Dienstbrief op officieel briefpapier.
Origineel
Dienstbrief op officieel briefpapier. 2 juni 1942. Nederlandsche Visscherijcentrale, 's-Gravenhage. Directie van het Marktwezen, Amsterdam. NEDERLANDSCHE VISSCHERIJCENTRALE
JULIANA VAN STOLBERGPLEIN 3—4 'S-GRAVENHAGE
POSTGIROREKENING 245271 – TELEGRAMADRES: NEDVISCEN – TELEFOON 720080 – INTERCOMM. XX
VOOR AFDEELING DISTRIBUTIE EN VISCHVERVOER TELEFOON 720060, TOESTEL 674, EN 722641
AFD. Verd. 'S-GRAVENHAGE, 2 Juni 1942.
Betreffende rooken van aal.
[Blauw stempel:] Nº 46A/276/1 M. 1942 3/6
Bericht op schrijven van
Bij antwoord vermelden:
No. 10408 Afd: V/Ve.
Bijlagen 1 stuks, t.w.:
1 brief Nentjes.
Aan de Directie van het
Marktwezen
Jan van Galenstraat
AMSTERDAM.
Bijgaand een schrijven van D. Nentjes te Urk, waaromtrent
wij gaarne Uw meening zullen vernemen. Het schrijven
gelieve U met Uw antwoord terug te zenden.
NEDERLANDSCHE VISSCHERIJCENTRALE,
[handgeschreven handtekening: P. Kaarsma]
Directeur
Vi.
46 A
[Linksonder:] (A) 19652 - '41 - K 983 * Organisatie: De Nederlandsche Visscherijcentrale (NVC) was een tijdens de Duitse bezetting opgerichte instantie die de regie voerde over de Nederlandse visserijsector. De focus lag op de regulering van de vangst, distributie en prijsvorming.
* Inhoud: Het betreft een geleidende brief waarbij een schrijven van een zekere D. Nentjes uit Urk wordt doorgestuurd naar de Amsterdamse marktmeester (gevestigd aan de Jan van Galenstraat, de plek van de toenmalige Centrale Markthallen). Er wordt om een advies ("meening") gevraagd met betrekking tot het roken van paling.
* Administratieve sporen:
* Het blauwe stempel (M. 1942 3/6) is waarschijnlijk een registratienummer van de ontvangende instantie in Amsterdam.
* De afkorting "Afd. Verd." staat vermoedelijk voor Afdeeling Verdeling.
* De handgeschreven aantekening rechts in rood/bruin potlood lijkt te lezen als "M. i. Di." (Mededeeling in Dienst?) en "Knop", mogelijk een paraaf of naam van een behandelend ambtenaar. Dit document stamt uit de kern van de Tweede Wereldoorlog (juni 1942). In deze periode was er sprake van toenemende voedselschaarste en een streng distributiesysteem. Paling was een belangrijk volksvoedsel, maar de verwerking ervan (het roken) was gebonden aan vergunningen en quota om de zwarte markt tegen te gaan en de voedselvoorziening te controleren. Urk was een van de belangrijkste centra voor de aalvisserij. Het feit dat de centrale instantie in Den Haag advies vraagt aan de marktmeester in Amsterdam, wijst op een nauwe samenwerking tussen de landelijke toezichthouder en de lokale marktautoriteiten bij het handhaven van de economische ordening.