Archief 745
Inventaris 745-385
Pagina 22
Dossier 2C
Jaar 1942
Stadsarchief

Handgeschreven brief (slotpaginga).

Origineel

Handgeschreven brief (slotpaginga). van den winkel en stand
zamen, nu er geen haring
is, maar slechts zuinig
kan leven mag ik die
ongeveer 10 per week aan
die paling ook niet meer
verdienen dan weet ik niet
hoe ik nog kan blijven bestaan
Zooals u weet ben ik een
man van bijna 60 jaar
dus kan ik ook moeilijk
nog op een andere manier
mijn brood verdienen.
Ik hoop dat u van mijn
schrijven goede nota
wilt nemen,
Gaarne van u een
goed antwoord tegemoet
ziende
Met Hoogachting
uw dnr J. Vroonenbroek
Ostadestraat
110 viswinkel * Inhoud: De schrijver, J. Vroonenbroek, beschrijft zijn penibele financiële situatie. Hij combineert een winkel met een 'stand' (mogelijk een marktkraam of standplaats). Door het ontbreken van haring — een essentieel product voor zijn omzet — kan hij momenteel slechts "zuinig" overleven. Hij rekent voor dat als hij ook met de verkoop van paling niet meer dan ongeveer 10 (vermoedelijk guldens) per week verdient, zijn voortbestaan in gevaar komt.
* Argumentatie: Vroonenbroek voert zijn gevorderde leeftijd aan (bijna 60 jaar) als reden waarom hij niet simpelweg ander werk kan zoeken. Dit benadrukt zijn kwetsbaarheid en de ernst van zijn verzoek.
* Stijl en Toon: De toon is formeel en eerbiedig ("u", "Met Hoogachting"), maar ook dringend en enigszins wanhopig. Het handschrift is een verzorgd 'humanistisch' cursief, typerend voor iemand met een degelijke basiseducatie uit die periode. De spelling "zooals" is conform de spelling-De Vries en Te Winkel (gebruikt tussen 1863 en 1947). De afkorting "dnr" bij de ondertekening staat waarschijnlijk voor "dienstwillige dienaar". * Sociaal-economisch: De brief biedt een inkijkje in het onzekere bestaan van kleine zelfstandigen in de vroege 20e eeuw. Zonder sociaal vangnet waren winkeliers direct afhankelijk van de dagelijkse aanvoer en marktprijzen van hun producten. Het ontbreken van haring (door overbevissing, seizoen of oorlogstijd) kon voor een visboer direct leiden tot armoede.
* Geografie: De Van Ostadestraat in Amsterdam (De Pijp) was rond 1900 een dichtbevolkte volksbuurt met veel kleine neringen en winkels op de begane grond. Een viswinkel op nummer 110 past precies in dit straatbeeld.
* Historische relevantie: Dergelijke brieven werden vaak gericht aan overheidsinstanties (zoals de gemeente voor een verlaging van de standplaatsgelden of belasting) of aan verhuurders in de hoop op clementie bij huurbetalingen. Het is een document van "geschiedenis van onderaf", dat de dagelijkse overlevingsstrijd van de gewone man documenteert.

Samenvatting

  • Inhoud: De schrijver, J. Vroonenbroek, beschrijft zijn penibele financiële situatie. Hij combineert een winkel met een 'stand' (mogelijk een marktkraam of standplaats). Door het ontbreken van haring — een essentieel product voor zijn omzet — kan hij momenteel slechts "zuinig" overleven. Hij rekent voor dat als hij ook met de verkoop van paling niet meer dan ongeveer 10 (vermoedelijk guldens) per week verdient, zijn voortbestaan in gevaar komt.
  • Argumentatie: Vroonenbroek voert zijn gevorderde leeftijd aan (bijna 60 jaar) als reden waarom hij niet simpelweg ander werk kan zoeken. Dit benadrukt zijn kwetsbaarheid en de ernst van zijn verzoek.
  • Stijl en Toon: De toon is formeel en eerbiedig ("u", "Met Hoogachting"), maar ook dringend en enigszins wanhopig. Het handschrift is een verzorgd 'humanistisch' cursief, typerend voor iemand met een degelijke basiseducatie uit die periode. De spelling "zooals" is conform de spelling-De Vries en Te Winkel (gebruikt tussen 1863 en 1947). De afkorting "dnr" bij de ondertekening staat waarschijnlijk voor "dienstwillige dienaar".

Historische Context

  • Sociaal-economisch: De brief biedt een inkijkje in het onzekere bestaan van kleine zelfstandigen in de vroege 20e eeuw. Zonder sociaal vangnet waren winkeliers direct afhankelijk van de dagelijkse aanvoer en marktprijzen van hun producten. Het ontbreken van haring (door overbevissing, seizoen of oorlogstijd) kon voor een visboer direct leiden tot armoede.
  • Geografie: De Van Ostadestraat in Amsterdam (De Pijp) was rond 1900 een dichtbevolkte volksbuurt met veel kleine neringen en winkels op de begane grond. Een viswinkel op nummer 110 past precies in dit straatbeeld.
  • Historische relevantie: Dergelijke brieven werden vaak gericht aan overheidsinstanties (zoals de gemeente voor een verlaging van de standplaatsgelden of belasting) of aan verhuurders in de hoop op clementie bij huurbetalingen. Het is een document van "geschiedenis van onderaf", dat de dagelijkse overlevingsstrijd van de gewone man documenteert.

Locaties

Ostadestraat 110 waarschijnlijk Amsterdam (gezien de straatnaam en het type nering).

Kooplieden in dit dossier 2

A. Cuypstraat Waterlooplein 14.067
T. Katestraat Waterlooplein 7.554