Handgeschreven ambtelijke notitie/rapportage.
Origineel
Handgeschreven ambtelijke notitie/rapportage. [Doorgehaalde regel bovenaan: H. Moerkerke?]
L. Faes, vaste plaats-
houder als Cuyps stond
beweert geregeld versche
Zeevisch op zijn markt-
plaats te hebben verkocht
ook in de jaren 1939-
1940 en daarna.
Th. v. Moerkerke
nader rapport
14-9-42
de Keiser
H. Inspecteur
[Toegevoegde notitie in een ander handschrift onderaan:]
Dit is juist. Vrouw nam vaste plaats
in met haring en man, soms ook vrouw,
een losse plaats met versche haring.
Echter niet geregeld, doch wel vaak.
15/9-42 [paraaf] Het document is een ambtelijk verslag waarin de handelsactiviteiten van een visboer, L. Faes, worden getoetst. Faes claimt dat hij, net als zijn collega Cuyps, al sinds 1939 (vóór de Duitse inval) een vaste standplaats had voor de verkoop van verse zeevis.
De tekst is geschreven in een cursief handschrift dat kenmerkend is voor de vroege 20e eeuw, inclusief de toen geldende spelling ("versche zeevisch"). De aanvulling onderaan brengt een belangrijke nuance aan: hoewel de claim in grote lijnen klopt, wordt gespecificeerd dat de vrouw een vaste plek bezette voor haring, terwijl de man (en soms ook de vrouw) een 'losse' (niet-permanente) plek gebruikte voor de verkoop van verse haring. Deze verkoop was frequent ("vaak"), maar niet volgens een strikt vast schema ("niet geregeld"). Dit document stamt uit de periode van de Duitse bezetting van Nederland/België (september 1942). In deze tijd was de distributie van voedsel en de toewijzing van marktstandplaatsen onderworpen aan zeer strenge regels. Marktkooplieden moesten aan de autoriteiten kunnen bewijzen dat zij reeds voor de oorlog een gevestigde zaak hadden om hun vergunningen en toewijzingen van schaarse goederen (zoals vis) te behouden.
Inspecteurs van de economische controlediensten of gemeentelijke marktmeesters (zoals 'de Keiser' in dit document) voerden dit soort controles uit om fraude met standplaatsen of rantsoenen tegen te gaan. De nadruk op het jaartal 1939 dient als bewijs voor de continuïteit van de nering van Faes.