Handgeschreven brief (verzoekschrift/bezwaarschrift).
Origineel
Handgeschreven brief (verzoekschrift/bezwaarschrift). J.H. Hofman, wonende aan de Elandstraat 3, Amsterdam. "Weledele Heer Directeur" (vermoedelijk van een distributiekantoor of een instantie belast met handelsvergunningen). [Linksboven, gestempeld/geschreven:]
No 46a/532/3 M. 1942 29/6
No: 46A/532/2. M.
[Diagonale aantekening in potlood:]
Afroepen -> 12/10
[Rechtsboven:]
5] 15 [omcirkeld]
m. Turp [?]
A'dam. 27 Sept. 42.
Th. de Vries
nazien -> Z.O.Z.
[Aanhef:]
Weledele Heer Directeur
[Tekst:]
naar aanleiding van Uw schrijven 4 Sept. 42, waarin U mij
mededeelde dat mijn verzoek was afgewezen zou ik U gaarne nog
eens trachten de zaak wat duidelijker uiteen te zetten.
Van de Gem. A'dam heb ik een ventvergunning voor visch en
mosselen ontvangen daar ik invalide ben en voor de oorlog
dus 10 Mei '40 ook in deze handel werkzaam was. Van 1940 tot '42
kon ik niet venten daar ik moest wachten op een kunstbeen.
Nu heb ik een ventvergunning maar wanneer ik van U geen toe-
wijzing zou ontvangen zou deze vergunning voor mij van geen waarde zijn.
Ondertusschen heb ik mij na ontvangst van mijn ventvergunning
een bakfiets en andere gereedschappen aangeschaft.
Naar aanleiding van een uitlating van de Rijkscommissaris
waarin hij verzekerde dat de invalide bij verschillende
gevallen de voorkeur zouden hebben, hoop ik dat U mij
terwille zou willen zijn, daar op het oogenblik onze handel
al begonnen is.
U bijvoorbaat vast hartelijk dank zeggend teeken ik
met Hoogachting
J.H. Hofman
Elandstr. 3.
A'dam (W).
[Linksonder:]
VENTVERGUNNING
SERIE 7 No. 284.
[Linksonder, schuin geschreven in dikkere inkt:]
Mosselen
toegewezen [dubbel onderstreept]
[Midden onder:]
?
Z.O.Z. [dubbel onderstreept] In deze brief protesteert de heer J.H. Hofman tegen de afwijzing van een eerder verzoek (waarschijnlijk om een toewijzing van handelswaren). Hofman voert aan dat hij als invalide recht heeft op een voorkeursbehandeling, een beleid dat hij toeschrijft aan de Rijkscommissaris.
Hofman is een vis- en mosselventer die door invaliditeit (hij moest van 1940 tot 1942 wachten op een kunstbeen) tijdelijk niet heeft kunnen werken. Nu hij zijn gemeentelijke ventvergunning en benodigdheden (zoals een bakfiets) weer op orde heeft, ontbreekt hem de officiële 'toewijzing' van goederen om daadwerkelijk te kunnen handelen. Zonder deze toewijzing is zijn vergunning waardeloos.
De krachtige diagonale aantekening onderaan de brief, "Mosselen toegewezen", wijst erop dat zijn herhaalde verzoek effect heeft gehad en dat de administratie alsnog akkoord is gegaan. De brief dateert uit september 1942, midden in de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. In deze periode was er sprake van een strikt distributiesysteem en vergunningenstelsel voor vrijwel alle handelsactiviteiten en levensmiddelen.
De verwijzing naar de "Rijkscommissaris" (Arthur Seyss-Inquart) en diens uitspraken over voorkeur voor invaliden is een tactisch gebruik van de toenmalige retoriek van de bezetter om persoonlijke belangen te behartigen. De vermelding van "10 Mei '40" (de dag van de Duitse inval) dient om aan te tonen dat hij reeds vóór de oorlog een gevestigde handelaar was. Het document geeft een inkijkje in de bureaucratische hindernissen waar kleine zelfstandigen mee te maken kregen en de manier waarop zij trachtten binnen het systeem van de bezetter hun broodwinning veilig te stellen. J.H. Hofman