Handgeschreven brief (verzoekschrift).
Origineel
Handgeschreven brief (verzoekschrift). 16 maart 1922. Johan de Papp (mogelijk Johan de Rapp). Amsterdam 16 Maart '22
Mijne Heeren,
Door deze verzoek ik u in aanmerking te
mogen komen voor een toewijzing van gerookte visch,
ik vent eenige jaren in gerookte visch, welke ik
alhier op de markt inkoop, ik ben in bezit van
ventvergunning voor de gemeente Nieuwer-Amstel
Hopende van U een gunstig bericht te mogen ontvangen
teeken ik met de meeste
Hoogachting
Johan de Papp
Govert Flinckstraat 210 II
Amsterdam. * Inhoud: De brief is een formeel verzoek van een Amsterdamse straathandelaar (venter) om een toewijzing of standplaats voor de verkoop van gerookte vis in de gemeente Nieuwer-Amstel.
* Stijl en Spelling: De schrijver hanteert een beleefde, zakelijke toon. De spelling is conform de vroege 20e eeuw (bijv. "visch", "eenige", "teeken").
* Argumentatie: De afzender onderbouwt zijn verzoek door te wijzen op zijn jarenlange ervaring en het feit dat hij reeds beschikt over een ventvergunning voor de betreffende gemeente. Hij geeft aan zijn handelswaar in te kopen op de Amsterdamse markt (waarschijnlijk de nabijgelegen Albert Cuypmarkt).
* Fysieke kenmerken: Het betreft een vlot geschreven brief in inkt op gelinieerd papier. Op de achtergrond is een doordruk of kladversie van dezelfde brief zichtbaar. * Geografische context: De afzender woont in de Govert Flinckstraat in de Amsterdamse Pijp. In die tijd grensde de gemeente Nieuwer-Amstel (het huidige Amstelveen) direct aan de zuidzijde van Amsterdam. Het was gebruikelijk dat Amsterdamse handelaren ook in de buurgemeenten hun waren aanboden.
* Sociaal-economische context: Het beroep van 'venter' was een veelvoorkomende manier van zelfstandig ondernemerschap in volksbuurten zoals de Pijp. Voor de verkoop van bederfelijke waar of specifieke producten zoals gerookte vis waren aparte gemeentelijke toewijzingen en vergunningen nodig, vaak gebonden aan strenge regels rondom hygiëne en standplaatsen.
* Tijdsbeeld: 1922 valt in een periode van naoorlogse economische activiteit waarin de markthandel in Amsterdam en omstreken een grote bloei doormaakte, maar ook steeds meer gereguleerd werd door lokale overheden. Marktcommissie
Samenvatting
- Inhoud: De brief is een formeel verzoek van een Amsterdamse straathandelaar (venter) om een toewijzing of standplaats voor de verkoop van gerookte vis in de gemeente Nieuwer-Amstel.
- Stijl en Spelling: De schrijver hanteert een beleefde, zakelijke toon. De spelling is conform de vroege 20e eeuw (bijv. "visch", "eenige", "teeken").
- Argumentatie: De afzender onderbouwt zijn verzoek door te wijzen op zijn jarenlange ervaring en het feit dat hij reeds beschikt over een ventvergunning voor de betreffende gemeente. Hij geeft aan zijn handelswaar in te kopen op de Amsterdamse markt (waarschijnlijk de nabijgelegen Albert Cuypmarkt).
- Fysieke kenmerken: Het betreft een vlot geschreven brief in inkt op gelinieerd papier. Op de achtergrond is een doordruk of kladversie van dezelfde brief zichtbaar.
Historische Context
- Geografische context: De afzender woont in de Govert Flinckstraat in de Amsterdamse Pijp. In die tijd grensde de gemeente Nieuwer-Amstel (het huidige Amstelveen) direct aan de zuidzijde van Amsterdam. Het was gebruikelijk dat Amsterdamse handelaren ook in de buurgemeenten hun waren aanboden.
- Sociaal-economische context: Het beroep van 'venter' was een veelvoorkomende manier van zelfstandig ondernemerschap in volksbuurten zoals de Pijp. Voor de verkoop van bederfelijke waar of specifieke producten zoals gerookte vis waren aparte gemeentelijke toewijzingen en vergunningen nodig, vaak gebonden aan strenge regels rondom hygiëne en standplaatsen.
- Tijdsbeeld: 1922 valt in een periode van naoorlogse economische activiteit waarin de markthandel in Amsterdam en omstreken een grote bloei doormaakte, maar ook steeds meer gereguleerd werd door lokale overheden.