Statistisch jaaroverzicht van een visafslag.
Origineel
Statistisch jaaroverzicht van een visafslag. Koptekst:
Vischmarkt.
De totale aanvoer en opbrengst der voor den afslag aangevoerde en dus van gemeentewege geveilde visch bedroegen de jaren: 1937 - 1938 - 1939 - 1940 - 1941 en 1e halfjaar 1942
Tabelkoppen (kolommen):
1937 (kg | gulden)
1938 (kg | gulden)
1939 (kg | gulden)
1940 (kg | gulden)
1941 (kg | gulden)
1942 (kg | gulden) [voor 1942 staat verticaal genoteerd: "nog niet bekend"]
Lijst van vissoorten (selectie van rijen):
* Aal en paling
* Baars
* Bot
* Elft
* Garnalen
* Geep stuks : 3,33 = kg
* Griet
* Heilbot
* Kabeljauw
* Koolvisch
* Leng
* Makreel
* Poon
* Rog
* Schar
* Schelvisch
* Schol
* Snoek
* Spiering
* Tarbot
* Tong
* Tongschar
* Wijting
* Zalm
* Zeewolf
* Overige soorten (zeevisch, zoetwatervisch)
* Haring (versch) -- Gemarkeerd met 'F'
Totaal generaal (midden):
1937: 1.227.363 kg
1938: 1.061.620 kg
1939: 1.030.995 kg
Bijproducten (onderzijde):
Bokking (kisten), Kuit en hom (kisten), Lever (kisten), Sprot (kisten), Makreel (kisten), Geep (tal), Haring (tonnen), Mosselen (balen).
Voetnoten/Onderaan:
* Totale besomming van roeiers
* idem aan contanten Samen
* Aantal roeiers
* Hoogste besomming v. een roeier
* Laagste besomming v. een roeier
Handgeschreven kanttekening (rechts):
"F Smookharing. Tot en met het jaar 1939. Begrepen in overige soorten zee- en zoetwatervisch." Dit document is een cruciaal economisch tijdsdocument dat de overgang laat zien van de vooroorlogse jaren naar de eerste periode van de Duitse bezetting in Nederland. De tabel toont niet alleen de fysieke aanvoer in kilogrammen, maar ook de marktwaarde in guldens.
Enkele opvallende observaties:
1. Prijsstijgingen: Hoewel de totale aanvoer in gewicht tussen 1937 en 1941 over het algemeen stabiel blijft of licht daalt, stijgen de totale opbrengsten in guldens aanzienlijk. Dit wijst op de inflatie en de toenemende voedselschaarste tijdens de oorlogsjaren.
2. Soortenrijkdom: De lijst bevat een grote diversiteit aan vissoorten, van luxe soorten zoals Zalm en Tarbot tot de meer gangbare Schol en Schar.
3. ** Roeiers: De vermelding van "roeiers" onderaan de tabel is historisch interessant. Het verwijst naar een specifieke groep vissers (waarschijnlijk kleinschalige kustvissers of binnenvissers) wier individuele besomming (inkomen) door de afslag werd bijgehouden.
4. Onzekerheid 1942:** De verticale notities "nog niet bekend" bij het jaar 1942 suggereren dat dit overzicht is opgesteld gedurende de eerste helft van 1942, terwijl de definitieve cijfers nog moesten worden verwerkt of verzameld onder de moeilijke omstandigheden van de bezetting. Het document is zeer waarschijnlijk afkomstig uit het archief van een gemeentelijke visafslag in een Nederlandse vissersplaats, mogelijk aan de voormalige Zuiderzee (zoals Harderwijk, Elburg of Bunschoten-Spakenburg) of aan de Noordzeekust.
Tijdens de Tweede Wereldoorlog was de visserijsector onderworpen aan strikte regulering door de bezetter (via de Rijksdienst voor de Visserij). Statistieken zoals deze waren essentieel voor de distributie- en voedselvoorzieningspolitiek. De wijziging in de registratie van "Smookharing" (gerookte haring) na 1939, waarbij deze werd ondergebracht bij 'overige soorten', kan duiden op een verandering in de visserijmethoden of de wijze waarop de afslag administratief werd georganiseerd na de instelling van de distributiemaatregelen in 1940.