Handgeschreven rapport/ambtelijke notitie.
Origineel
Handgeschreven rapport/ambtelijke notitie. 2 juli 1942 (met een latere aantekening van 10 juli 1942). 460/321 A.C. Boekelman deelde mij het volgen-
A.C. 31 de mede: met zijn broer samen
Th 32 van de afslag heeft hij ontvangen
157 pond aal (nat) n.l. A. C. Boekel-
man 120 pond en J. Th. Boekelman
37 pond. Van beide gezinnen is
van deze aal afgenomen ± 20 pond.
Gerookt is dus 137 pond. Volgens
zijn zeggen is door hem op de
Nieuwmarkt verkocht 70 à 75
pond gerookte aal.
"Indien ik wordt gestraft," aldus
Boekelman, "heb ik twee ambtenaren
tot mijn beschikking, die voor
mij zullen getuigen. De ambtenaar
heeft mij nu te pakken, doch ik
heb er duizend gulden voor over, om
deze zaak te laten behandelen."
In verband met een en ander
heb ik mij telefonisch met de
Agent Politie v.d. Broek in ver-
binding gesteld. Deze agent was
namelijk bij de verkoop aanwezig.
Agent v.d. Broek deelde mij des-
gevraagd mede, dat A. C. Boekel-
man ± 50 pakjes gerookte aal, elk
pakje inhoudend 4 ons, heeft ver-
kocht. 2-7-'42 [onleesbaar, wsl. initialen]
[Aantekening in de linker kantlijn in rood potlood:]
beide Boekelmans voor proces-verbaal
10-7-42 wegens niet invullen
van de controle kaart. Het document is een verslag van een opsporingsambtenaar betreffende een overtreding van de distributieregelgeving tijdens de Tweede Wereldoorlog. De kern van de zaak draait om een discrepantie in de hoeveelheid verhandelde paling.
Boekelman geeft toe 157 pond verse ('natte') aal te hebben ontvangen, waarvan na aftrek voor eigen gebruik en het rookproces 137 pond overbleef. Hij claimt slechts 70 tot 75 pond te hebben verkocht op de Nieuwmarkt. Echter, een getuigenis van een politieagent (V.d. Broek) spreekt over de verkoop van 50 pakjes van 4 ons (wat neerkomt op slechts 20 kg / 40 pond), wat suggereert dat er ofwel zwart werd gehandeld, ofwel dat de administratie niet kloppend was.
Saillant detail is de geciteerde uitspraak van Boekelman, waarin hij dreigt met "twee ambtenaren" die in zijn voordeel zouden getuigen en zijn bereidheid uitspreekt om duizend gulden (een enorm bedrag voor die tijd) te betalen om de zaak "te laten behandelen" (wat duidt op een poging tot omkoping of schikking buiten de officiële wegen om). Tijdens de Duitse bezetting van Nederland (1940-1945) was de handel in levensmiddelen strikt gereguleerd via het distributiestelsel om schaarste te beheersen. Handelaren waren verplicht controlekaarten in te vullen en mochten alleen via officiële kanalen en tegen vastgestelde prijzen verkopen.
De "zwarte handel" was wijdverspreid, maar de straffen waren zwaar. De vermelding van de "controle kaart" in de kantlijn bevestigt dat de broers Boekelman uiteindelijk zijn bekeurd voor administratieve nalatigheid, wat vaak een methode was voor de autoriteiten om grip te krijgen op handelaren die verdacht werden van grotere illegale praktijken. De Nieuwmarkt in Amsterdam stond in die tijd bekend als een centrum voor zowel legale als illegale handel.