Archief 745
Inventaris 745-383
Pagina 359
Dossier 27
Jaar 1942
Stadsarchief

Proces-verbaal / Getuigenverklaring (onderdeel van een groter dossier, pagina 3).

4 november 1942 en 10 november 1942.

Origineel

Proces-verbaal / Getuigenverklaring (onderdeel van een groter dossier, pagina 3). 4 november 1942 en 10 november 1942. -3-

Deze verklaarde desgevraagd op 4 November 1942 op den Beukenweg te Amsterdam te ongeveer 13.45 uur te zijn aangehouden door een controleur van het Marktwezen te Amsterdam, terwijl hij ventte met diverse soorten gerookte visch, die hij had betrokken te Amsterdam, anders dan via den afslag aldaar.
"Ik heb zoo zei hij, die visch betrokken van verschillende personen, de bliek en sprot van een IJmuider vischhandelaar voor de maximum prijzen en de gerookte schar voor f 0,50 per ½ kg, eveneens maximum prijs voor grossiers, van een broer van Frans Jansen, wonende op de Lindengracht 168 III. De visch is door dien controleur in beslaggenomen en naar de vischmarkt vervoerd, terwijl ik thans ben uitgesloten van de vischverdeeling op den Afslag te Amsterdam. Ik weet dat het verboden is om visch buiten den afslag om te betrekken, maar ik kan zelf niet op de markt staan omdat ik veel last heb van een ontsteking in mijn hoofd en daarom stond mijn vrouw op de markt, die dus feitelijk voor mij de kost moest verdienen.
Ik vond dat erg beroerd en toen zich de mogelijkheid voordeed om zelf ook een kleinigheid te verdienen heb ik dat gedaan.
Ik weet dat ik gefraudeerd heb, maar dat ik nu uitgesloten ben vind ik wel een erg zware straf, temeer omdat in feite mijn vrouw het meest gedupeerd is, want die kan nu ook niets meer verdienen."
Verdachte zeide verder nog, dat hij wel had aangevraagd bij de Nederlandsche Visscherijcentrale te worden ingeschreven als kleinhandelaar in visch, maar tot op heden nog geen bericht te hebben ontvangen dat hij als zoodanig bij de Nederlandsche Visscherijcentrale was georganiseerd.

Verdachte kon niet mededeelen wie de door hem bedoelde IJmuider vischhandelaar was.

Op Dinsdag den 10den November 1942 te ongeveer 11.45 uur bevond ik mij in het perceel Lindengracht 168 III, gelegen binnen de gemeente Amsterdam, alwaar ik sprak met den bewoner van deze woning, die mij, nadat ik mij in mijn voormelde functie had bekend gemaakt, desgevraagd opgaf te zijn en dit aan den hand van zijn persoonsbewijs bevestigde:
--------------------Jan Christiaan Pedro--------------------
geboren te Amsterdam, 17 October 1898, nationaliteit Nederlander, wonende te Amsterdam, Lindengracht 168 III, van beroep vischhandelaar.

Desgevraagd verklaarde 2e getuige:
"Ik heb aan Polstra geen gerookte scharren geleverd, ik ken den door U genoemden persoon niet.
Ik doe samen met Frans Jansen, maar hier kan die Polstra geen scharren hebben gehaald, want ik heb nog nooit geen scharren in huis gehad.
Ik heb trouwens geen toewijzing voor gerookte visch en Frans Jansen heeft als gerookte visch alleen maar gerookte aal toegewezen gekregen. Als ik gerookte scharren zou gehad hebben, had ik om ze kwijt te raken voor f 0,50 per pond Polstra niet noodig. U begrijpt toch zeker wel, dat ik buiten de markt om geen gerookte scharren kan krijgen voor den Het document is een verslag van een opsporingsambtenaar betreffende een economisch delict tijdens de Tweede Wereldoorlog. Een visverkoper (vermoedelijk genaamd Polstra) is aangehouden omdat hij buiten de officiële visafslag om vis heeft ingekocht en deze op straat (venten) verkocht.

