vast dat de zaak als afgedaan kan worden beschouwd omdat de afwijzing is gecommuniceerd.
4. 4 juli: Een inspecteur (Inzp.) wordt door "ap" gevraagd om met verdere voorstellen te komen, waarschijnlijk over de algemene situatie rondom deze bijmuntboden.
5. 10 juli: 'De Leer' bevestigt iets met "Ja".
6. 12 juli: De zaak wordt definitief gearchiveerd of 'opgehangen' (Oph.), zoals aangegeven in rode inkt.
* Sleutelfiguren: 'De Leer' lijkt de besluitvormende ambtenaar in dit proces. De initialen "ap" en namen als "Chr. v Maaskant" duiden op adviserende of uitvoerende medewerkers. Dit document stamt uit de zomer van 1939, vlak voor de uitbraak van de Tweede Wereldoorlog. Het geeft een inkijkje in de strikte bureaucratische processen van een Nederlandse gemeentelijke of provinciale afdeling "Algemene Zaken". De term "bijmuntboden" is specifiek voor die tijd en verwijst naar personeel dat betrokken was bij geldstromen op openbare markten. De afwijzing van hun verzoek (mogelijk om loonsverhoging of statusverbetering) werd zorgvuldig getoetst aan de rapportage van de marktopzichter, wat duidt op een hiërarchische en rapport-gestuurde organisatiecultuur. M. No