Brief (handgeschreven).
Origineel
Brief (handgeschreven). Woensdag 26 augustus (waarschijnlijk 1942, gezien de context van visdistributie en de weekdag). Lodewijk Vonk. Pagina 1:
Daar nu ook de zeevis per
toewijzing gaat, weet ik niet meer
hoe ik voor mijn vrouw en kind
het eten moet verdienen.
Ik heb wel een voorkeurskaart
en een vaste staanplaats ontvangen,
waar ik iedere week f 1,05 voor
betaal, hoewel ik het niet
missen kan.
Hopend op goede vooruitzichten
verblijf ik uw dienstwillige
dienaar. Bij voorbaat mijn dank.
Lodewijk Vonk.
2e Goudsbloemdwarsstr: 11 II
Amsterdam
Centrum.
Pagina 2:
P. S
Ik ben een Woensdag den
26 Augustus ter uwer kantoren
geweest en daar werd mij door
den Heer Gootjes gezegd dat
ik mij schriftelijk tot uw moest
wenden.
L. Vonk. De brief is een verzoekschrift of een uiting van bezorgdheid van Lodewijk Vonk, een kleine zelfstandige (vermoedelijk een visboer of markthandelaren) uit de Amsterdamse Jordaan. De kern van het probleem is dat zeevis voortaan alleen via "toewijzing" (distributie) verkrijgbaar is. Hierdoor vreest de schrijver voor zijn inkomen en de zorg voor zijn gezin.
Opvallend is dat hij wel over een "voorkeurskaart" en een "vaste staanplaats" beschikt waarvoor hij wekelijks een aanzienlijk bedrag (f 1,05) betaalt, wat hij zich in deze krappe tijden nauwelijks kan veroorloven. De toon is uiterst beleefd en formeel ("dienstwillige dienaar"), wat typerend was voor correspondentie met instanties in die tijd. Uit het postscriptum blijkt dat dit schrijven volgt op een fysiek bezoek aan een kantoor waar hij door een zekere heer Gootjes naar de schriftelijke weg werd verwezen. De inhoud van de brief plaatst het document met grote waarschijnlijkheid in de periode van de Duitse bezetting tijdens de Tweede Wereldoorlog (waarschijnlijk augustus 1942, toen 26 augustus op een woensdag viel). In deze periode werden steeds meer voedingsmiddelen schaars en onderworpen aan strenge distributieregels ("toewijzing").
Voor straathandelaren in Amsterdam betekende de rantsoenering van vis een directe bedreiging voor hun bestaan. Het adres (2e Goudsbloemdwarsstraat) ligt in de Jordaan, een wijk die destijds bekend stond om zijn volkse karakter en vele kleine neringdoenden die hard getroffen werden door de oorlogseconomie. De brief biedt een inkijkje in de individuele wanhoop achter de bureaucratische maatregelen van de voedselvoorziening in oorlogstijd. Gootjes (De heer) L. Vonk