Handgeschreven notitie op een voorgedrukt formulier (Bijblad).
Origineel
Handgeschreven notitie op een voorgedrukt formulier (Bijblad). [Koptekst formulier]
BIJBLAD VAN:
M. No. 46A/276/1 1942
DOORGEZONDEN: 3/6
[Handgeschreven tekst]
M.i. moet in de eerste plaats levende
aal worden aangebracht.
Indien echter de weersgesteldheid of de
vervoersmiddelen dit
niet toelaten, blijft er niets anders
over dan genoegen te nemen met ge-
rookte aal.
De visscherijcentrale dient daar-
van echter de verantwoording te
nemen. Daar moet worden uitge-
maakt of aal in levende dan wel
in gerookte toestand naar elders
moet worden gezonden.
15-6-'42
de Haan De tekst is een ambtelijk advies of instructie betreffende de distributie van aal (paling). De schrijver ("de Haan") stelt dat de voorkeur uitgaat naar het aanvoeren van levende aal. Echter, er wordt direct een pragmatisch voorbehoud gemaakt: indien de weersomstandigheden of beperkingen in de transportmiddelen dit onmogelijk maken, moet men genoegen nemen met gerookte aal (die langer houdbaar is).
De verantwoordelijkheid voor de uiteindelijke beslissing over de vorm van transport (levend versus gerookt) wordt expliciet bij de "visscherijcentrale" gelegd. Dit wijst op een centraal gestuurde voedselvoorziening waarbij logistieke afwegingen (bederfelijkheid versus kwaliteit) dagelijkse kost waren. Het document dateert van juni 1942, midden in de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. In deze periode was de voedselvoorziening strikt gereguleerd via een stelsel van distributie en centrale organen. De genoemde "Visscherijcentrale" was een van de crisisorganen die toezagen op de productie, verwerking en distributie van visproducten.
De noodzaak om te kiezen tussen levende en gerookte aal illustreert de logistieke uitdagingen van die tijd: brandstoftekorten, gebrekkig transportmaterieel en de noodzaak om voedselbederf te voorkomen in een tijd van schaarste. Gerookte aal was in dit opzicht een 'veiligere' keuze voor transport over langere afstanden ("naar elders") dan levende vis, die kwetsbaar was voor hitte en vertraging. M. No
Samenvatting
De tekst is een ambtelijk advies of instructie betreffende de distributie van aal (paling). De schrijver ("de Haan") stelt dat de voorkeur uitgaat naar het aanvoeren van levende aal. Echter, er wordt direct een pragmatisch voorbehoud gemaakt: indien de weersomstandigheden of beperkingen in de transportmiddelen dit onmogelijk maken, moet men genoegen nemen met gerookte aal (die langer houdbaar is).
De verantwoordelijkheid voor de uiteindelijke beslissing over de vorm van transport (levend versus gerookt) wordt expliciet bij de "visscherijcentrale" gelegd. Dit wijst op een centraal gestuurde voedselvoorziening waarbij logistieke afwegingen (bederfelijkheid versus kwaliteit) dagelijkse kost waren.
Historische Context
Het document dateert van juni 1942, midden in de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. In deze periode was de voedselvoorziening strikt gereguleerd via een stelsel van distributie en centrale organen. De genoemde "Visscherijcentrale" was een van de crisisorganen die toezagen op de productie, verwerking en distributie van visproducten.
De noodzaak om te kiezen tussen levende en gerookte aal illustreert de logistieke uitdagingen van die tijd: brandstoftekorten, gebrekkig transportmaterieel en de noodzaak om voedselbederf te voorkomen in een tijd van schaarste. Gerookte aal was in dit opzicht een 'veiligere' keuze voor transport over langere afstanden ("naar elders") dan levende vis, die kwetsbaar was voor hitte en vertraging.