Ambtelijke brief/rapportage.
Origineel
Ambtelijke brief/rapportage. 27 november 1942. Onbekend (waarschijnlijk een ambtenaar belast met de viscontrole of voedselvoorziening, getuige de initialen VD/HB). Den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen, Alhier (waarschijnlijk in een Nederlandse gemeente). [Handgeschreven aantekening linksboven:] Verzonden 27/11
[Handgeschreven aantekening middenboven:] Prijs / Abshing [onduidelijk]
VD/HB.
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .
46a/321/111bM diverse 27 November 1942.
Vischverdeeling:
Straf B. ten Hoeve.
Onder terugzending van de met Uw kantbrief d.d. 25 November jl. om advies ontvangen stukken no. 259 L.M. 1942 heb ik de eer U te berichten, dat adressant thans verklaart uitsluitend visch uit de verdeeling te hebben betrokken, hetgeen dus strijdt met zijn verklaring afgelegd tegenover den agent van Politie, namelijk, dat hij de visch buiten de verdeeling om had gekocht van hem niet van naam bekende personen (vide bijlage bij mijn brief van 26 September jl. n. 46a/321/ /98 M./. Inderdaad heeft Ten Hoeve op 20 September een toewijzing zoetwatervisch op de Vischmarkt ontvangen.
In zijn aan mij gerichten brief van 2 October jl., welke ik in bijlage dezes overleg, deelde Ten Hoeve mede, dat hij zijn visch had geladen op een bakfiets van Michilsen, waarop zich reeds visch van dezen bevond. Hij zou dit hebben gedaan, omdat hijzelf geen transportmateriaal kon krijgen op Zondag. Ik moet erop wijzen, dat zelfs wanneer een en ander de waarheid zou zijn, Ten Hoeve als vischhandelaar had moeten weten, dat Michilsen niet in het bezit van visch kon zijn, omdat deze in het geheel niet op de verdeellijsten voorkomt! Hij had dan dus niet het risico moeten loopen, om zijn toegewezen visch te doen vervoeren bij clandestien verkregen visch.
Ten overvloede heb ik den op 20 September jl. op de markt Deze brief betreft een onderzoek naar de visverkoper B. ten Hoeve, die wordt verdacht van het overtreden van de distributieregels tijdens de Tweede Wereldoorlog. De kern van de zaak is een inconsistentie in zijn getuigenis:
1. Eerste verklaring: Ten Hoeve verklaarde tegenover de politie dat hij vis had gekocht "buiten de verdeeling om" (zwarte markt) van onbekende personen.
2. Tweede verklaring: Later beweerde hij dat al zijn vis legaal via de officiële toewijzing was verkregen.
De controleur stelt vast dat Ten Hoeve inderdaad een legale toewijzing had, maar dat hij zijn legale vis vervoerde op de bakfiets van een zekere Michilsen. Op diezelfde bakfiets bevond zich ook vis die Michilsen toebehoorde. Omdat Michilsen niet op de officiële lijsten van de visverdeling stond, was zijn vis per definitie "clandestien". De auteur van de brief argumenteert dat Ten Hoeve als professioneel handelaar op de hoogte had moeten zijn van de status van Michilsen en het risico niet had mogen nemen om legale en illegale handel te mengen. De toon van de brief is formeel en belastend voor Ten Hoeve. Het document dateert van november 1942, midden in de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode was er een nijpend tekort aan voedsel, waaronder vis. Alle levensmiddelen waren strikt gerantsoeneerd en werden verdeeld via officiële kanalen onder toezicht van de gemeente (de Wethouder voor de Levensmiddelen).
Clandestiene handel (de zwarte markt) was wijdverspreid door de schaarste, maar werd door de bezetter en de lokale autoriteiten streng vervolgd. Ambtenaren en controleurs hielden nauwgezet toezicht op de distributielijsten. Het mengen van legale distributiegoederen met illegale waar was een veelvoorkomende methode om zwarte handel te maskeren, maar werd hier door de administratieve controle doorzien.