Archief 745
Inventaris 745-277
Pagina 189
Dossier 25
Jaar 1939
Stadsarchief

Officiële correspondentie / Vergunning.

28 augustus 1939. Dossier: 26/40/2, 8

Origineel

Officiële correspondentie / Vergunning. 28 augustus 1939. [Briefhoofd met logo van Amsterdam: drie kruizen en kronen]
MARKTWEZEN AMSTERDAM HG.
TELEFOONNUMMER 85151 VERZOEKE BIJ BEANTWOORDING DATUM EN NUMMER TE VERMELDEN

No. 26/40/2 M.
BIJLAGE ____________________________
ONDERWERP: ___________________________

AMSTERDAM (W.) 28 Augustus 1939.
JAN VAN GALENSTRAAT 14

AAN den Heer L. van Collem,
Transvaalkade 111 I,
Amsterdam-Oost.
Wijk 20.

[Handgeschreven krabbel/paraaf over het adres heen]

[Handgeschreven tekst middenop:]
den heer L. van Collem
per [onleesbaar]

[Getypte tekst met handgeschreven invullingen:]
Naar aanleiding van Uw brief d.d. 1 Aug. j.l.
verleen ik U hierbij tot wederopzegging toestemming zich op Uw
plaats op de markt(en)
te laten bijstaan - niet vervangen - door
~~doch ik voorzie, dat wij~~

De Directeur,

[Handgeschreven tekst onderaan, deels over getypte tekst heen:]
verleen ik hierbij toestemming
den Hr. L. v. Collem, Transvaalkade
111 I, zich op zijn plaats aan de
markt Dapperstraat tot weder-
opzegging, uitsluitend voor de zater-
dag te laten bijstaan - niet vervangen -
door Mej. C. Prins geb. 25.6.1921.

A.Z. MODEL NO. 8. 10.000-6-'38-1633. Het document is een officiële beschikking van het Amsterdamse Marktwezen. De kern van de brief is de toestemming aan de heer L. van Collem om zich op de Dapperstraat-markt te laten bijstaan door een specifiek persoon, Mejuffrouw C. Prins.

Opvallend is de administratieve verwerking: er is gebruikgemaakt van een standaardformulier (Model No. 8) dat voorheen waarschijnlijk een andere tekst bevatte. De getypte zin "doch ik voorzie, dat wij" is doorgestreept en de specifieke voorwaarden zijn onderaan met de hand toegevoegd. De toestemming is strikt: het betreft 'bijstaan' en nadrukkelijk 'niet vervangen', wat betekent dat de vergunninghouder zelf aanwezig moet blijven. De beperking "uitsluitend voor de zaterdag" duidt op een specifieke regeling voor de drukste marktdag.

De datum, 28 augustus 1939, is historisch significant: dit is slechts drie dagen voor de Duitse inval in Polen en de algemene mobilisatie in Nederland. 1. Levie van Collem: Gezien de naam en het adres (Transvaalkade, Amsterdam-Oost) is het zeer waarschijnlijk dat het hier gaat om een Joodse marktkoopman. De Transvaalkade en de omliggende buurt waren in 1939 een centrum van Joods leven in Amsterdam. De Dappermarkt was een van de belangrijkste markten waar Joodse handelaren werkzaam waren.

2. De Dappermarkt: Deze markt was (en is) een van de drukst bezochte markten van Amsterdam. In de vooroorlogse jaren was de regelgeving streng; marktkooplui moesten persoonlijk hun standplaats bezetten. Hulp was alleen toegestaan met uitdrukkelijke toestemming van de Directeur van het Marktwezen om 'onderverhuur' of illegale handel te voorkomen.

3. Mej. C. Prins: De assistente, Catharina Prins (geboren 25 juni 1921), was op het moment van de aanvraag 18 jaar oud. In archieven uit die tijd komt de naam Prins veelvuldig voor binnen de Joodse gemeenschap van Amsterdam-Oost.

4. Bureaucratie in oorlogstijd: Hoewel dit document net vóór de bezetting is opgesteld, vormen dergelijke vergunningen later in de oorlog vaak de basis voor de administratieve uitsluiting en registratie van Joodse ondernemers door de bezetter. Het Marktwezen zou onder toezicht van de Duitsers een rol spelen bij het intrekken van vergunningen van Joodse marktkooplieden. C. Prins L. van Collem Gemeente Amsterdam Marktwezen

Samenvatting

Het document is een officiële beschikking van het Amsterdamse Marktwezen. De kern van de brief is de toestemming aan de heer L. van Collem om zich op de Dapperstraat-markt te laten bijstaan door een specifiek persoon, Mejuffrouw C. Prins.

Opvallend is de administratieve verwerking: er is gebruikgemaakt van een standaardformulier (Model No. 8) dat voorheen waarschijnlijk een andere tekst bevatte. De getypte zin "doch ik voorzie, dat wij" is doorgestreept en de specifieke voorwaarden zijn onderaan met de hand toegevoegd. De toestemming is strikt: het betreft 'bijstaan' en nadrukkelijk 'niet vervangen', wat betekent dat de vergunninghouder zelf aanwezig moet blijven. De beperking "uitsluitend voor de zaterdag" duidt op een specifieke regeling voor de drukste marktdag.

De datum, 28 augustus 1939, is historisch significant: dit is slechts drie dagen voor de Duitse inval in Polen en de algemene mobilisatie in Nederland.

Historische Context

1. Levie van Collem: Gezien de naam en het adres (Transvaalkade, Amsterdam-Oost) is het zeer waarschijnlijk dat het hier gaat om een Joodse marktkoopman. De Transvaalkade en de omliggende buurt waren in 1939 een centrum van Joods leven in Amsterdam. De Dappermarkt was een van de belangrijkste markten waar Joodse handelaren werkzaam waren.

2. De Dappermarkt: Deze markt was (en is) een van de drukst bezochte markten van Amsterdam. In de vooroorlogse jaren was de regelgeving streng; marktkooplui moesten persoonlijk hun standplaats bezetten. Hulp was alleen toegestaan met uitdrukkelijke toestemming van de Directeur van het Marktwezen om 'onderverhuur' of illegale handel te voorkomen.

3. Mej. C. Prins: De assistente, Catharina Prins (geboren 25 juni 1921), was op het moment van de aanvraag 18 jaar oud. In archieven uit die tijd komt de naam Prins veelvuldig voor binnen de Joodse gemeenschap van Amsterdam-Oost.

4. Bureaucratie in oorlogstijd: Hoewel dit document net vóór de bezetting is opgesteld, vormen dergelijke vergunningen later in de oorlog vaak de basis voor de administratieve uitsluiting en registratie van Joodse ondernemers door de bezetter. Het Marktwezen zou onder toezicht van de Duitsers een rol spelen bij het intrekken van vergunningen van Joodse marktkooplieden.

Genoemde Personen 2

Locaties

Centrale Markt Dappermarkt

Producten

A.G.F. (Groenten): Sla Vis & Zee: Aal Vis & Zee: Vis

Thema's

Duitsland/Oosten Jodenster/Maatregelen

Organisaties

Gemeente Amsterdam Marktwezen