Getypt afschrift van een brief.
Origineel
Getypt afschrift van een brief. Woensdag, 14 oktober 1942. J. Velthuys (ondertekend als w.g. J. Velthuys), Adm. de Ruyterweg 323 III, Amsterdam. No.46A/321/120B M.1942 21/10 AFSCHRIFT.
No.259 L.M.1942 15/10
Woensdag, 14 October 1942.
Weledele Heer,
U schrijven te hebben ontvangen van 12 October zijn wij zeer
onder de indruk aan gezien de straf die u mij gaf
Mijnheer ik zal u precies schrijven hoe het gegaan is Ik ben
namelijk ongeveer zeventien jaar in de handel in gerookte visch dus U
kunt wel begrijpen dat ik verschillende menschen al een lange tijd bedien.
Nu kwam deze aaltijd en het ging op toewijzing wij waren aangewezen op een
vastgestelde plaats onze aal af te leveren dat heb ik ook gedaan Maar nu
weet u hoe het gaat met menschen die steed komen zoo waren er een paar
ouden vrouwtjes en een vrouw die haar zoon in het sanetorium lich die
hebben mij steeds gevraagd om een pakje aal. Nu mijnheer ik ben te
kleinhartig geweest toen heb ik drie en een half pond bewaard en aan hun
afgegeven niet voor een hogeren prijs en zij waren er mij zeer dankbaar
voor Maar nu door mijn kleinhartigheid ben ik nu geschorst. De contrôleur
van de prijzencommissie heeft het heelemaal onderzocht en ook gezien dat
ik het niet gedaan heb om mij te bevoordeelen maar om ook dezen menschen
wat te geven daar zij niet in de rij kunnen staan. Mijnheer ik hoop, dat
u tot een ander inzicht zou willen komen daar ik nu al in geen twee weken
een toewijzing heb gehad en dus ook niets kan verdienen en daar ik last
ben van rheumatiek in handen en beenen kan ik ook niet wat anders doen.
Mijnheer ik hoop, dat u mij die straf zult kwijtschelden.
U dienstwilligen
dienaar
w.g.J.Velthuys,
Adm.de Ruyterweg 323 III
Afd.L.M.No.259
datum brief 12 October. De brief is een emotioneel verzoek om clementie van een vishandelaar, J. Velthuys, gericht aan een controlerende instantie tijdens de Duitse bezetting.
De kern van de zaak:
Velthuys is geschorst (hij krijgt geen 'toewijzing' meer om handel te drijven) omdat hij de regels van de distributie heeft overtreden. In plaats van al zijn gerookte aal af te leveren op de officieel aangewezen plek, heeft hij drieënhalf pond achtergehouden voor vaste klanten: een paar oude vrouwen en een moeder met een ziek kind.
Argumentatie:
1. Geen winstbejag: Hij benadrukt dat hij geen hogere prijs heeft gevraagd; het was een daad van "kleinhartigheid" (medelijden) voor mensen die niet in de rij konden staan.
2. Bevestiging door controle: Hij stelt dat de controleur van de prijzencommissie heeft vastgesteld dat er geen sprake was van zelfverrijking.
3. Persoonlijke nood: Door de schorsing heeft hij al twee weken geen inkomen. Vanwege reuma kan hij geen ander zwaar werk verrichten.
De schrijfstijl is beleefd maar vertoont diverse grammaticale- en spelfouten (zoals "aaltijd", "sanetorium", "lich", "steed"), wat wijst op een schrijver uit de werkende stand die zijn zaak wanhopig probeert te bepleiten tegenover de bureaucratie. Dit document stamt uit oktober 1942, midden in de Tweede Wereldoorlog. De Nederlandse economie stond toen onder strikt toezicht van de bezetter.
- Distributie en schaarste: Voedsel was schaars en de handel was gebonden aan strikte 'toewijzingen'. Handelaren moesten hun waar op vaste punten inleveren voor centrale distributie. Iets 'onder de toonbank' verkopen of weggeven, hoe menselijk ook, werd gezien als een economisch delict of zwarte handel.
- De Prijzencommissie: Dit was een orgaan dat toezag op de naleving van de prijsvoorschriften en distributieregels. Straffen voor overtredingen konden variëren van boetes tot volledige uitsluiting van de handel, wat voor kleine zelfstandigen zoals Velthuys een economische ondergang betekende.
- Sociale omstandigheden: De brief noemt "sanetorium" (sanatorium) en het niet in de rij kunnen staan, wat de dagelijkse realiteit van ziekte (vaak tuberculose) en de uitputting door lange wachtrijen voor voedsel in oorlogstijd illustreert. J. Velthuys