De kernpunten uit de verklaringen zijn:
1. De Overtreding: De verdachte erkent dat hij vis heeft gekocht buiten de officiële kanalen (de afslag). Dit was een ernstig vergrijp tijdens de bezetting vanwege de strenge distributieregels.
2. Motief: De verdachte voert persoonlijke en medische redenen aan (een "ontsteking in het hoofd") waarom hij niet via de reguliere weg op de markt kon staan. Hij wijst op de financiële nood van zijn gezin.
3. Sanctie: De verdachte klaagt over de zware straf: uitsluiting van de visverdeling, wat effectief een beroepsverbod betekent.
4. De Getuigenis: Jan Christiaan Pedro, een vishandelaar op de Lindengracht, ontkent elke betrokkenheid. Hij stelt de verdachte niet te kennen en beweert dat hij zelf niet eens over een toewijzing voor gerookte schar beschikt. De verklaring van de getuige spreekt die van de verdachte dus direct tegen. Tijdens de Duitse bezetting van Nederland (1940-1945) werd de gehele voedselvoorziening strikt gereguleerd via een distributiestelsel. De Nederlandsche Visscherijcentrale (NVC) was het orgaan dat toezicht hield op de visserij en de handel in vis. Handel buiten de visafslagen om werd beschouwd als "zwarte handel" of economische sabotage.

De tekst weerspiegelt de grimmige realiteit van de kleine middenstander in oorlogstijd:
* Sperre en controle: Ambtenaren van het Marktwezen controleerden streng op straat.
* Bureaucreatie: Men moest officieel "georganiseerd" zijn bij een centrale om legaal te mogen handelen.
* Schaarste: De genoemde vissoorten (bliek, sprot, schar, aal) waren belangrijke voedselbronnen, maar door vorderingen van de bezetter en beperkingen op zee was er weinig aanbod, wat leidde tot prijsopdrijving en fraude.
* Persoonsbewijs: De identificatie van de getuige aan de hand van het persoonsbewijs (ingevoerd in 1941) was een standaardprocedure bij politieverhoren in deze periode.

Samenvatting

Het document is een verslag van een opsporingsambtenaar betreffende een economisch delict tijdens de Tweede Wereldoorlog. Een visverkoper (vermoedelijk genaamd Polstra) is aangehouden omdat hij buiten de officiële visafslag om vis heeft ingekocht en deze op straat (venten) verkocht.

De kernpunten uit de verklaringen zijn:
1. De Overtreding: De verdachte erkent dat hij vis heeft gekocht buiten de officiële kanalen (de afslag). Dit was een ernstig vergrijp tijdens de bezetting vanwege de strenge distributieregels.
2. Motief: De verdachte voert persoonlijke en medische redenen aan (een "ontsteking in het hoofd") waarom hij niet via de reguliere weg op de markt kon staan. Hij wijst op de financiële nood van zijn gezin.
3. Sanctie: De verdachte klaagt over de zware straf: uitsluiting van de visverdeling, wat effectief een beroepsverbod betekent.
4. De Getuigenis: Jan Christiaan Pedro, een vishandelaar op de Lindengracht, ontkent elke betrokkenheid. Hij stelt de verdachte niet te kennen en beweert dat hij zelf niet eens over een toewijzing voor gerookte schar beschikt. De verklaring van de getuige spreekt die van de verdachte dus direct tegen.

Historische Context

Tijdens de Duitse bezetting van Nederland (1940-1945) werd de gehele voedselvoorziening strikt gereguleerd via een distributiestelsel. De Nederlandsche Visscherijcentrale (NVC) was het orgaan dat toezicht hield op de visserij en de handel in vis. Handel buiten de visafslagen om werd beschouwd als "zwarte handel" of economische sabotage.

De tekst weerspiegelt de grimmige realiteit van de kleine middenstander in oorlogstijd:
* Sperre en controle: Ambtenaren van het Marktwezen controleerden streng op straat.
* Bureaucreatie: Men moest officieel "georganiseerd" zijn bij een centrale om legaal te mogen handelen.
* Schaarste: De genoemde vissoorten (bliek, sprot, schar, aal) waren belangrijke voedselbronnen, maar door vorderingen van de bezetter en beperkingen op zee was er weinig aanbod, wat leidde tot prijsopdrijving en fraude.
* Persoonsbewijs: De identificatie van de getuige aan de hand van het persoonsbewijs (ingevoerd in 1941) was een standaardprocedure bij politieverhoren in deze periode.

Gerelateerde Documenten 6