Ambtelijk advies / brief.
Origineel
Ambtelijk advies / brief. 21 augustus 1942. (Linker kantlijn, verticaal geschreven:)
besproken met v. Meurs
(Hoofdtekst:)
$46^A/321/67$
A’dam, 21/8 1942
W. L. M.
Onder terugzending van het met Uw kantbrief dd. 15 dezer om advies ontvangen stuk, No 259 LM. 194/2 heb ik de eer U te berichten, dat adressant voorkomt op de verdeellijst voor ger. aal met een enkele toewijzing. Deze toewijzing is hem door de door de M.V.C. ingestelde verdeelingscom. verstrekt, omdat hij in de basisjaren 1939 en 1940 naast zijn haringhandel des zaterdags ook wel wat gerookte aal verkocht. In versche visch heeft Failé echter nimmer gehandeld, zoodat hij hierop geen enkel recht kan doen gelden. Op grond hiervan geef ik u in overweging op het onderhavige verzoek afwijzend te beschikken. * Inhoud: Het document betreft een negatief advies over een verzoek van een vishandelaar (Failé) om een toewijzing voor verse vis.
* Argumentatie: De schrijver stelt vast dat de handelaar in de referentiejaren (1939-1940) uitsluitend haring en op zaterdag wat gerookte paling verkocht. Omdat hij nooit in verse vis heeft gehandeld, heeft hij volgens de geldende regels geen recht op een toewijzing voor dat specifieke product.
* Taalgebruik: Formeel ambtelijk taalgebruik uit de vroege 20e eeuw ("kantbrief", "dd. 15 dezer", "afwijzend te beschikken"). Dit document stamt uit augustus 1942, tijdens de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode was er sprake van een strikt distributiesysteem voor voedsel en handelswaren. Om recht te hebben op een handelsquota ("toewijzing"), moest een ondernemer bewijzen dat hij in de zogenaamde "basisjaren" (vóór of aan het begin van de oorlog) reeds in dat product handelde. Het document illustreert de bureaucratische controle op de voedselvoorziening en de beperkingen die ondernemers werden opgelegd. De afkorting M.V.C. verwijst waarschijnlijk naar een specifieke sectorale commissie binnen de Rijksdienst voor de Voedselvoorziening. M.