Doorslag van een ambtelijke brief/rapport.
Origineel
Doorslag van een ambtelijke brief/rapport. 21 juni 1939. Waarschijnlijk de Dienst van het Marktwezen (gezien de inhoud en verwijzing naar de chef-marktopzichter). De Wethouder voor de Levensmiddelen, Amsterdam (gezien de referentie naar de Albert Cuypstraat). [Handgeschreven rechtsboven:] M. de Kran [onzeker]
[Midden boven:] VP/HG.
[Linksboven:]
25/97/3 M.
1
[Handgeschreven midden boven:] verzonden 21/6
[Rechtsmidden:] 21 Juni 1939.
[Onderwerp, onderstreept:] Straf van marktkoopman S.Zoute.
[Adres:]
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .
In bijlage dezes heb ik de eer U een afschrift te doen toekomen van een op 20 Juni jl. door den chef-marktopzichter C.J.v.Moerkerken opgemaakt rapport, waaruit blijkt, dat de marktkoopman S.Zoute zich op vorenvermelden datum op de markt aan de Albert Cuypstraat heeft schuldig gemaakt aan ernstige ordeverstoring. Zoute heeft de laatste jaren reeds bij herhaling moeilijkheden voor het dienstdoende marktpersoneel veroorzaakt. Zoo werd hij op 11 Mei 1937 gestraft met ontneming van het recht om op de markten hier ter stede een plaats te bezetten voor den tijd van drie dagen, zulks op grond van het feit, dat hij, ondanks herhaalde schriftelijke waarschuwing, niet een deugdelijk weegwerktuig op zijn vaste plaats op de markt Albert Cuypstraat gebruikte. Op 23 September 1937 werd Zoute schriftelijk gewaarschuwd, omdat hij op de markt Albert Cuypstraat meer plaats had ingenomen, dan waarop hij recht had. Op 27 Juni 1938 werd hij gestraft met ontneming van het recht om een plaats op een der markten in te nemen voor den tijd van een dag, op grond van het feit, dat hij door op de markt Albert Cuypstraat te venten, aldaar de orde in gevaar had gebracht. Op 22 November 1938 werd hij voorwaardelijk gestraft met ontneming van het recht om op de markten een plaats in te nemen voor den tijd van twee dagen, op grond van het feit, dat hij zich, ondanks herhaalde waarschuwingen, op zijn Dit document is een ambtelijk verslag waarin de historiek van overtredingen door een specifieke marktkoopman, S. Zoute, wordt uiteengezet. De tekst dient als onderbouwing voor waarschijnlijk een nieuwe, zwaardere sanctie naar aanleiding van een incident op 20 juni 1939.
De volgende punten vallen op:
* Recidive: De brief schetst een patroon van herhaaldelijke overtredingen tussen mei 1937 en juni 1939. De ernst van de vergrijpen varieert van het gebruik van ondeugdelijke weegwerktuigen (fraude-preventie) en het innemen van te veel ruimte tot "venten" (onvergunde verkoop) en algemene "ordeverstoring".
* Bureaucratische escalatie: Men ziet een duidelijke escalatie in strafmaten: van waarschuwingen naar tijdelijke marktverboden (1 tot 3 dagen) en uiteindelijk een voorwaardelijke straf.
* Handhaving: Het document illustreert de strikte controle op de Amsterdamse markten door de chef-marktopzichter en de directe rapportage hiervan aan het college van B&W (de wethouder).
* Status van het document: Het betreft een doorslag (carbon copy), herkenbaar aan de typische vage paars/grijze letter en de handgeschreven aantekeningen over de verzending. Het document dateert van vlak voor de uitbraak van de Tweede Wereldoorlog in Nederland. In deze periode (de late jaren '30) waren de Amsterdamse markten, en in het bijzonder de Albert Cuypmarkt, vitale knooppunten voor de voedselvoorziening van de stad.
De "Wethouder voor de Levensmiddelen" had in die tijd een cruciale rol in het beheersen van de kwaliteit, prijzen en orde op de markten. De nadruk op "deugdelijke weegwerktuigen" wijst op de inspanningen van de gemeente om consumenten te beschermen tegen oplichting in een economisch nog steeds uitdagende tijd (nasleep van de crisis van de jaren '30). De Albert Cuypstraat was toen al een van de drukst bezochte markten, waar strikte regels nodig waren om de doorstroom en publieke orde te waarborgen.