Ambtelijk advies/notitie.
Origineel
Ambtelijk advies/notitie. 29 juni 1939. Een ambtenaar van het Marktwezen (handtekening onduidelijk, mogelijk J.F. Munnikhuizen). Den Heer Inspecteur van het Marktwezen te Amsterdam. Advies op No. 25/100/1 M 39.
Den Heer Inspecteur
v/h Marktwezen
Alhier.
Naar aanleiding van bijgaand verzoek van
J. Burgerhout o/h Hof al., diene het volgende:
Op 16 Mei '39 is Burgerhout een voorkeurskaart
uitgereikt, waarvan hij op Zaterdag 21 en 26 Mei '39
gebruik heeft gemaakt.
Dienovereenkomstig is zulks op 12 en 26 Juni '39 aan M.W.
gerapporteerd (zie M.W. 5 f AC van genoemde data).
Thans luidt het verzoek om uitstel van plaats-
bezetten wegens gebrek aan handelsartikelen.
Uitstel van plaatsbezetten is niet in het belang
der marktorde en bovendien onbillijk t.o.v. de
geregelde plaatsbezetters, terwijl de reden
van nietbezetten m.i. geen uitstel gedoogt en
een gezonde doorstrooming der sollicitanten-
lijst tegen houdt.
M.i. moet het verzoek dan ook worden afgewezen.
Amsterdam, 29 Juni '39
[Handtekening] Het document is een zakelijk, ambtelijk schrijven waarin een negatief advies wordt gegeven op een verzoek van een marktkoopman.
Kernpunten:
* Historiek: J. Burgerhout had op 16 mei 1939 een 'voorkeurskaart' (een bewijs dat recht geeft op een standplaats) ontvangen en deze eind mei tweemaal gebruikt.
* Het verzoek: Burgerhout vraagt om uitstel voor het bezetten van zijn plek omdat hij onvoldoende handelswaar ('handelsartikelen') heeft om te verkopen.
* Argumentatie voor afwijzing:
1. Marktorde: Het leeglaten van plekken verstoort de structuur en het aanzien van de markt.
2. Rechtvaardigheid: Het wordt 'onbillijk' (oneerlijk) geacht tegenover kooplieden die wel trouw hun plek bezetten.
3. Wachtlijst: Er is een 'sollicitantenlijst'. Door een plek gereserveerd te houden voor iemand die niet komt, stokt de doorstroming van nieuwe gegadigden die wel goederen hebben om te verkopen.
* Conclusie: De ambtenaar adviseert het verzoek resoluut af te wijzen. Dit document stamt uit juni 1939, vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. In deze periode was de economische situatie precair en was de concurrentie om een standplaats op de Amsterdamse markten groot. Het Marktwezen hanteerde een streng beleid om de levendigheid en de inkomsten van de markt te garanderen.
De term 'voorkeurskaart' duidt op een systeem van anciënniteit of rangorde; wie een kaart had, mocht met voorrang een plek kiezen. Dat de aanvrager geen handelswaren kon bemachtigen, kan duiden op persoonlijke financiële problemen of de beginnende schaarste in bepaalde sectoren aan de vooravond van de oorlog. De nadruk op 'doorstrooming der sollicitantenlijst' laat zien dat er veel meer gegadigden waren dan beschikbare plekken.