Officiële brief/kennisgeving van strafoplegging.
Origineel
Officiële brief/kennisgeving van strafoplegging. 27 juli 1939. De Directeur (vermoedelijk van de Dienst der Markten, Amsterdam). Den Heer L. Speyer, Blasiusstraat 136 huis, Amsterdam-Oost. [Linksboven, getypt:]
25/118/2 M
[Bovenaan, handgeschreven:]
m. de Boer [?]
verzonden 28/7
[Rechtsboven, getypt:]
G.
27 Juli 1939.
[Adresblok:]
den Heer L.Speyer,
Blasiusstraat 136 huis,
Amsterdam-Oost.
Wyk 11.
[Inhoud:]
Ondanks de belofte, door U op 24 Februari jl. tegenover my afgelegd, wordt my thans opnieuw gerapporteerd, dat U op Vrydag 21 Juli jl. Uw plaats op de markt Albert Cuypstraat in verontreinigden toestand heeft achtergelaten. U heeft daarmede de voorwaarde overtreden, die was verbonden aan de U voorwaardelyk opgelegde straf, waarvan U met myn brief d.d. 27 December 1938 (No.25/242/2 M) mededeeling is gedaan. De bedoelde straf, zynde ontneming van het recht om op de markten hier ter stede een plaats in te nemen voor den tyd van één dag, wordt thans ten uitvoer gelegd. Bovendien straf ik U, op grond van de misdraging van 21 Juli jl. met ontneming van het recht om op de markten hier ter stede een plaats in te nemen voor den tyd van twee dagen; bovengenoemde straffen gelden voor de periode van Maandag 31 Juli tot en met Woensdag 2 Augustus a.s.
[Ondertekening:]
De Directeur, Deze brief is een officiële berisping en strafmaatregel gericht aan een marktkoopman genaamd L. Speyer. De kern van de zaak is een herhaalde overtreding van de marktvoorschriften: het vervuild achterlaten van de standplaats op de Albert Cuypmarkt.
Uit de tekst valt een juridische opeenvolging te herleiden:
1. December 1938: De koopman krijgt een voorwaardelijke straf van één dag ontzegging.
2. Februari 1939: De koopman legt een belofte af zich aan de regels te houden.
3. 21 juli 1939: De overtreding wordt opnieuw geconstateerd.
4. De sanctie: De voorwaardelijke straf (1 dag) wordt omgezet in een onvoorwaardelijke, en daar bovenop krijgt hij een nieuwe straf van 2 dagen voor het huidige vergrijp. In totaal mag de heer Speyer drie dagen (31 juli t/m 2 augustus 1939) niet op de Amsterdamse markten staan.
Het taalgebruik is formeel-ambtelijk, kenmerkend voor de vooroorlogse periode, met spellingvormen als "zynde", "voorwaardelyk" en "mededeeling". Dit document biedt een inkijkje in de strikte handhaving op de Amsterdamse markten, specifiek de Albert Cuypmarkt, vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. De Albert Cuypstraat was (en is) een van de belangrijkste marktlocaties in Amsterdam.
De ontvanger, de heer L. Speyer, woonde in de Blasiusstraat. Dit was destijds een straat in een wijk (de Oosterparkbuurt) met een aanzienlijke Joodse populatie. Veel marktkooplieden op de Albert Cuyp hadden een Joodse achtergrond. De brief illustreert de dagelijkse bemoeienis van de gemeentelijke overheid ("Wyk 11") met de orde en hygiëne op de markt.
Interessant is de handgeschreven notitie "verzonden 28/7", wat duidt op de administratieve verwerking door een klerk (mogelijk "m. de Boer") de dag nadat de brief werd opgesteld.