Ambtsbericht / Rapport van de Centrale Crisis-Controle-dienst.
Origineel
Ambtsbericht / Rapport van de Centrale Crisis-Controle-dienst. Augustus 1942 (betreft gebeurtenissen op 22-8-1942). Centrale Crisis-Controle-dienst, Afd. Spijsvetten en Visscherij. Directie van het Marktbureau te Amsterdam (Jan van Galenstraat 17). [Bovenaan links, stempel/kenmerk:]
No 46A/321/69 M. 1942
[Briefhoofd links:]
Centrale Crisis-Controle-dienst
Afd. Spijsvetten en Visscherij
[Rechtsboven:]
Aan de Directie van het Marktbureau
te Amsterdam
Jan v. Galenstraat 17.
[Midden:]
Rapport.
[Hoofdtekst:]
Heden is door Kontroleur J. v.d. Neut en ondergeteekenden naar aanleiding van een bericht van den Heer D. Duijnhouwer dat op Zaterdag 22-8-’42 zeevisch, waarvoor een maximum-prijs is vastgesteld, is aangevoerd te Amsterdam, bestemd voor de vischvoorziening van Amsterdam, buiten den Gemeentelijken Afslag om, door G. Hogenbirk te Huizen.
Hierbij is gebleken dat door G. Hogenbirk een partij zeevisch als voren omschreven uit IJmuiden is gekocht waaraan een gedeelte van P. Maat.
De zeevisch van P. Maat is gelost aan den Afslag, terwijl het gedeelte der partij behoorende aan G. Hogenbirk door hem is bezorgd in de winkels van zijn zoons aan de Maasstraat 27 en Fijnstraat 91 te Amsterdam, en aldaar op 22-8-’42 aan leden is verkocht.
Hierbij dient te worden opgemerkt dat de desbetreffende maximumprijzen hier aanwezig waren aangebracht.
Hierna is door ons aan G. Hogenbirk medegedeeld dat hij hiermee had gehandeld in strijd met art 2 van het 2e Uitvoeringsbesluit van het Visscherijbesluit 1941.
De verklaring hierop luidt volgende:
“Ik heb bij de opgave van de maximumprijzen voor zeevisch een 6e Uitvoeringsbesluit van het Visscherijbesluit 1941 gekregen en daarin is omschreven dat ik mijn afnemers in de periode van Mei 1938 tot Mei 1940 moet blijven bedienen en in dien tijd heb ik altijd aan…”
[Marginale aantekeningen links, diagonaal:]
besproken met N.V.C.
Eerst op 31/8 is de aanwijzing van NVC verkregen.
Hogenbirk is verplicht opgelegd om naar geen afslag te leveren.
Hogenbirk gaat derhalve vrijuit.
JHS
--- Het document is een rapportage van een inspectie door de Centrale Crisis-Controle-dienst (CCC) tijdens de Tweede Wereldoorlog. De CCC hield toezicht op de naleving van de distributieregels en prijsbeheersing.
De kern van de zaak is een vermeende economische overtreding door de vishandelaar G. Hogenbirk uit Huizen. Hij had zeevis uit IJmuiden gehaald en deze direct naar zijn eigen winkels in Amsterdam gebracht, zonder de vis eerst aan te bieden bij de gemeentelijke visafslag. Tijdens de bezetting was het verplicht om producten via centrale veilingen/afslagen te verhandelen om prijsopdrijving en de zwarte markt tegen te gaan.
De verdachte verdedigt zich door te stellen dat hij volgens een ander besluit (het 6e Uitvoeringsbesluit) verplicht is zijn vaste klantenkring uit de vooroorlogse jaren (1938-1940) te blijven bedienen.
--- Dit document illustreert de complexe en vaak tegenstrijdige regelgeving tijdens de Duitse bezetting van Nederland. Terwijl de algemene regel was dat alle vis via de officiële 'Afslag' moest gaan, bestonden er specifieke ontheffingen voor handelaren om hun historische klantenbestand te mogen bevoorraden.
De handgeschreven kantlijnnotitie is cruciaal: hieruit blijkt dat er overleg is gepleegd met de N.V.C. (Nederlandsche Visscherij Centrale). De N.V.C. bevestigde dat Hogenbirk een specifieke aanwijzing had gekregen die hem juist verbood om aan de afslag te leveren. Hierdoor werd de beschuldiging ingetrokken ("gaat derhalve vrijuit"). Dit toont aan hoe streng de bureaucratische controle was, maar ook dat administratieve verwarring tussen verschillende instanties (CCC en NVC) leidde tot onterechte verdenkingen.