Ambtelijke correspondentie / Memo.
Origineel
Ambtelijke correspondentie / Memo. 7 oktober 1942. [Linksboven:]
Verzoek
G. Voet
toewijzing
zeevisch
[Rechtsboven:]
A'dam 7/10 42
W.h.M. [of W.b.M.]
46a/536/5
[Kantlijn links:]
[ /naar aanleiding van een overeenkomstig verzoek
aan de verdeelingscommissie]
[Body:]
Onder terugzending
van het met Uw begeleidend schrijven
dd. 22 Sept. jl. om advies
ontvangen stuk No 832
L.M. 1942 heb ik de eer U te
berichten, dat uit een dezerzijds
ingesteld onderzoek is gebleken,
dat adressant in de basisjaren
1939/1940 regelmatig met
zeevisch op de markt te A'dam
heeft handelgedreven; echter
niet met garnalen en
zoetwatervisch. De Verdeelings-
comm. heeft derhalve besloten
hem alsnog voor een toe-
wijzing zeevisch in aan-
merking te doen komen.
Ik geef U beleefd in overweging
den adressant van een en ander
mededeeling te doen.
[Initialen/Paraaf onderaan rechts] Dit document is een intern advies of besluit betreffende de toewijzing van handelsrechten tijdens de Duitse bezetting. De kern van de zaak is de aanvraag van een zekere G. Voet om te mogen handelen in zeevis.
- De kernvraag: Had de aanvrager in de zogenaamde "basisjaren" (1939-1940, de periode net voor en aan het begin van de oorlog) reeds een actieve handel?
- Het resultaat: Uit onderzoek is gebleken dat de aanvrager inderdaad in zeevis handelde op de Amsterdamse markt. Omdat hij echter niet handelde in garnalen of zoetwatervis, wordt de toewijzing beperkt tot zeevis alleen.
- Besluit: De "Verdeelingscommissie" (Verdelingscommissie) geeft een positief advies voor de toewijzing van zeevis. Tijdens de Tweede Wereldoorlog stond de Nederlandse economie onder streng toezicht van de bezetter en de Nederlandse departementen (zoals Landbouw en Visserij). Om schaarste te beheersen en de distributie te controleren, werd de handel in vrijwel alle levensmiddelen strak gereguleerd via een systeem van vergunningen en toewijzingen.
Handelaren moesten bewijzen dat zij vóór de oorlog reeds actief waren in een bepaalde branche (de referentieperiode of "basisjaren") om in aanmerking te komen voor een contingent of handelsvergunning. De "Verdeelingscommissie" speelde hierin een cruciale rol: zij bepaalden wie er mocht handelen en in welke hoeveelheden. Dit document illustreert de bureaucratische nauwkeurigheid waarmee zelfs individuele markthandelaren werden gescreend op hun vooroorlogse activiteiten om de distributieketen in de greep te houden. G. Voet