Dienstverslag / Rapport van de Dienst van het Marktwezen.
Origineel
Dienstverslag / Rapport van de Dienst van het Marktwezen. 26 november 1942. Een opsporingsambtenaar van de Dienst van het Marktwezen (mogelijk getekend met 'P'). Aan Dienst van het Marktwezen
te
Amsterdam.
t.a. Hr. K. Haar.
Amsterdam, 26 Nov. 1942.
Rapport.
Hedenmorgen s. v. a. 9.40 uur bevond ik mij in de Anthoniebreestraat, toen ik twee personen zag naderen vanaf de Nieuwmarkt met een handwagen, waarop een paar kisten visch (zeevisch.). Na de brug aan de Zwanenburgwal gepasseerd te zijn, namen zij de route: Zwanenburgwal - Joden Houttuinen - Markenplein - Rapenburgerstraat - Waterlooplein. Hier zetten zij de kar op hoek Amstel neer en een van hen verwijderde zich. Ik heb waargenomen dat hij onderweg eenige malen stopte en gesprekken werden aangeknoopt met voorbijgangers, allen Joodsche personen.
Hoewel ik heb geconstateerd dat geen visch is afgeleverd, had deze die gesprekken vermoedelijk wel over visch volgens mijn mening, gebaseerd uit hetgeen ik uit een gesprek opving, n.l. "een beetje groote". Ik heb sterk de indruk dat hier op bestelling gewerkt werd, hoewel geen positief bewijs voorhanden is. Of zij vermoedden, gevolgd te worden, weet ik niet, gezien het nergens tot afleveren kwam.
Na een tiental minuten kwam nr 2 terug en werd de rit voortgezet via de Blauwbrug richting Amstelstraat. Om 10.30 uur werden zij door mij staande gehouden op de Blauwbrug en het bleek dat ik te doen had met P. J. van Overloop (1099), standplaats houdende op de Lindengracht. De tweede persoon was een broer van hem.
Op mijn vraag waar de reis heen was, antwoordde Overloop: "naar de Lindengracht." Op mijn tweede vraag, waarom hij dan via de Blauwbrug ging, gaf hij een smoes ten beste over schoenenbonnen en distributiekantoor.
Het is mogelijk, dat Overloop op het distributiekantoor Amstel 1 geweest is. Niettemin is het excuus niet aanvaardbaar, m.i., omdat:
1º De rechtstreeksche weg, die gevolgd moet worden vanaf een afslag naar Lindengracht, gaat niet via het distributiekantoor Amstel 1.
2º Als een al of niet noodzakelijk bezoek aan het distributiekantoor Amstel 1 reden was om van de voorschriften af te wijken, zoo had Overloop, uit de Anthoniebreestraat komende, rechtsaf de Zwanenburgwal opgegaan, en niet linksaf naar de Joden Houttuinen!
4º De gevoerde gesprekken met voorbijgangers onderweg.
Volgens mijn mening heeft Overloop hier gehandeld in strijd met art. 8. van het Tweede Uitvoeringsbesluit, daar de rechtstreeksche weg van den afslag naar de markt Lindengracht wel wat al te veel verschilt met den door hem gevolgden weg. Het document is een verslag van een opsporingsambtenaar die twee visboeren schaduwt door het centrum van Amsterdam. De kern van het rapport is het vermoeden van illegale handel (zwarte handel) buiten de officiële marktkanalen om.
De ambtenaar observeert een onlogische route die de handelaren met hun kar afleggen. In plaats van de kortste weg naar hun standplaats op de Lindengracht te nemen, doorkruisen ze de Joodse buurt (Jodenbreestraat, Joden Houttuinen, Markenplein). De ambtenaar merkt specifiek op dat er contact is met "Joodsche personen" en vangt een flard van een gesprek op over de grootte van de vis, wat hij interpreteert als het opnemen van bestellingen.
Wanneer de mannen worden aangehouden, gebruiken ze een bezoek aan het distributiekantoor voor schoenenbonnen als excuus. De ambtenaar weerlegt dit met een gedetailleerde geografische analyse: zelfs als ze naar dat kantoor moesten, was de gekozen route onlogisch en een overtreding van de regel dat marktkooplieden de directste weg naar hun standplaats moeten nemen (Art. 8 van het Tweede Uitvoeringsbesluit). Dit document stamt uit november 1942, midden in de Duitse bezetting van Nederland. Deze periode kenmerkt zich door:
- Voedselschaarste en distributie: Door tekorten was alle handel strikt gereguleerd via distributiebonnen. De "zwarte handel" (buiten het systeem om) was wijdverbreid maar werd streng bestraft door de Dienst van het Marktwezen en de Crisiscontrole Dienst (CCD).
- Jodenvervolging: De nadruk in het rapport op contacten met "Joodsche personen" is veelzeggend. Eind 1942 waren de deportaties uit Amsterdam in volle gang. Joden mochten officieel alleen op specifieke markten kopen en hun bewegingsvrijheid was zeer beperkt. Handel tussen niet-Joodse handelaren en de Joodse bevolking werd door de bezetter en collaborerende instanties met extra argwaan bekeken.
- Bureaucratie en Controle: Het rapport toont de verregaande mate van toezicht op alledaagse handelingen. Een visboer kon niet simpelweg een omweg maken zonder dat dit leidde tot een formeel proces-verbaal en een geografische reconstructie van zijn route door een ambtenaar. J. van Overloop K. Haar Marktwezen