Handgeschreven brief (zakelijke correspondentie).
Origineel
Handgeschreven brief (zakelijke correspondentie). Amsterdam, 22 juni 1939. J. Burgerhout, Lijnbaansgracht 382 I, Amsterdam. № 25 / 100 / 1 M. 1339 23/6
Amsterdam 22 - 6 - 39
WelEdele Heer.
In antwoord op Uw briefkaart welke ik
hedenochtend heb ontvangen, betreffende het
niet bezoeken der markt Albert Cuypstraat,
De rede daarvan is dat mijn fabrikant,
mij al reeds een maand op mijn handel,
zijnde gasaanstekers, waar ik al 17 jaar mee
sta te demonstreeren, laat wachten.
Deze moeten uit Duitschland komen, of daar ook
soms iets aan den hand is met uitvoer van metalen
weet ik niet, maar ik ben maar zonder.
Voor eenige weken heb ik het de hoofdmarkt-
meester der Albert Cuypstr: reeds medegedeeld,
maar dat het zoolang duurt is mij een raadsel
daar ik al verscheidene malen geschreven heb,
en steeds ten antwoord krijg, dat ze onderhanden
zijn.
Zoodra ik mijn handel ontvang kan ik weer
mij melden bij den marktmeester.
Hopende UEd. daarmede rekening zoud willen
houden, verblijf ik
Hoogachtend
Lijnbaansgracht 382 I J. Burgerhout In deze brief verantwoordt J. Burgerhout zich voor zijn afwezigheid op de Albert Cuypmarkt in Amsterdam. Hij reageert op een schrijven ("briefkaart") van de autoriteiten, wat erop wijst dat marktkooplieden in die tijd een aanwezigheidsplicht hadden of hun standplaats konden verliezen bij ongeoorloofde afwezigheid.
De reden voor zijn afwezigheid is een gebrek aan voorraad. Burgerhout verkoopt en demonstreert al 17 jaar gasaanstekers. Zijn leverancier in Duitsland levert echter al een maand niets uit. De auteur speculeert dat dit mogelijk te maken heeft met exportbeperkingen op metalen in Duitsland. Hij geeft aan dat hij de situatie al eerder heeft gemeld aan de hoofdmarktmeester en dat hij direct terugkeert zodra hij weer over handelswaar beschikt. De toon van de brief is uiterst beleefd en formeel. De datum van de brief, 22 juni 1939, is historisch zeer relevant. Het is slechts enkele maanden voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog (1 september 1939). De opmerking over de "uitvoer van metalen" uit Duitsland is een directe verwijzing naar de oorlogsvoorbereidingen van nazi-Duitsland. Het regime van Hitler legde in die periode strenge restricties op aan de export van strategische grondstoffen zoals metalen, omdat deze nodig waren voor de eigen wapenindustrie (de Aufrüstung).
Dit document is een prachtig voorbeeld van hoe grote geopolitieke spanningen doorsijpelden naar het dagelijks leven van een kleine zelfstandige op de Amsterdamse Albert Cuypmarkt. De "ijzeren voorraad" van Duitsland was belangrijker geworden dan de handel in gasaanstekers voor de export. J. Burgerhout